Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Woninginrichters weinig gebaat bij salarisverhogingen

Door een onzer redacteuren DEN HAAG, 9 nov. — De consument is over het algemeen niet bereid een salarisverbetering te besteden aan meubelen en woningtextiel. Alleen bij een forse opslag gaat de kooplust wat meer in de richting van interieurartikelen, zo is gebleken uit een enquête waarover het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf verslag uitbrengt. Een flinke inkomensverbetering wordt voor verreweg de grootste groep gebruikt om meer te sparen of te beleggen. Daarna wordt de vakantie als de meest geprefereerde uitgavencategorie genoemd, gevolgd door duurzame gebruiksgoederen als tv en wasmachine. Pas daarna komen meubelen, vervolgens de auto, woningtextiel en kleding. Gemiddeld schat de consument de gebruiksduur van hedendaagse zitkamermeubelen op 9% jaar. Bijna driekwart van de mensen die zich voor het eerst inrichten, schaffen het gehele meubilair ineens aan. Bijna alle gezinnen hebben een eetkamerameubelement. Een bergmeubel komt in 88 procent van de woningen voor en een bankstel in 73 procent van de woningen.

Het belangrijkste motief om meubelen te gaan kopen is slijtage van het huidige meubilair (28 procent van de ondervraagden). Achttien procent geeft als reden een huwelijk op, vijftien procent een verhuizing en veertien procent wil eens wat nieuws en zes procent noemt veranderingen in de gezinssamenstelling als motief. De jongere consumenten kopen relatief het meeste meubilair. De aankopen van ouderen zijn vaker vervangingsaankopen. Ongeveer een op elke twee consumenten koopt het meubilair bij een speciaalzaak voor meubelen en woninginrichting. Zeventien procent prefereert de fabriekstoonzaal. Maar vier procent koopt in een warenhuis. Het gemiddelde aankoopbedrag bii een belangrijke meubelaanschaf is 1600 gulden. Niet minder dan 36 procent van de ondervraagden kreeg bij de laatste aankoop korting. Slechts 8 procent was naderhand ontevreden over de aankoop. De tapijtmarkt lijkt zich op dit moment volgens het EIM te herstellen na de inzinking van 1969. Er is een duidelijke versnelling m het vervangingsproces. Het merendeel van de ondervraagt' heeft vloerbedekking in huis die hoogstens vijf jaar geleden werd gekocht. De voornaamste koopmotieven voor woningtextiel zijn: slijtage (43 procent), verhuizing (25 procent) en huwelijk (10 procent).