Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Schuldenlast van Nederlandse gezinnen boven 13 miljard

; NJ, f( en onzer redacteweB jjSTERDAM, 17 febr. — De Nederlandse gezinnen hebben vorig jaar voor 9 mil igulden aan leningen en afbetalingskrediet opgenomen bij banken, spaarban e n financieringsmaatschappijen, De groei van de consumptieve kredietverle yyas daarmee weer 1,4 miljard groter dan in 1977, toen de stijging nog wat ster ara*Eind

vorig jaar stonden de Nederlandse gezinnen in totaal voor 11,3 miljard gulden bij banken en financieringsbedrijven in het krijt. Hierbij moeten nog een onbekend aantal miljarden worden opgeteld van leningen bij winkelbedrijven, postorderbedrijven en geldleningen met een tweede hypotheek als onderpand. De totale schuldenlast van de gezinnen - afgezien van normale hypotheken - komt daarmee zeker boven de 13 miljard gulden uit. dat is ruim een-tiende van de totale jaarlijkse consumptieve bestedingen in Nederland. De schuldenlast per hoofd van de bevolking is vorig jaar gestegen van ongeveer 650 gulden tot 813 gulden. Voorzitter P.G. Vonk van de Vereniging van Financieringsondernemingen voegt daar geruststellend aan toe dat het Nederlandse cijfer nog steeds beduidend later is dan het Duitse (1661 gulden schuld per hoofd) en het Amerikaanse (2260 gulden). Zorgen Toch delen de financieringsbedrijven de zorgen die bewindslieden en Kamerleden de laatste tijd hebben uitgesproken over het toenemende aantal mensen dat door te hoge schulden in moeilijkheden komt. Over de omvang van dit probleem is maar hoewel weinig bekend. EEn topje van deze ijsberg wordt zichtbaar aan het bedrag van 14 miljoen gulden dat de financieringsbedrijven in 1977 als totaal oninbaar moesten afschrijven. Op een gezamenlijke leningpost van 5,4 miljard gulden is dat maar een kwart procent. Bij de gemeentelijke kredietbanken, waar vastgelopen schuldgev allen vaak terecht komen, ligt het bedrag dat als oninbaar moet worden afgeschreven veel hoger: daar is het 2,6 miljoen gulden op 330 miljoen aan leningen, dus bijna één procent. Gemeentelijke kredietbanken en sociale diensten verwijten de banken en financieringsbedrijven vaak dat zij te lichtvaardig krediet geven en te weinig doen om klanten met te hoog opgelopen schulden te helpen. Voorzitter

Vonk van de Vereniging van financieringsondernemingen kondigt nu aan dat zijn organisatie een onderzoek gaat instellen naar dit probleem van de overkreditering. Dr. Vonk zegt te verwachten dat de banken en financieringsbedrijven dit jaar toch kritischer zullen zijn bij het verstrekken van nieuwe lenngen. „Wij zullen er rekening mee moeten houden dat de besteedbare inkomens zeker niet zullen stijgen. Wij voorzien dan ook dat de groei van de kredietverlening dit jaar verder zal verminderen, ook al wegens de verzadigingsverschijnselen die zich bij de verkoop van veel consumptiegoederen voordoen." Populariteit Uit de CBS-cijfers over de consumptieve kredietverlening blijkt dat de populariteit van het doorlopend geldkrediet sterk is toegenomen, ten koste van het afbetalingskrediet en de persoonlijke lening. Ook het opnemen van geld voor grote aanschaffen op basis van een (tweede)- hypotheek is flink gegroeid, terwijl daarnaast het "rood staan" bij bank en giro opgang maakt Financieringsbedrijven verstrekten in 1978 voor 780 miljoen (in 1977 : 490 miljoen) aan hypothecair consumentenkrediet. De roodstand op de salarisrekeningen bij de grote banken is in een jaar toegenomen van 73 tot 133 miljoen. De ontwikkeling naar steeds grotere consumentenkredieten met steeds langere looptijden heeft zich vorig jaar voortgezet. Het gemiddelde bedrag van een persoonlijke lening is met 1700 gulden gestegen tot 10.300 gulden en de looptijd, die enkele jaren geleden maximaal twee jaar was, is nu al gemiddeld drie jaar. De financieringsbedrijven, die zich tot vóór kort altijd verzetten tegen de eis van consumentenorganisaties om hun rente en kosten te vermelden in een jaarpercentage, hebben hun bezwaren nu grotendeels opzij gezet. Binnen afzienbare tijd kunnen de klanten dus allerlei aanbiedingen gemakkeljker vergelijken als alle instellingen een op gelijke basis berekend percentage gaan opgeven.