Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

Kunst met het eigen lichaam als materiaal

AMSTERDAM, 9 nov. — Gedurende het leven moet je het toch als een van de taken beschouwen het eigen lichaam er zo onbeschadigd mogelijk doorheen te helpen. Experimenteren met jezelf en kans op beschadiging hoort dan ook thuis in de dat-doe-je-niet-sfeer. Kinderen experimenteren met zichzelf om te kijken hoever ze kunnen gaan en wat ze kunnen uithouden. Het is een training die voortkomt uit angst. Maar ook kunstenaars spelen met hun lichaam. Misschien zijn de zelfportretten er een sublimering van. Tegenwoordig wordt het echter concreter aangepakt. Kunstenaars gebruiken als materiaal voor hun onderzoekingen werkelijk hun eigen lichaam. Duidelijk liet Ger van Elk dat zien in de serie „beeldende kunstenaars maken televisie" van Openbaar Kunstbezit op 14, 21 en 28 febr. 1971. Een van zijn projecten was: Beeldhouwkunst, fase 1: transpiratie; Beeldhouwkunst, fase 2: kippevel. Hij wilde hiermee laten zien hoe hij, onbewogen, zijn lichaam als beeldhouwersmateriaal beschikbaar stelde aan een situatie van buiten af (i.c. sauna met afkoelingsruimte). Er ontstond daardoor een relatie tussen de achtergrond (de sauna) en het veroorzaakte effect op de huid. Video De eerste show van „bodyworks" per video was in San Francisco op 18 okt. 1970 in Breens bar. Hieraan deden o.a. Vito Acconci (1940, New York, oorspronkelijk dichter), Bruce Nauman (1941, Fort Wayne, Indiana, USA) en Dennis Oppenheim (1938, Mason City, Washington, USA) mee. Ook al gebruiken ze alle drie hun lichaam als medium bij hun werkstukken, toch is de er achter liggende filosofie van elk weer anders. Vito Acconci is helemaal niet geïnteresseerd in zijn lichaam als stuk beeldhouwwerk, maar ziet het meer met betrekking tot het geheugen en allerlei leerprocessen. Hij is daardoor dus helemaal, naar binnen gericht, met zichzelf bezig. Zijn eigen lichaam wil hij beteï leren kennen en beheersen, via allerlei bijna tot zelfvernietiging leidende experimenten. Bruce Nauman werkt ook aan de bewustwording van zijn lichaam. Bij hem gaat het vooral om de soorten spanningen die er tengevolge van bepaalde situaties kunnen ontstaan. Ploegen Maar Dennis Oppenheim, die op het ogenblik een tentoonstelling heeft bij galerie 20 (Amsterdam) geeft veel meer de indruk zijn lichaam als beeldend materiaal te gebruiken. In zijn „landart"-projecten hanteerde hij de natuur ook al zo, door b.v. met ploegen en tractoren in land, met of zonder sneeuw, sporen te trekken. Daarbij gebruikte hij zijn lichaam in relatie met het landschap door languit van een gravelberg af te glijden, door tussen twee heuveltjes dezelfde boog als de kuil te vormen enz.

Bij galerie 20 zijn verschillende video tapes waarop hij bezig is met zichzelf en zijn familie. Bij het schuren van zijn groteteennagel, waarvan de flinters afvliegen, worden duidelijk de bewerker en zijn materiaal één. Op een andere film trekt hij haren uit zijn hoofd, maakt er zorgvuldig een pluk van, en begint hem weg te blazen door een nauw gangetje, notabene met hetzelfde hoofd als dat wat het produceerde. De band met het eigene wordt langzaam verbroken. In een van de familiefilmpjey tekent Oppenheim met een viltstift lijnen op de rug van zijn dochtertje en zij tekent wat zij voelt weer op de rug van haar broertje, die het naar zijn gevoel reproduceert op de muur. Die gevoelsoverdracht van vader op zoon en kijken wat daarvan overblijft, heeft iets expressionistisch. Net zoals de stenengooierij. Van vier of vijf hoog gooit zijn (niet zichtbare) vrouw bakstenen naar beneden. Het is de bedoeling dat ze terechtkomen in een niet zo grote cirkel, waar haar man in het midden staat, met de rug naar haar toe. Tijdens dit levensgevaarlijke spelletje wordt de uitdrukking van zijn vertrokken gezicht gefilmd. Tussen oorzaak en gevolg is een onmiddellijk zichtbare relatie. Behalve op Sonsbeek deze zomer, zijn dit soort experimenten voor het eerst hier te zien. Deze expositie is tot en met 15 november. Yaki Kornblit, die met galerie 20 net van de Willemsparkweg naar de Jacob Obrechtstraat 1 (vlakbij het Vondelpark, tel. 760156) is verhuisd, wil deze richting gaan volgen en via exposities laten zien wat er zich internationaal

op dit terrein afspeelt. De tijdschriften die dat op het ogenblik bijhouden zijn: Avalanche (New York) en Interfunktionen (Keulen, opl. 1000). De Nederlandse kunstenaars Pienter Engels, Jeroen Henneman, Wim Schippers en Woody van Amen blijven vaste mensen bij galerie 20.