Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Film

Anne marie prins:

Veel artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd. Deze technieken leiden niet altijd tot een correct resultaat. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. We werken aan verbetering.

Luisteren naar teksten zoals we kijken naar een dans.

Een eigentijdse moraliteit". Zo noemt Anne Marie Prins haar nieuwe voorstelling Fajna Combinatoria, die kortgeleden in Amsterdam in première ging. Voor veel argeloze toeschouwers, maar ook voor verschillende toneelcritici onbegrijpelijk 'totaaltheater'. De vraag welke bedoelingen er schuilen achter deze ontoegankelijke voorstelling was voldoende aanleiding voor een gesprek met Anne Marie Prins over deze, haar vorige en haar toekomstige producties.

j doorUENHEYTING Fama Combinatoria, geschreven door John Wellman, is niet na te vertellen, eenvoudig omdat het stuk geen verhaal bevat. Een aantal min of meer herkenbare figuren - clown, revuegirl, heks - bewegen zich op allerlei manieren over het toneel, terwijl ze onsamenhangende teksten zingen of stotteren. Het lijkt een stemoefening: elk woord wordt in lettergrepen uiteengerafeld en dan nogeens in zijn geheel nadrukkelijk een aantal malen herhaald. Weliswaar keren enkele begrippen, zoals faam en anonymo steeds terug en gaat het er kennelijk om dat degene die de meeste faam geniet eigenlijk de meest onbekende is, maar veel meer valt er niet uit op te maken. Zijn het dromen? ben je geneigd je af te vragen. Speelt het in een gekkenhuis? Of heeft de schrijver gewoon 200 boeken op een stapel gelegd, uit ieder boek een willekeurige zin geplukt en de aldus verkregen bloemlezing als toneelstuk aangeboden? Of is het poëzie, deze zo zorgvuldig op toonhoogte en maat uitgekreten wartaal? De toeschouwer werd ook niets wijzer uit het programma, waarin uitsluitend een aantal spelregels stonden, zoals bijv. spelregel 6: „drie van de spelers moeten groen geverfd zijn. De andere negenenveertig dienen gekluisterd te zijn aan een roltoel en 7: „elke speler moet wn andere taal spreken. Als er genoeg talen zijn voor , ere ® n ' moeten sommige speH - s ,™ n plaats verlaten en nf p i? 0 .. en als boekensteunen", ?n„'*^ et ..b°rd moet doorzichtig i' ■ de fabriek gesloten s, m dit geval is het dinsdag." ^ h un terecht lovende raS n over aankleding en nipt \ wisten de meeste critici natr J' at met Fama CombiKoniv,' 3 aan moesten. Anton sie in 3a v schreef in zijn recenmeei „ J - Vederkmd; ..Het is felenrio e " co jnbinatie van wardi e Pn , 1 , nva ^ en dan een tekst waan, 8 ouvas t geeft", invallen * l r heel wat „een zekedie nn , e pretentie (hebben) rust' vo 'strekte leegheid best erdam^ n r?° lumn in het Am ~ lia cirtt , Universiteitsblad Foden B " a K lS i chr eef Hans van het kunstv "® r - zi ^ n helaas in tte' lie den U Hfi W ^ ld ^ e ver scheidene tie hehh» ZlC zo ' n st erke posimand v ™rven. dat niedat ze £»wn! durft te ze 8S en Als remmel maken." Werven v d tot het vertie noemt^ dergelijke posi»zo onZJ- den Bergh o.a. geen erikeip r T ? lljk te zi:in dat Zlc htbare ti kritlcus J e de ondurft te , en van het lijf Marie p r ["® n ' Procédé Anne ttle aternrr^ S ' . Aa n haar jongste tori a is t Fama Combinav ast t! kennelijk geen touw Erdoor P ^ + ° pen ' ma ar juist gaat ze vrijuit (-)." Literair Pr jns (42) is niet ad niet anw e reacties: „Ik !°° r stellinp , 6r t v erwacht. Deze £ ate gorieëif • tussen allerlei el dencip i. ln: toneel, opera, goed rriiiJi" 1 ,? 1 '' Er hadden net i" zaal u a ^ s toneelcritici ! alt nie trni zi tten. Het P da t on 7P t Wens steeds meer e toneelcritici erg literair

