Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Toerisme

Meeste Nederlanders organiseren zelf vakantie

Door een verslaggever AMSTERDAM, 20 juli — Bijna 70 procent van de Nederlanders die naar het buitenland met vakantie gaan organiseren hun vakantiereis zelf. Slechts 17 procent maakt gebruik van de diensten van een reisbureau. Ongeveer 13 procent maakt groepsreizen met een reisleider. Een krappe meerderheid van de buitenlandse vakantiegangers bespreekt iets voordat hij op reis gaat. Een tamelijk groot aantal

mensen (47 pet.) vertrekt zonder absoluut iets te hebben gereserveerd en gaat dus op goed geluk met vakantie naar het buitenland. Dit blijkt uit het laatste deel van het vakantie-onderzoek dat het Centraal Bureau voor de Statistiek in de zomer van 1969 heeft ingesteld. Ook in het vakantieverkeer naar het buitenland neemt de auto de belangrijkste positie in (ruim 63 procent). Naar België en Luxemburg gaat zelfs 90 procent met de auto, naar Duitsland meer dan 70 pet. Naar Engeland

gaat slechts 11 pet. met de auto. Het linkse verkeer en de Noordzee blijken een geduchte barrière te vormen. Het marktaandeel van het vliegtuig komt met 12,8 pet. op de tweede plaats. Opvallend is dat een kwart van de vakantiegangers naar Oostenrijk met de touringcar gaat. Meer dan 80 procent van alle buitenlandse vakanties worden doorgebracht op een vaste standplaats. Het meest „standvastig" zijn de Nederlanders die met vakantie zijn in Spanje, Portugal, Italië en ook wel Oostenrijk en Zwitserland. Zeer treklustig daarentegen zijn zij die naar de Scandinavische landen en Finland gaan. Bijna de helft van de Nederlanders die deze landen bezoeken, maken er

een trekvakantie Van. In iets mindere mate gebeurt dit ook in Joegoslavië, Griekenland, de Britse eilanden en Ierland. Evenals bij vakanties in het eigen land is het ook bij vakantiereizen naar het buitenland uitzondering dat men alleen op reis gaat. Nog geen 3 procent van de vakantiegangers reist zonder gezelschap af. In bijna 90 pet. van de gevallen bestaat dat gezelschap uit een of meer gezinsleden. Middengroepen Meer dan de helft van de 2,7 miljoen Nederlanders die in de zomer van 1969 naar het buitenland met vakantie gingen, zo constateerde het CBS, kwamen voort uit de zogenaamde middengroepen (hoofdarbeiders). Ruim 20 procent viel onder de categorie van de handarbeiders. De hoofdarbeiders blijken een voorkeur te hebben voor landen als Frankrijk, Joegoslavië en Scandinavië. De handarbeiders richten zich daarentegen naar verhouding sterk op West-Duitsland en Oostenrijk. Vooral Frankrijk recruteert zijn Nederlandse vakantiegangers uit de groepen met hogere inkomens. Het opleidingsniveau is evenals het inkomen van invloed op de vakantiebestemming. Vakantiegangers uit de hogere opleidingsniveaus gaan duidelijk meer naar het buitenland. Zij vormen een meerderheid van de bezoekers van landen als Frankrijk, Joegoslavië, Griekenland en Finland. Zij die in 1969 België en Duitsland als vakantiebestemming kozen, hadden in meerderheid basis- en uitgebreid onderwijs. Vakantielanden waar de jeugd sterk vertegenwoordigd is zijn België, Italië en Scandinavië. Spanje en Portugal

zijn sterk in trek bij de middengroepen (tussen 18 en 39 jaar), terwijl landen als Zwitserland, Oostenrijk, Joegoslavië en Engeland veel oudere vakantiegangers aantrekken. Grote steden De regionale herkomst en met name de mate van verstedelijking van de woonplaats blijkt het buitenlands vakantiebezoek van de Nederlanders sterk te beïnvloeden. Uit de streken met een sterk plattelandskarakter, zoals de drie noordelijke provincies komen relatief gezien betrekkelijk weinig mensen die in het buitenland op vakantie gaan. In het noorden en oosten van het land richt men zich voor zijn buitenlandse vakantie tamelijk sterk op Duitsland en, hoewel in mindere mate op Noord-Europa. Precies een kwart van alle mensen die in het buitenland op vakantie gaan was in 1969 afkomstig uit de drie grootste steden. Van hen die naar Engeland gingen was dat zelfs 45 pet. in tegenstelling tot België en Luxemburg waar slechts 7,5 pet. van het Nederlands vakantiepubliek afkomstig was uit Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Hotel en pension waren in 1969 voor de Nederlanders in het buitenland veruit de meest gebruikte logiesvorm (45 pet.). Daarna volgde de tent (26 pet.), zomerhuisje en bungalow (ruim 15 pet.) en de (klap)caravan (7,3 pet.). In België is de tent echter favoriet bij de Nederlanders (40 pet). Caravanvakanties zijn relatief belangrijk in Frankrijk en Zwitserland, terwijl zomerhuisjes, bungalows en appartementen bijna 30 pet. van de vakantieverblijven in Spanje en Portugal voor hun rekening nemen.

Van de vakantiegangers gebruikt 63 pet de eigen auto als vervoermiddel naar en van de plaats van bestemming. By de grenzen veroorzaakt deze massale toevloed nogal eens opstoppingen.