Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Religie

Met de Gelderse Tramwegen achter de Ruslui aan Vriezenveen ging terug naar Leningrad

door F. G. de Ruiter

Met huifkarren trokken Vriezenveners in de 18de eeuw naar het oosten om uiteindelijk in Sint Petersburg een bloeiende handel op te zetten. Ruslui werden zij genoemd. Zij stichten een hervormde kerk en verkochten fijne weefsels aan de keizerin.

Johan Hosmar, 55-jarige inwoner van Vriezenveen, mocht de afgelopen weken een bescheiden kroon op zijn werk zetten. Sinds 1950 verdiept hij zich in de historische betrekkingen tussen zijn dorp en de Russische mili joenenstad Leningrad, het voormalige Sint Petersburg, en na 26 jaar bevond hij zich voor het eerst aan de andere kant van de lijn. De wereld die hij vele malen beschreef, ging eindelijk voor hemzelf open. Hij wandelde over de beroemde boulevard Newski Prospekt, waar de Vriezenveners vóór de revolutie hun handelshuizen hadden, liep de al even befaamde winkelgalerij Gostin- ■ ny Dwor binnen en besteeg de kansel van de voormalige Hollandse kerk. Daar was hij even in gedachten verzonken om zich te bepalen bij de 14de januari 1834, toen op dezelfde plaats ds. Erco Arnoldus Tamling de bijbel opensloeg en een dankgebed opzond. Het was de dag van de plechtige inwijding: de kolonie van godvruchtige Vriezenveners had na jaren van kerkgang bij bevriende lutherse gemeenten een eigen, hervormd, onderdak gekregen en de prins van Oranje (de latere koning Willem II) was naar Petersburg overgekomen om dit feit op te luisteren. De kerk zou geen volle eeuw voor de eredienst bewaard blijven. Kort na de oktoberrevolutie werd het gebouw genationaliseerd en in 1927 definitief gesloten wegens gebrek aan gemeenteleden (de laatste predikant, ds. Schim van der Loeff, had toen enkele jaren in Russische gevangenschap doorgebracht). Er is nu een openbare bibliotheek met ruim 76.000 titels in gevestigd, druk geraadpleegd door studenten en scholieren. Alleen de marmeren pilaren en de kansel herinneren nog aan de oorspronkelijke bestemming. In het voetspoor van de Ruslui Het deed Hosmar veel deugd dit stuk kerkmeubilair te ontdekken 'op zijn speurtocht naar Vriezenveense overblijfselen in Leningrad. Met 44 andere Nederlanders - gedreven door een zelfde interesse - bezocht hij de stad in het voetspoor van de „Ruslui": eenvoudige dorpelingen die een paar eeuwen geleden met 'karren vol zaad en linnen, later ook damast, batist, stokvis, tabak en Goudse pijpen, oostwaarts trokken om in het pas gestichte Petersburg hun waar te verkopen. Ze, huurden er gebouwen aan de Newski Prospekt en . richtten daar linnen- en manufacturenwinkels in. Hun artikelen kregen op den duur zo'n vermaardheid, dat ook het keizerlijk hof geïnteresseerd raakte. In de debiteurenlijst van een zekere Jan Hoek (een in 1735 te Vriezenveen geboren boerenzoon) staat tussen de namen van Russische grootvorsten en officieren ook meermalen kortweg „keiserin" vermeld. Op één bladzijde komt haar naam twee keer voor met daarnaast bedragen van 2672 en 3515 roebel als vordering voor de leverantie van fijne weefsels. Een andere hofleverancier. Jan Gerrit Servys, werd zelfs (in 1751) uitgenodigd om met de tsarina op jacht te gaan en hij kreeg na afloop een „blauw kleef', alsmede

