Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Zorg

Voorkeur voor artsen

Natuurlijk smokkelen Lenzlinger en zijn rotgenoten niet zomaar iedereen naar het Westen. Het Westduitse weekblad Der Spiegel heeft onlangs vastgesteld, dat de voorkeur van de organisaties uitgaat naar artsen. Wanneer dezen eenmaal in de Bondsrepubliek zijn gearriveerd, komen ze weer gemakkelijk aan de slag en kunnen dan zonder al te veel problemen het losgeld van gemiddeld 40.000 mark terugbetalen. Bovendien schijnen de Oostduitse artsen met elkaar gemeen te hebben, dat ze uiterst ontevreden zijn over de huidige situatie in de DDR. Ze klagen over de administratieve rompslomp, over het slecht functionerende gezondheidswezen (dat in de jaren zestig nog zeer voorbeeldig was), over het gebrek aan geneesmiddelen en over het tekort aan verplegend personeel. Verder oefent de partij een harde druk uit op alle artsen om politiek actief te worden; alleen in de partij zou een arts carrière kunnen maken. / Dit alles zou er de oorzaak van zijn, dat steeds meer Oostduitse artsen met de gedachte spelen naar het Westen te vluchten. Tot nog toe zijn in dit jaar al 115 artsen hierin geslaagd, met behulp van de smokkelorganisaties en tegen forse geldbedragen. Van deze aanzienlijke groep is het grootste deel afkomstig uit de wereldberoemde Charité-kliniek en uit het ziekenhuis Friedrichsheim, beide in Oost-Berlijn.

Vast staat dat de Oostduitse veiligheidsdienst eveneens de vluchtpoging van een flink aantal artsen heeft weten te verhinderen. Zo heeft de Frankfurter Allgemeine vorige maand gemeld, dat er in Oost-Berlijn vijftig artsen zijn gearresteerd, omdat zij naar de Bondsrepubliek de wijk wilden nemen. Verder is eerst enkele dagen dagen geleden bekend geworden, dat op 12 juli prof. dr. Hans Igel, leider van het gynaecologisch instituut aan de Charitékliniek, aan de Westduitse grens kon worden aangehouden. Terwijl Oostduitse grenswachten hem uit een vrachtauto haalden, arriveerden zijn vrouw en drie kinderen die in een andere vrachtwagen waren verborgen, wel in de Bondsrepubliek. Het Oostduitse partijorgaan Neues Deutschland meldde vorige maand over deze kwestie alleen, dat er twee Oostenrijkers waren gearresteerd, die „in opdracht van professionele bendes van mensenhandelaren, die van West-Berlijn en Wenen uit werken, hebben geprobeerd door misbruik te maken van de transitowegen personen in de Bondsrepubliek te sluizen". Dreigement Korte tijd later richtte het Oostduitse persbureau ADN het eerste openlijke dreigement aan het adres van Bonn. Het schreef dat ook de Oostduitse grenswachten dienst naar voorschrift

kunnen verrichten, als Bonn tegen de „internationale misdadigersorganisaties" niets wil ondernemen. In het transitoverdrag heeft de bondsregering zich immers verplicht „in het raam van haar mogelijkheden de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te treffen, opdat een misbruik van de transitowegen wordt verhinderd" (artikel 17). Dit openlijke dreigement kwam aan, nadat vertegenwoordigers van de bondsregering aanvankelijk alle Oostduitse protesten had afgewimpeld. De eerste die reageerde was staatssecretaris Gabert, verbonden aan de bondskanselarij. Hij kondigde haastig in een interview aan, dat er maatregelen tegen de organisaties waren te verwachten. Onderzocht zou worden of ze zich aan strafbare handelingen hadden schuldig gemaakt, bij voorbeeld het vervalsen van paspoorten of het uitbuiten van een noodsituatie. Na deze eerste stellingname van staatssecretaris Gabert hebben intussen de plannen van de Bondsregering om tegenmaatregelen te treffen, concretere vormen aangenomen. Op de steun van de CDU/CSU-oppositie kan zij hierbij waarschijnlijk niet rekenen. Nog het afgelopen weekeinde verklaarde het CDUBondsdaglid Reddemann, dat wanneer iemand — ook een organisatie — een Oostduits burger helpt te vluchten, dit „als noodweer" moet worden beschouwd.