Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Eisenwichser of de monotonie van de arbeid

Door MARC CHAVANNES DEN HAAG, 17 jan. — Sinds Charley Chaplin in j 1936 Modern Times maakte, is er eerder meer dan minder aanleiding om theater te maken over de monotonie van de arbeid. De Duitser Heinrich Henkei, zelf jarenlang schilder in industrie en scheepsbouw, schreef met zijn Eisenwichser een scherp portret van twee constructieschilders in een onderaardse pijpleidingtunnel. Na de Nederlandse produktie bij de toneelggroep Centrum, twee jaar geleden, presenteerde het WIKOR nu speciaal voor scholieren een duitstalige voorstelling van het Westfalisches ! Landestheater. Engelse toneelschrijvers als Edward Bond, David Storey en Christopher Hampton geven wel een beeld van de leefwereld van ! mensen die hun arbeid verrichten, maar zelden werd het werk zelf zo onmiskenbaar levensecht uitgebeeld als in dit stuk van Henkei. Een jonge schilder, die van alles kan, wordt ingedeeld bij een oudere collega, die al 33 jaar in het vak is. De twee verschillen een generatie in leeftijd en opvattingen. De jonge zegt geen

dankjewel tegen de baas; hij heeft gewerkt voor zijn loon en daarmee uit. Hij vraagt zich af waar die stomme leidingen voor dienen, waarom ze zo netjes geschilderd moeten worden. De oudere maakt zichzelf wijs dat hij deze zelfstandige ondergrondse klus mag doen vanwege zijn betrouwbaarheid; de jonge zal aan die zelfde normen moeten voldoen. Het enige dat de jonge intusren weet is dat ze bovengronds meer verdienen. Binnen een mooi benauwd de^cor van pijpen en pijpjes zitten de twee eindeloos grijs te verven. Het effect van grijs op grijs is even weinig zichtbaar als dat van hun werk in het algemeen. In het tweede bedrijf (vijf maanden later) is de jonge schilder al zo gewend, of afgestompt, dat hij ook alleen nog maar mijmert over „vrijdag-betaaldag". Totdat de ventilatoren door een storing uitvallen en de mannen geleidelijk aan gaan hallucineren door de synthetische verfdampen. Verveeldheid en somberheid gaan over in een uitgelaten kliederboel; alles wordt rood en blauw ingesmeerd. Dan zakken ze over de pijpen in elkaar, om nog maar net op tijd ontdekt te worden. Heinrich Henkei heeft zelf een dergelijk ongeluk in de haven van Hamburg meegemaakt. En het heeft hem de ogen geopend voor de wereld waarin hij leefde. In het stuk mompelt de jonge schilder nadat ze gevonden zijn: „Doorwerken. Nog één meter". Zo maakt Henkei duidelijk welk soort arbeidssituatie hij onmenselijk vindt, zonder getheoretiseer of veel symboliek. Wel doet hij natuurlijk een keuze uit de feiten, want 33 jaar buizen verven duurt aanmerkelijk langer dan er een avond naar kijken.

Maar ook dat duurde sommigen uit het scholierenpubliek soms wat lang. Het is ook wel een opgaaf om in een toneelzaal twee uur naar de werkelijkheid te moeten kijken, en er dan nog in het Duits naar te moeten luisteren. Voor de meesten echter leek de grondige WIKOR-voorbereiding doeltreffend.

De voorstelling was dat ook meer dan waard. In de regie van Dieter Pflegrl waren Lothar Koster en Michael Grimm twee volkomen geloofwaardige constructieschilders. Door hun perfecte verstaanbaarheid en concentratie bewezen ze weer eens dat niets zo spannend is als kijken naar de werkelijkheid.

Lothar Koster (links) en Michael Grimm in Eisenwichser van Henkei