zijn ingesteld en weinig aandacht schenken aan beeldende en muzikale aspecten." Als je teksten hoort, dan veronderstel je een betekenis. A.P.: „Niet bij bijvoorbeeld de opera. De pest is dat de functie van taal in het toneel altijd het overbrengen van mededelingen is geweest. Toneelcritici willen altijd weten waar het woord heen leidt. Men wil de woorden horen zoals je ze dagelijks hoort. Maar toneel is een ritueel. Daarbij past geen dialoog zoals wij nu voeren. Ik wil dat er meer dimensies inzitten dan: ik hou van je en: wil je een kopje thee. Wat ik op het toneel wil overbrengen mag ook niet louter in taal te vatten zijn. Bij Fama verschuift het accent voortdurend van de beweging naar de teksten die de acteurs staan te zingen of naar de manier waarop ze in en uit het licht worden geschakeld. De taal is daarbij meer een gedicht dan een dialoog. Er is geen plot en er zijn geen logische ontwikkelingen. Daar hebben sommige mensen dan moeite mee en door die conditionering wil ik heenprikken. Voor mij heeft het stuk trouwens wel degelijk 'een betekenis: het is een associatieve uitwerking van het thema dat de mensen altijd een spelletje met mekaar spelen, altijd meer willen zijn dan een ander. Maar ik heb niet één bepaalde gedachte willen overbrengen. Ik vond dat iedereen zijn eigen aanknopingspunten maar moest zoeken." Door „in . continue herhaling om een aantal zinnen heen te draaien", wilde Anne Marie Prins met Fama Combinatoria "een complex aan informatie geven". Ons gesprek heeft aanvankelijk hetzelfde karakter: in continue herhaling draaien we heen om de vraag welke functies taal op het toneel kan hebben. De taal in Fama Combinatoria is te verstaan, maar de context is onbegrijpelijk, dit in tegenstelling tot bv. de "oertaal" die Peter Brook op het toneel liet spreken en die voor de toeschouwers meer klank dan woord was, net zoals bijv. de kreten waarin Medea haar gevoelens uitte in de gedenkwaardige La Mamma-voorstelling. De klanken verwijzen hier uitsluitend naar emoties. In de nieuwe voorstelling van theater Scarabee, Dummies (onlangs voor de tv; een voorstelling die ook om zijn ontoegankelijkheid werd aangevallen), spreken de personen op het toneel weliswaar moeilijk te volgen teksten - poëzie zo men wil - maar ze voeren geen dialoog. En dat gebeurt nu juist wel in Fama Combinatoria, waarin de spelers woorden met elkaar wisselen, zonder dat hun communicatie voor de toeschouwer begrijpelijk is, doordat het verband tussen de woorden hem ontgaat (of niet bestaat). En dat vond ik irritant. Anne Marie Prins deelt deze bezwaren niet en blijft erbij dat er bij dergelijk toneel "voor iedereen wel een aanknopingspunt is." „Men moet naar teksten kunnen luisteren zoals men kijkt naar een dans." Waark Op de piano in haar huiskamer

hangt een affiche met de tekst: "Waark, 'n stuk over waark en leven in Oost Grunnen, maokt en speuld door grunnegers en oetbrocht deur de grunneger stadsschouwburg." Waark, een voorstelling die Anne Marie Prins onlangs met Groningse amateurs maakte, verschilt opvallend veel van Fama Combinatoria. Anne Marie Prins: „Niet waar. Het was precies hetzelfde. Er waren mensen die zeiden dat Fama erg op Waark leek. De bedoeling van Waark was een stuk te maken speciaal voor de bevolking van Groningen. Dus daarvoor moest de handeling ook begrijpelijk zijn. Bij Fama lag het anders, daar kon ik meer van mezelf uit werken." Je staat bekend als een bewogen regisseuse. A. P.: „Nou ja, ik ben wel ontzettend bezig, als ik regisseer. Ik laat me er met groot genoegen door uithollen. Als dat bewogen is..." Sociaal bewogen A. P.: „Dat ben ik ook, maar dat impliceert toch niet dat je voortdurend stukken over werkende jongeren moet maken, agit prop toneel of zoiets. Dat vormingstoneel, ik vind het best dat het bestaat, alleen: het is mijn toneel niet. En eigenlijk ben ik het er ook helemaal niet zo mee eens, want als het je

