Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

De studentensport in een brede discussie

Door onze medewerker S. WARTENA

NIJMEGEN, 19 nov. — Studentenvoorzieningen zijn in universitair jargon gesubsidieerde levensvoorwaarden: Eten, een huis, geneeskundige hulp en ook sport en spel. De vraag of deze studenten-extraatjes moeten worden opgenomen in de ons allen ten dienste staande steunmogelijkheden, is theoretisch wel zo'n beetje door een ieder bevestigend beantwoord. Maar in de praktijk, zonder studieloon, koipt er niet zoveel van terecht.

Dit dilemma vormde voor de Nederlandse Studenten Sport Stichting aanleiding om samen met de Koninklijke Nederlandse Vereniging van Leraren en Onderwijzers in de lichamelijke opvoeding in het psychologisch laboratorium van de universiteit van Nijmegen een congres te organiseren onder de wat snorkende titel: Student, Sport en Maatschappij. Omdat het opgaan van studentensportcentra met personeel en subsidies in rijks- of gemeentevoorzieningen moeilijkheden oproept, zoals vertraging in de bouw van reeds geplande universitaire sportcentra, spaarzamer gebruik van de tegenwoordige outillage, hogere contributies en minder mogelijkheden, brengt men liever nog eens de specifieke taak van de universiteit inzake de lichamelijke vorming in het geding teneinde de status quo idiologisch te rechtvaardigen. De Nederlandse Studenten Sportstichting met een kantoór le Leiden, contacten onderhoudend met NSF, NOC, SISU (Internationale Studenten Sportorganisaties en regering heeft dan ook een lijvige reeks rapporten over dit onderwerp op zijn naam staan. die hun versluierende uitwerking niet missen. Ook de probleemstelling op dit congres dreigt weinig aan een duidelijk standpunt bij te dragen. Onoplosbaarheid Maar als dat toch gebeurt is het in de eerste plaats te danken aan de openingsrede van de Nijmeegse rector magnificus prof. dr. G. Brenninkmeyer, die kans zag in een kwartier tijds de problematiek en de voorlopige onoplosbaarheid daarvan precies te omschrijven. Daarmee maakte hij veel van de overige referaten overbodig. Hij stelde vast dat dit congres een ethische vraag behandelde: Behoort sport specifiek tot de universitaire taak ? Waarop het „kapitalistische" antwoord is: Wees blij met wat je hebt". Waarover de tegenstanders zullen opmerken dat anderen de voordelen op sportgebied ook niet hebben en waarom zij dan wel ? „Dat er sportfaciliteiten moeten zijn voor iedereen is juist, maar laten we toch de deur van de studentensportcentra niet te

gauw sluiten voor de steeds grotere aantallen studenten die er gebruik van maken", waarschuwde de rector magnificus. En cynisch besloot hij zijn openingswoord met de geruststelling dat de wetenschap over de gedragingen van de mens spoedig alles zal oplossen. Het standpunt van de meeste studenten, die liever gewoon wat aan sport doen en er zich verder niet zo druk over maken, was hiermee haarscherp gesteld. Verslechtering De tweede spreker, die het specifieke probleem van het congres niet zag en de zaak op een breder vlak bracht, was de secretaris van de Nederlandse Sport Federatie, dr. W. van Zij 11. Hij sprak duidelijk de banvloek uit over het huidige regeringsbeleid: „Zelfs de beroepsmensen, die zouden moeten worden ingezet om het gehele apparaat van vrijwillige en onmisbare, onbetaalde sportbestuurders te ondersteunen, kunnen niet worden opgeleid. De 1.2 miljoen kinderen, die lid zijn van een sportvereniging, moeten dus wel door leken en beunhazen worden begeleid". Sombere mogelijkheden en verslechtering van deze situatie schetste Van Zij 11 voor de naaste toekomst. Als een waar onheilsprofeet waarschuwde hij voor een door milieurampen geteisterde samenleving, die zijn prioriteitensysteem telkens zou moet enomgooien, hetgeen een verharding van standpunten veroorzaakt en het lief zijn voor elkaar van de jaren zestig volledig zal wegvagen." Nu al' zijn misschien miljarden geïnvesteerd in gebieden waar niemand binnenkort meer wil wonen en werken". Stappen terug „We zullen stappen terug moeten doen, hals-over-kop enorme bedragen in water en lucht moeten investeren. De steun voor de sport kan mis - schien alleen maar worden verkregen als de hart- en vaatziekte-curve plotseling onrustbarend gaat stijgen". Wellicht wat zwaar aangezet was de schets van deze sportfunctionaris toch nuttig om de proportie van het congresprobleem aa nte duiden. Hopelijk zal deze lezing zijn uitwerking op de discussies niet missen, al zijn sportmensen meestal niet op teveel veranderingen ingesteld. Het voortreffelijk georganiseerde tweedaagse Nijmeegse congres is echter een te mooie gelegenheid om niet een van de vele schimmige ideeën over sport uit de Nederlandse sportwereld te behandelen: Studentensport. — Voetbal. Het Russische elftal heeft gisteren in Wenen in een voorronde voor de Olympische Spelen met 1—0 gewonnen van Oostenrijk. De winnende treffer werd in de 73e minuut door Andreassjan gemaakt. Enkele weken geleden klopte Rusland in Moskou de Oostenrijkers reeds met 4—0 (ANP).