Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Arbeidsmarkt

Prijzen, met mate

MINISTER VAN AARDENNE (economische zaken) heeft in het gisteren gevoerde prijsgesprek met het georganiseerde bedrijfsleven de verplichte figuren met redelijk succes uitgevoerd. De achterstand die de ondernemingen bij het doorberekenen van loonkostenverhogingen hadden opgelopen (2 procent) mag worden ingehaald. Dat zou voorganger Lubbers ongetwijfeld ook hebben toegestaan. Tegenover een versoepeling in het doorberekenen van afschrijvingskosten staat een verstrakking in de vorm van een. nog uit te werken, prijsbeschikking voor de horecasector. Geen principiële veranderingen van rechtse snit en alles volgens het recept van het regeerakkoord, dat inflatiebestrijding voorschrijft. Het is allemaal voorbeeldig. De werkgevers maken zich bezorgd omdat zij de doorberekening van twee procent te weinig vinden voor een verbetering van de rendementen, een doelstelling welke toch óók in het akkoord staat; de vakbeweging vreest dat de ontluikende verschijnselen van vereenvoudiging en versoepeling, waar de minister enigszins naar overhelt, voorboden zijn van een meer liberaal bewind als het kabinet zijn zit eenmaal gevonden heeft. Of die vrees terecht gekoesterd wordt moet blijken als de minister het prijsbeleid in het tweede kwartaal van 1978 gaat herijken aan de hand van cijfers en ervaringen. Maar tot nu toe is er geen reden voor toornig verzet. Na Albeda's opening met het wetje op de niet-cao-lonen heeft Van Aar•denne de tweede pas in de eierdans zonder breukschade volbracht. IETS ANDERS WAS ook nauwelijks te verwachten. Wat is er Voor een VVD-minister eigenlijk aardiger dan zonder gevaar de voetstappen te kunnen drukken van een voorganger, wiens imago met terugwerkende kracht in steeds rodere tinten werd bijgekleurd, naarmate zijn zetel onder hem werd weggetrokken? Van Aardenne had trouwens niet veel anders kunnen doen, wat zijn plannen voor de toekomst ook mogen zijn. Ieder vermoeden van egn trendbreuk in het prijsbeleid zou, vóór het kabinet met een regeringsverklaring gereed is, door het parlement als te onpas ervaren worden. De Kamer heeft al lang genoeg buitenspel gestaan. Ook het labiele evenwicht tussen werkgevers en werknemers zou door een blijk van eigenzinnigheid van VVD-zijde verstoord zijn, omdat de wil tot loonmatiging het onder een te grote soepelheid op prijzengebied krakend begeven zou hebben. Voor het afwenden van dit onheil moeten de werkgevers de prijs betalen. Iedere schijn van bevoordeling zou hen zelf en het kabinet op dit moment duur te staan komen. De heer Van Veen (voorzitter VNO) nam een voorschot op een mogelijke verandering met de opmerking: ,.In wezen vindt het prijsgesprek eigenlijk pas plaats in april of mei 1978". De heer Kok (FNV), evenmin op het achterhoofd gevallen, zei dat het kabinet de komende maanden een keuze zal moeten maken tussen het globale, liberale prijsbeleid dat de werkgevers voorstaan en het gedifferentieerde, strak gedetailleerde beleid per bedrijfstak, en zelfs binnen bedrijfstakken. dat de vakbeweging wil. „Ik vrees het ergste", zei hij. Zo speelt iedereen de verbale rol die van hem verwacht wordt. Zolang het niet erger wordt mag het kabinet zichzelf prijzen. Uiteraard met mate.