echt in de eerste plaats om het veranderen van misstanden gaat, ga dan inderdaad de wijk in. Ik weet niet wat het vor-, mingstoneel eigenlijk met toneel te maken heeft. Ik heb ook het gevoel dat er tussen die vormingstoneelgroepen en hun publiek een grote afstand is. Het klinkt absurd, maar het heeft voor mij iets elitairs, iets paternalistisch. Ze onderschatten hun publiek. Ik heb er nog geen voorstelling van gezien die verder kwam dan een middelbare-schoolrevue over feitjes. Een soort cabaret waar je tamelijk vrijblijvend naar kunt kijken. Tableaux vivants met abominabele teksten. Met Waark ben ik zo gelukkig, omdat het niet paternalistisch is. Waark is door een Groningse dichter geschreven. En acteurs moeten wel zeer begenadigd zijn, willen ze een interessante tekst kunnen schrijven. Een

groep als het Werkteater, die onderschat het publiek niet, heeft niet iets van: wij vertellen de .toeschouwers wat wij vinden dat goed voor ze is. Die groep blaast niet zo hoog van de toren en doordat die acteurs daar soms zo lekker bezig zijn, brengen ze meer essenties over. • „Ik vind het vormingstoneel ook zo calvinistisch: alles beter weten, lessen leren. Ze denken ook echt dat ze met hun voorstellingen het laatste woord gesproken, hebben, maar daar is geen sprake van. Ze zouden veel dialectischer te werk moeten gaan. De directeur als een goed mens afschilderen, in plaats van als een schoft. In Waark hebben we een vakbondslid als een vod van een kerel getoond. Dat maakte discussies los. Als je de dingen vertekent, omdraait, dan komen ze altijd harder aan dan bij dat rechtlijnige voorkauwen." Zou je ooit een regie bij Proloog willen doen? A. P.: „Ik weet het niet. In Groningen was de groep goed, omdat het amateurs waren. Die hadden de humor van de streek. In Waark ging het om hun eigen situatie, en dat is niet het geval bij de acteurs van bijvoorbeeld Proloog. Nee, daar zou ik nooit iets willen doen, als ze me dat zouden vragen. Ik ga gewoon met mijn Groningse amateurs door. Ik ga daar Mutter Courage van Brecht doen.

Waarom? Daar heb ik geen uitgebreide beredeneringen voor. Dat rare gevecht van die vrouwen in Mutter Courage, dat klopt wel met die mensen daar. Want die mensen, dat is waar Brecht het over had." Onbenullig blijspel In 1957 ging Anne Marie Prins naar de Arnhemse toneelschool, „om te regisseren". Ze maakte de school „tegen hel en verdoemenis in" af en ging naar toneelgroep Studio, waar ze korte tijd geacteerd heeft. Ze is niet van plan om dat nog ooit weer te gaan doen. „Bij Studio speelde ik in een zeer onbenullig blijspel van Paul Rodenko, Harten 2 Harten 3. Ik moest me op het toneel met een po in de hand omdraaien, waarop het publiek altijd begon te gillen. Mijn reactie was toen: ik ben ze voor, ik begin

