Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Zuinig stoken niet „in"

Veel artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd. Deze technieken leiden niet altijd tot een correct resultaat. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. We werken aan verbetering.

bouwen C c 0) 0) I I bouwerios

Onder redactie van J. F. H. Rouw

ZO'N TWEE JAAR GELEDEN brak de energiecrisis in volle hevigheid los. Autoloze zondagen, benzinebonnen, enfin, u weet het nog wel. Niet lang daarna kwam de tipmachine op gang die het Westen bezaaide met suggesties om energie te besparen. Zuinig omspringen met energie voor verwarming in woningen en andere gebouwen was een tijd lang een populair onderwerp aan de koffie- en borreltafel. De isolatiekoorts brak uit. Isolatiebedrijven schoten als paddestoelen uit de grond en minister Gruijters begon in zijn subsidiebuidel te tasten. De woningisolatie had veel bij het wonen en bouwen betrokken deskundigen in haar greep. De bewoners — en wie zijn dat niet? — zaten echter met hu • hoofd in die dagen meer bij de benzineschaarste dan' bij bezuiniging op warmte-energie. De werkgroep B-r.nenidiniaat en Energieverbruik (TN D, Nationale Woningraad en Gasunie) stelde in een rapport (december 1973) dat „zelfs het mooiste samenspel van architecten, raadgevers, fabrikanten, installateurs, aannemers, beleggers en bestuurders van bouwverenigingen geen kubieke meter aardgas bespaart als de bewoner het raam wijd open zet: we zullen kliiraatbewust moeten leren levii". Hoe zit het met dat bewustzijn, na twee jaar lang dagelijks te zijn doodgegooid in de krant met energieprob'emen cn alles wat daarmee samenhangt? Niet zo best. Sterlor nog, het schaarstebesef is in veel professionele kringen zelfs nog onvoldoende aanwezig. „Sinds de energiecrisis is hierin weliswaar enige verandering gekomen, maar vooral bij degenen die niet direct beroepshalve met de prob'eniatiek t» maken hebben, is dit bewustzijn op de achtergrond gekomen nu de energieproblemen zich nvnder duidelijk manifesteren."

„Dat sinds medio 1974 het energieverbruik, ondanks een teruggelopen economische bedrijvigheid, nauwelijks is afgenomen, bevestigt de stelling dat primair een mentaliteitsombuiging en gedragsverandering bij de energieverbruikers bewerkstelligd moet worden." Dit staat te lezen in het onlangs uitgekomen rapport van de Stuurgroep Energie en Gebouwen. Deze stuurgroep werd vorig jaar in het leven geroepen op voorstel van de bovengenoemde werkgroep „Binnenklimaat en Energieverbruik", in overleg met de ministers van economische zaken en volkshuisvesting. Om een mentaliteitsverandering mogelijk te maken zal eerst een goede voorlichtinig op gang gebracht moeten worden over de energieproblematiek, aldus het rapport. „Men zal dan onder bepaalde voorwaarden bereid moeten zijn de beschikbare middelen ter hand te nemen om die energieverspilling tegen te gaan en het energieverbruik nog meer te beperken. Naast de mentaliteitsverandering zal het economisch aspect van de beperking van min of meer doorslaggevende betekenis zijn, zo stellen de rapporteurs.

Zo zal de huurder pas meewerken als de eventuele huurverhoging die hieruit voortvloeit, opweegt tegen de verlaging van de energiekosten die hij moet betalen. De eigenaar-bewoner heeft het voordeel dat zijn huis meer waard wordt als hij besparende maatregelen treft; bovendien komt hij in aanmerking voor subsidie en de huurder niet. „De animo van huurders is dan ook gering gebleken, behalve daar waar woningbouwverenigingen zich actief tonen." Daarom moet over alle economische aspecten een duidelijke voorlichting worden gegeven, zeggen de samenstellers van het rapport. Maar hoe dat precies moet gebeuren wordt er niet bij verteld. Het is ook niet mogelijk. De samenstellers: „De voorlichting is voor een deel nog niet uitvoerbaar omdat de kostenbatenanalyse nog te kort schiet. Er ontbreken nog objectieve uitganggegevens, vooral ten aanzien van de werkelijk te verwachten brandstofbesparingen." Elders in het rapport — het voorwoord is van de bewindslieden Lubbers en Gruijters — worden zaken aangegeven die nog

