Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Fotografie

De cas oorthuysstraat ik

Veel artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd. Deze technieken leiden niet altijd tot een correct resultaat. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. We werken aan verbetering.

Ben bewust on-esthetisch.

D5ze zomer publiceert het Cultureel Supplement een serie foto's van een achttal I jgrlandse fotografen, die allen dezelfde opdracht kregen: maak een foto van een I a t. De deelnemers zijn vrij in hun keuze: het kan een drukke straat zijn of een 8 -ia een straat in de provincie of in een grote stad — als de foto naar onderwerp t s jjj| maar enigszins typerend is voor hun werk. Hierbij de eerste aflevering, van r han d van de door talloze fotoboeken waarschijnlijk bekendste vertegenwoordiger ° ^ oudere generatie fotograferen: Cas Oorthuys. f \ f

. t raat van Cas Oorthuys ligt e „rakel, het dorp in het Gel... driestromenland waar zijn , r (jominee was en waar de milie Oorthuys een buitenhuis ft De fotograaf koos de Vdijk niet om zi i n charme, a ar omdat hij gaat verdwij>n - Brakel is één van de ri.rdorP en waar door verhoging an de dijk vele huizen afge•oken worden (een dertigtal is m et de grond gelijk gemaakt, *' volgen er nog 75). ■ rthuys: „Het is ontzettend ■ mm er dat die huizen worden Ë ebroken, het hele profiel van t dorp verdwijnt - als je op rivier gaat varen zie'je niet | ee r huizen boven de dijk uiteken. Het dorp wordt lelijker, er wordt zo weinig rekening ee gehouden dat mensen daar leven lang gewoond hebn De mensen worden hier lachelijk oud; onze buurman

is 92, op mijn foto staat Peter van Dalen van 88, die ook uit zijn huisje moet. „Ik ben in Brakel een soort zondagsfotograaf, ik fotografeer altijd als er baby'tjes geboren worden of als iemand heel oud wordt, dan krijg ik een fles jenever of een grote biefstuk. Het zijn zulke allerliefste mensen - de Bommelerwaard is een heel christelijk, heel gesloten gebied, honderd jaar geleden kon je er alleen met de zeilpont komen. Ik zit een soort sociologische fotografie te plegen, om van het verdwijnen van zo'n dorp toch iets vast te leggen." Cas Oorthuys, die dit jaar 65 wordt, heeft in zijn leven veel aan dat soort fotografie gedaan. Hij begon als bouwkundig tekenaar, schakelde in de crisis over op fotografie; na enkele jaren als reclamefotograaf trad hij in dienst van de Arbeiderspers - \

tot de Duitsers kwamen. In 1941 kocht hij van geleend geld de laatste Rolleiflex in Amsterdam, werd free lance fotograaf en bleef het. Free lancen in de oorlog betekende voor Oorthuys pasfoto's maken voor het verzet; in het laatste oorlogsjaar maakte hij deel uit van de . illegale groep „De ondergedoken camera", die zich tot doel stelde de verschrikkingen vast te leggen. Resultaat was het na de oorlog bij Contact verschenen fotoboek Amsterdam in de hongerwinter - Oorthuys zelf bundelde zijn oorlogsfoto's vijfentwintig jaar later nog eens in Het laatste jaar. De fotoboeken van Oorthuys zijn inmiddels niet meer te tellen. Hij produceerde de Schoonheid van ons land („Een vervelende serie", zegt hij nu) en vele, vele fotopockets (omdat het papier zo duur was geworden). Tegenwoordig zijn het voornamelijk representatieve fotoboeken voor de industrie. In hoeverre is nu de Waaldijk in Brakel typerend voor Oorthuys' werk? Hij laat de contactaf drukken zien: het straatje gefotografeerd door de spijlen van een ijzeren hek, gefotografeerd met vertekening, gefotografeerd met overstekende zwarte kat (mooi symbolisch, maar onscherp). Tenslotte schonk Peter van Dalen de meeste voldoening: „Ik laat nooit poseren, maar hij ging ogenblikkelijk zo staan. Ik organiseer nooit een foto, ik krijg een aversie tegen mijn vak als ik dat moet doen." De foto is gemaakt met een Hasselblad met groothoeklens. Een technisch detail dat onmiddellijk leidt tot de vraag: is fotografie kunst? Cas Oorthuys zegt: „Als iemand kans ziet om door middel van de techniek iets over te brengen van wat hij ziet, waarbij ook zijn denken en zijn gevoel mee bepalend zijn, dan is er sprake van kunst. Maar ik stel de schilderkunst veel hoger, ik zal nooit een foto aan de muur hangen — een foto moet een functie krijgen, in een krant of in een boek. Ik ben bewust on-esthetisch: de grote vijand van de fotograaf is het 'mooi maken'. Maar dat is ook voor mij een verleiding - ik moet er ook tegen vechten." MARJA ROSCAM ABBING