zelf vast te gillen. Om verschillende redenen ben ik met acteren opgehouden. Ik ben er te bang voor. Als ik de zaal zag, zat het natte zweet op mijn rug. Ik begon toen met studentenregies. Verdiende er niets mee, maar heb me er drie jaar mee uit de naad gewerkt. Ik deed vijf regies per jaar. Ik had er een soort monopolie in gekregen." „Eigenlijk heb ik altijd in een mannenwereld gewerkt. In het theater en ook bij de tv. Technici, ontwerpers, muziekmensen, dat zijn meestal mannen. Ik heb daar nooit last van gehad. Wat ik wel heb, is dat ik geregeld verhalen naar me toe hoor komen, bijna altijd van mensen die me niet kennen, dat ik de grootst mogelijke kenau ben. Het zijn meestal vrouwen die dat over je vertellen. Voelen zich bedreigd. Die clichématige gedachtengang. De weduwe van Brecht, Helene Weigel, was ook zo iemand die bekend stond als het grootst mogelijke sekreet van de wereld. Nou, ze heeft me eens drie dagen opgezocht en het was een enige vrouw, een lief grootmoedertje." Ze verbood de uitzending van De zeven hoofdzonden, van Brecht, die jij voor de VPRO had gemaakt. A. P.: „Welnee, dat was een misverstand. Uit een brief kreeg ze de indruk dat De zeven hoofdzonden geactualiseerd was tot een stuk over gastarbeiders, wat helemaal niet het geval was. We zijn toen met een band naar haar toegegaan en ze vond het prachtig. Geen centje pijn. Ze was echt een schat je. Toen ze hier op bezoek was geweest ging ze door naar Parijs, waar het Berliner Ensemble zou spelen. Daar ging ze echt de hotels af om te voelen of de bedden van de acteurs wel goed waren." Teater Terzijde Er zijn plannen om Teater Terzijde weer op te richten. A. P.: „Ja, we hebben Teater Terzijde in 1969 opgeheven, maar de stichting ligt nog in de la, en die gaan we er nu weer uithalen, want ik wil weer een eigen groeg. Ik heb behoefte aan continuïteit. Het is tenslotte vrij vermoeiend om van de ene welwillend verleende subsidie naar de andere te krabbelen. Mijn ideaal is een kern van mensen, die met veel gasten af en toe een voorstelling op poten zetten, waarbij afhankelijk van het onderwerp, een medium wordt gekozen. Daarnaast kunnen leden van de groep ook andere dingen doen, bijvoorbeeld regies bij amateurs in de regio. Eigenlijk stel ik me een soort pool van theatermensen voor." Zoiets als de La Mamma Repertory Company in New. York? A. P.: „Ja, maar je moet mij niet zien als La Mamma, als Ellen Stuwart, de grote zakelijke organisatrice, want ik ben totaal niet zakelijk. Ik hoef ook niet bij iedere toekomstige pro-, duktie van Teater Terzijde betrokken te zijn." „We willen dat de groep in 1976 van start gaat. Als alles goed loopt, beginnen we met een voorstelling naar aanleiding van het werk van Jan Arends, gewoon omdat ik hem een prachtige schrijver vind. Ik wil geen portret van. hem maken, maar zijn wereld weergeven, want die intrigeert me. Zoals hij bv. tegen vrouwen aanhikte, ze als heel verre wezens beschreef, dat zegt me meer over de verhoudingen tussen mannen en vrouwen dan een plat feministisch pamflet. Zijn werk heeft ook iets Becketiaans. Zo'n monoloog van Becket, Niet ik, die Gees Linnebank vorig jaar in de Brakke Grond deed, die doet me denken aan die eindeloze monologen van Jan Arends. Ik vind zijn werk ook erg Hollands, het heeft iets kneuterigs. Het gaat ook over allemaal kleine dingen: de huiskamer, de koffiepot die al of niet pruttelt, maar het reikt natuurlijk veel verder." Heksenproject. Maandag a.s. begint Anne Marie. Prins in het Instituut voor Onderzoek van het Nederlandse Theater, met enkele acteurs en met haar man, de schrijver Han Meijer, aan een project over heksen, dat na een werkperiode van vier maanden tot een voorstelling over hekserij moet leiden. A. P.: „Han heeft zich waanzinnig geïnformeerd over hekserij.Van de Middeleeuwen tot McCarthy. Het is een fascinerend onderwerp. Het vreemde is, dat heksen niet bestaan maar gemaakt worden. Om de angst voor een mogelijke vijand te bezweren worden er mensen uit de groep gestoten en tot vijand gemaakt. Het is het bevestigen van het eigen geloof, door de ander de antikrist te laten wezen. Die dingen gebeuren in het klein ook: mensen duwen mekaar in rollen en dat kan extreme vormen aannemen. We willen de balans proberen te vinden tussen wat hekserij allemaal is: iets wat dicht bij je staat, waar je zo aan mee zou kunnen doen, maar tegelijk ook een wonderlijke mythe, want dat was het in de Middeleeuwen. „In onze heksenvoorstelling moet, in tegenstelling tot Fama, wel heel duidelijk zijn wat we willen zeggen. Hoe weet ik nog niet. Misschien ontwerpen we wel een film of een toneelstuk voor 20 mensen."

(foto's Lon van Keulen)

Elsa Leoni en Carol van Herwijnen in Fama Combinatoria