moeten worden onderzocht. En dat zijn er nogal wat. De enige „houvast", die de consument op het ogenblik heeft, zijn de adverterende isoleerders die u „precies" vertellen hoeveel brandstof u besparen kunt . . . (Het rapport is verkrijgbaar bij de Staatsuitgeverij in Den Haag.) Tien miljard Concrete cijfers over de onroerend-goedmarkt in ons land zijn schaars. Er is nauwelijks onderzoek naar verricht en de cijfers die wel bekend zijn, zijn vaak verouderd. Wel valt te concluderen uit die schaarse gegevens dat jaarlijks door particulieren voor zo'n ƒ10 miljard aan woningen wordt gekocht en verkocht. Drs. J. W. M. Simons, directeur van de vastgoedgroep Kok in Rotterdam, zei dit deze week in een bijeenkomst van Kok in Amsterdam. Hij stelde dat er op het ogenblik duidelijk sprake is van een kopers-huurdersmarkt. „Men heeft weer keuzemogelijkheden. Dat betekent dat woningen en kantoren die niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen, moeilijker zijn te verkopen en daardoor wellicht in prijs

naar beneden gaan of lang leeg blijven staan." Wat de prijsontwikkeling van onroerend goed betreft stelde zijn collega-directeur W. M. van Hoogdalem, dat de prijzen van woningen in de toekomst zeker nog verder omhoog zullen gaan. „Waarschijnlijk echter niet zo spectaculair als in het verleden. Het steeds duurder wordende nieuwe vastgoed — denk aan lonen, sociale lasten, etc. — zal altijd van invloed blijven op het bestaande onroerend goed." Volgens de Kok-directie is er de laatste maanden duidelijk sprake van een vlucht in onroe-, rend goed. „Vooral premiewoningen en de woningen met gemeentegarantie zijn zeer in trek. Het Nederlandse volk begint zich duidelijk bewust te worden dat je beter kunt kopen dan huren", aldus de Kokdirectie. Sint en fiscus Bij taai-taai en suikerpop komt nu ook 'n blauwe envelop, zo meldt de gemeente Hilversum. Volgens de voorlichtingsdienst van deze gemeente heeft de belastingdienst 6 december uitgekozen om zo'n 27.000 aanslagen voor onroerend-goedbelasting voor Hilversumers op de post te doen . . . Huisongevallen Per duizend huishoudingen Gebeuren elk jaar in ons land 161 ernstige ongelukken in en om de woninq. De slachtoffers zijn: 13 volwassen mannen, 39 volwassen vrouwen. 13 jonqeren tussen d» 11 en 20 iaar. 32 kinderen tussen de 6 en 10 jaar en 64 kinderen jonqer dan 6 jaar. Daarnaar.t gebeuren er nog eens 1100 k'ein»r» nna«lukken — "«k oer duizend huish<"-' waarbii geen doktershulp nodig i'. zo bliikt uit een rauport dat H»* Veilioheidsinstituut voor het ministerie van volksgezondheid heeft opoesteld. Uit het rapport blijkt verder dat iongens tweemaal zoveel ongelukken veroorzaken dan meisies. dat driekwart in huis en ëèn kwart om de woninq (tuin. stoep, erfl oebeurt. dat vallen het meest voorkomt (42 Drocent van de qevallen\ gevolod door het z^ch s""den, steken of prikken, het 7ich branden en klemraken of kneuzen. Het rapport noemt 'spelend bezig zijn' (klimmen, stoeien, etc.1 en het koken (en daarmee opruimen) air. belangrijkste oorzaken.

In het kader van de energiebesparing ontstonden begin dit jaar in Oss enkele 'zonne-woningen'. In deze proefwonirgen zou door toepassing van zonne-energie (met de in het dak aangebrachte zönne-collector) en isolatie een brandstofbesparing van 30 tot 60 procent mogelijk zijn.