een „kamisool met silveren passementen" ten geschenke. Ook later waren de Vriezevenense boeren geziene kooplui ten paleize, waar vooral het „keizerlijk damast" met ingeweven embleem in de smaak viel. Naaischool In 1800 werd Petersburg verrijkt met een naaischool, geleid door de Vriezenveense Aaltje Berkhoff. Wat zij de Russische meisjes bijbracht, sprak kennelijk ook tot de vorstelijke verbeelding.' De keizerin kwam meermalen bij Aaltje op bezoek om zich op het gebied van de naaldvakken te laten voorlichten. Haar broer, Wicher Berkhoff, heeft het trouwens ook ver geschopt. In 1814 verliet hij zijn geboortedorp om later chef van de marine in Kroonstad te worden en als admiraal in Russische dienst te eindigen. De zaken beleefden intussen hun grootste bloei omstreeks 1850. Toen ging de handel gaandeweg achteruit, enerzijds door Russische concurrentie, anderzijds door onderlinge twisten. Eind vorige en begin deze eeuw zijn nogal wat Vriezenveners naar hun geboortedorp teruggekeerd. Zij die in Leningrad (toen Petrograd) bleven, maakten daar in 1917 de revolutie mee, een gebeurtenis die het definitieve eind van hun nering betekende. Ook deze groep heeft zich ten slotte weer grotendeels in Nederland gevestigd.

Maar er waren er ook die geen geld meer voor de terugreis hadden, omdat hun bankrekeningen geblokkeerd werden. Zij bleven in Leningrad of daaromtrent achter. Verder beschikt Johan Hosmar over aanwijzingen dat diverse Ruslui in het verre oosten van de Sowjetunie terechtgekomen zijn. Volgens recente berichten bevindt zich in of bij de stad Chabarowsk nog een groep voormalige Nederlanders en hij koestert vage plannen nog eens een- expeditie naar die uithoek te ondernemen. Route van 1826 Maar voorlopig was Leningrad ver genoeg. Vorig jaar kwam de heer A. J.

Arendsman, hoofd afdeling reisbureaus van de Gelderse Tramwegmaatschappij, op het idee om één van de tochten die de Ruslui met hun huifkarren ondernamen, per toeringcar over te doen en hij vond bij Hosmar een willig oor. De vraag welke route in aanmerking kwam, was snel beantwoord. Hosmar beschikte over een vergeeld reisverslag uit 1826 van Jacob Kruys, een Vriezenveense knaap, die de huifkar destijds deelde met drie dorpsgenoten en het traject nauwgezet bijhield met vermelding van details over genoten maaltijden en de toestand van de wegen. Maar precies volgens zijn notities bleek het niet te kunnen. De Russische autoriteiten voerden bezwaren aan, omdat

de route iangs een vlootbasis liep, waar ze geen pottenkijkers dulden. Ook in Polen zou men van het uit 1826 daterende schema moeten afwijken. Zo kwam een alternatief traject tot stand: Vriezenveen - Lübeck - Stettin - Torun - Warschau - Brest- Minsk - Smolensk - Moskou - Kalinin - Leningrad. Maandag 23 augustus jl. vertrok de bus voor een reis van drieënhalve week. Onder de 45 passagiers bevonden zich zestien Vriezenveners en twee dames met een persoonlijke relatie tot de Ruslui: mevrouw M. D. C. Kruys-Kolkmeijer uit Den Kaag, wier schoonvader in de tsaristische tijd een bloeiende, koffiehandel aan de Gorkistraat dreef, en mevrouw H. van Toledo-Companjen, die 54 jaar geleden in het dorp Babino,bij Leningrad, werd geboren als rechtstreekse afstammeling van een Vriezen-, veense koopman. Nieuw materiaal Ze hebben het inmiddels weer achter de rug en vooral Hosmar kan terugzien op een geslaagde onderneming, die nieuw materiaal voor zijn studie opleverde. Hij heeft zijn waarnemingen dag voor dag in een sierlijk handschrift geboekstaafd en hoopt weldra een en ander te publiceren over zijn naspeuringen in Leningrad. In die stad aangekomen was zijn eerste gang naar de Newski Prospekt, in het bijzonder de Gostinny Dwor, waar de

