Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Bangla Deshbeweging raakt scherp verdeeld

Nieuwsdienst I>e Monde PARIJS, 18 nov. Acht maanden na het begin van de Pakistaanse repressie in Oost-Bengalen zijn de meningsverschillen tussen de verzetsbewegingen die…

Nieuwsdienst I>e Monde PARIJS, 18 nov. Acht maanden na het begin van de Pakistaanse repressie in Oost-Bengalen zijn de meningsverschillen tussen de verzetsbewegingen die voorstander zijn van de onafhankelijkheid van Bangla Desh aan het licht gekomen. Het enthousiasme van de eerste tijd maakt plaats voor een scherpe rivaliteit en voor ideo ogische botsingen tussen de Awamiliga en sommige linkse organisaties. Het gezag van de „regering van de republiek Bangla Desh" wordt betwist door een deel van de vluchtelingen en van de verzetstrijders. Er zijn zelfs gevechten geweest tusseji „geregelde" troepen van de Awamiliga met guerrilleros van de National Awami Party (NAP) een linkse groep die geleid wordt door Maulana Bhashani. De NAP is in 1957 ontstaan uit een splitsing in de Awamiliga oncler leiding van Maulana Bhashani, een van de twee oprichters

van de Liga en de meest geëerbiedigde boerenleider van Bengalen. Hij verweet de Liga, wier secretaris-generaal de gevangen zittende sheik Mujibur Rahman was, diens pro-Amerikaanse en voor de „feodalen" gunstige beleid. De NAP en de meeste linkse Bengaalse organisaties hebben de verkiezingen van december 1970 geboycot die in Oost-Pakistan 167 van de 169 beschikbare zetels aan de Awamiliga gaf. Sinds het begin van de repressie in maart 1971 is de NAP met de guerrilla begonnen steunend op haar vele kaders op het platteland. De beweging heeft een zetel in het raadgevende comité dat onlangs is gevormd door de „regering van Bangla Desh" en waarvan de bevoegdheden zeer beperkt zijn. Bergen Terwijl de strijdkrachten van de Awamiliga een zekere controle hebben over zones in de nabijheid/ van West-Bengalen (India) schijnen die van de NAP hun bases te hebben gevestigd in de bergen van Assam en van Meghalaya, meer naar het oosten.

Het is zeer moeilijk te schatten hoe sterk zi.i zijn aangezieff de Indiase staten Assam, Meghalaya en Tripura al sinds maanden verboden gebied zijn voor buitenlanders met inbegrip van de leden van hulpverleningsorganisaties en van journalisten zonder een speciale pas. De taak van de verzetsstrijders van de NAP is niet makkelijk, zo blijkt uit wat zij zelf vertellen en wat overigens vaak wordt geloochend door de autoriteiten van India en van Bangla Desh. In een brief uit Assam schrijft een lid van de NAP dat de verzetstrijders (boeren en studenten) van het district Sylhet, onder bevel van Assader Ali en Ashek Ali. wier basis is in het gebied van Tamahill, gevochten hebben met Pakistaanse regeringstroepen. Een van hun leiders, Zahide, zou door een schot in de rug zijn getroffen, gelost door een groep van de Awamiliga. Een commando dat terugkeerde van een operatie en zich had meester gemaakt van enkele karren met voorraden benzine, rijst en suiker, moest die buit laten confiskeren door vertegenwoordigers van de Liga die gesteund werden door Indase autoriteiten. Verinoord De correspondent van het Amerikaanse nieuwsagentschap AP schrijft dat de „erkende" eenheden van de Moukhti Bahini (de verzetsstrijders) de linkse elementen die zij „Naxaliten" noemen trachten te elimineren. Honderden zouden in september in West-Bengalen zijn vermoord. De NAP beschuldigt New Delhi ervan duizenden van zijn militanten gevangen te houden. Assader Ali zou gevangen zijn genomen en driehonderd van zijn partijgangers, onder wie de studentenleider Dilip Barua. Zij zouden zijn opgesloten in de gevangenis van Shillong in Assam. De zwaarste beschuldiging tegen India en de Awamiliga betreft de negentigjarige leider van de NAP. Maulana Bhashani, die een gedwongen verblijfplaats zou hebben gekregen en die inderdaad sinds maart jl. niet is gezien. De Indiase regering verklaart niets over hem te weten maar heeft aan de Britse tak van de NAP een door Bhashani ondertekende brief gestuurd waarin deze zegt te zijn ondergedoken. De vraag is waarom Bhashani, f s hij in Oost-Bengalen is, het nodig acht zich van Indiase bemiddeling te bedienen op gevaar af dat hij de indruk wekt een Indiase fizal te zijn, iets wat hij altijd heeft willen vermijden. Als hij is ondergedoken in India zou dat betekenen d?t hij zich in dat land niet meer veilig voelt. Oppassen De Indiase politiek van steun aan de Awamiliga is gebaseerd op de vrees voor versterking van de linkse bewegingen in Bangla Desh, die een besmettingsgevaar zouden vorrrren voor West-Bengalen waar de marxisten sterk zijn. De NAP en soortgelijke organisaties zijn daardoor in een moeilijke situatie gekomen. Ze krijgen geen materie'# steun en moeten vechten tegen de Pakistaanse troepen terwijl ze tegelijk moeten oppassen voor de Indiase strijdkrachten aan de grens.