Vriezenveners hun verkonniM. , hadden in wat de HollanS ' ite 'ten heette. Daar kon hij zonder vee? linie " een aantal Twentse elementen tL m ° eit * de zaak van Jonker en Co (vrrJl ere *>: nufacturen, nu apotheek) ° ger HaFeik, destijds grossier in wiW„ flrm a keuren, het handelshuis Jansen Ê n U * verander van tabak en sigaren le ' een paar te noemen. De oudptl ° m e f ken waren intact gebleven en r ,°? nb: > n - van vóór de revolutie rinkpirt„ Sa '« Verder het gebouw van de S h n ° g ' Singermaatschappij, de soos h*t ndse name hotel Europa, dat eens' in k Voor " was van de Vriezenveense bbk ,®"? 01 Smelt, en het huis waar willen I ers ten Cate tot 1922 woonde Prof - In de voormalige Hollandse kerk , Hosmar geen strobreed in de wL rd legd, en dat viel hem mee, gelet nn ge ' gatieve ervaringen van vorige onder," 6 ' kers. De Russische autoriteiten blijkbaar iets soepeler geworden Z -r n voor een jaar of tien werd zelfs ontken} dat hier nog sporen van Vriezenv.»! m firma's bestonden. Pas in 1968 kw!l via de vereniging USSR-Nederlanrt vooral door bemiddeling van haar v n zitter, de schaakmeester Botwinnik e paar microfilms met waardevolle hkt rische gegevens in Hosmars bezit In * zomer van 1973 werd een tweede re.ni® taat geboekt. Dank zij een bezoek vt Beatrix en Claus aan de Sowietunu kwamen een paar belangrijke documen ten in Vriezenveen terecht. Nazaten Hosmar betreurt wel dat hij, in de dri» dagen Leningrad die hem gegeven wa ren, niet bij machte was om nazaten van de Ruslui op te sporen, hoewel er nog een paar in Leningrad moeten wo nen, zoals de twee gezusters Nijkamn Ter plaatse hoorde hij bovendien de naam Kruytbosch vallen, een typi SC h Vriezenveense naam, waarachter een 86-jarige Nederlandse Rus schuil gaat De tijd om de grijsaard in een van de buitenwijken van Leningrad op te zoeken, ontbrak, nadat veel tijd verspild was aan vergeefse onderzoekingen via een stedelijk persbureau. Mevrouw Van Toledo had kort tevoren een droevige ontdekking gedaan. In haar geboortedorp Babino, waar de groep langs kwam, wilde ze een 84 -jarige tante van vaderskant opzoeken, maar de vrouw was enkele maanden tevoren overleden. Zo wordt het aantal nazaten met een flauwe heugenis aan de Vriezenveense kolonie gaandeweg kleiner, tot de groep uitgestorven is. Hosmar wil alles in het werk stellen om die schaarse informatiebronnen toch nog tijdig te raadplegen. Daarom zint hij op een tweede reis naar Leningrad, maar of het er spoedig van komt, is zeer de vraag. Wel gaat hij binnenkort weer naar Lübeck, vaste pleisterplaats op het Russische traject. De zojuist beëindigde expeditie bracht, hem daar in het oeroude Haus der Schiffergesellschaft, een havencafé, dat ruim 250 jaar geleden de springplank naar Sint Petersburg was. Ene Gerard Roelof sen, wever uit Vriezenveen, werd hier omstreeks 1710 op het Russische spoor gezet door een Noorse zeekapitein, die hem het tsarenrijk als land van beloften afschilderde. Dit perspectief lokte de wever dusdanig aan, dat hij ijlings zijn mars oppakte en naar Petersburg afreisde, waar hij inderdaad uitstekende zaken deed. Net als de Vriezenveners die na hem kwamen. De Lübeckse tapperij bleek nog in ongerepte staat te verkeren. Hosmar en zijn reisgenoten hebben er een aangename avond doorgebracht en hartelijk geklonken op „trendsetter" Roelofsen alsvorens door te stoten naar Moskou en Leningrad.