Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Wol- en tapijtfabrikanten staan er veel beter voor

Door een onzer redacteuren TILBURG, 13 juli — De Nederlandse .wol- en tapijtindustrie is duidelijk in beter vaarwater beland. Na een jaar van verdergaande inkrimpingen, waarin opnieuw een belangrijke teruggang van het personeelsbestand werd geregistreerd, is de orderpositie duidelijk verbeterd. Dit komt vooral door een veel hogere ontvangst van exportorders. De binnenlandse orderportefeuille is vrijwel gelijk gebleven aan die van vorig jaar. Ook in 1970 heeft de wolverwerkende industrie al zeer goede exportresultaten geboekt, zij het dat hiermee de teruggang in de binnenlandse verkopen niet helemaal kon worden goed gemaakt. Uit het jaarverslag van de Federatie Nederlandse wolindustrie (Fenewol) blijkt dat de totale omzet van de wolspinnerijen en -weverijen vorig jaar met 2,5 procent is teruggelopen tot 418 miljoen gulden. De binnenlandse afzet verminderde met 11 procent, waartegenover een exportstijging stond van 12 procent. Omdat het aantal bedrijven verder verminderde — van 60 tot 57 — was er per bedrijf toch van een omzetvergroting sprake. Tapijt De tapijtindustrie heeft vorig jaar een omzetstijging van 12 procent gerealiseerd. De verkopen stegen met bijna 50 miljoen gulden tot ongeveer 465 miljoen. Het personeelscijfer van de tapijtindustrie geeft voor het eerst sinds jaren een daling te zien: van 4452 tot 4306. Voor de wolen tapijtindustrie als geheel was er een vermindering van het personeelsbestand met 1600 tot 13.077 mensen. De Nederlandse handel in wolprodukten met het buitenland heeft zich in 1970 zeer gunstig ontwikkeld. In vele sectoren stond tegenover een gestegen export een verminderde import. De Nederlandse industrie heeft dus haar aandeel in het binnenlandse verbruik voor het eerst sinds jaren weer kunnen verhogen. Bovendien hebben zij hun exporten van handbreigarens, kledingstoffen,

dekens, meubelstoffen, gordijnstoffen en haardoek weten op te voeren tot vrijwel het peil van de importen in deze artikelen. In 1969 was er een importoverschot van 36 miljoen gulden. Vorig jaar waren de importen nog maar amper een miljoen gulden groter dan de uitvoer. Ook in de tapijtsector is het importoverschot aanzienlijk ingekrompen: van 31 miljoen tot 2 miljoen. De exportwinst werd vooral bereikt op de Westduitse markt. De Fenewol verwacht dat de verbeterde verhouding tussen invoer en uitvoer niet alleen maar een voorbijgaand verschijnsel zal zijn. Geen fusies De wolindustrie is kennelijk van mening veranderd over de noodzaak tot samenwerking van de bedrijven. In afwijking van wat indertijd in het structuurrapport over de bedrijfstak werd bepleit, neemt de Fenewol in haar jaarverslag stelling tegen volledige samenwerking van ondernemingen, omdat dit het risico van marktverlies zou kunnen inhouden. „Meer en meer gaan de gedachten in de richting van samenwerking op produktie-technisch niveau, waardoor dit risico wordt uitgeschakeld, terwijl bovendien deze vorm van samenwerking belangrijk minder financiële offers eist dan volledige samenwerking," aldus de Fenewol. De kamgarenspinnerijen hebben vorig jaar, dank zij een met 40 procent gestegen export, hun produktie met 5,5 procent kunnen opvoeren. Bijzonder gunstig was de gang van zaken bij de spinnerijen van handbreigarens. De binnenlandse verkopen van breiwol stegen met 23 procent, terwijl de export met 19 procent kon worden verhoogd. De voorraden bij de industrie daalden tot een ongekend laag peil. De produktie van kledingstoffen is met 7,5 procent gedaald, vooral in de sector damesstoffen. De binnenlandse verkopen van de industrie verminderden met 6 procent; de export nam met ruim 14 procent toe. Dekens Het Nederlandse verbruik van dekens liep met ruim honderdduizend stuks terug tot 2,3 miljoen stuks. Dit komt vooral door de zeer snel teruglopende vraag naar goedkope rayonnen dekens. De produktie van deze dekensoort in Nederland verminderde

met bijna 40 procent. Ook de produktie van de andere soorten dekens was lager, voornamelijk wegens het feit dat de geleidelijke stillegging van de dekenafdeling van Hatéma-Texoprint vorig jaar haar beslag heeft gekregen. Het Nederlandse tapijtverbruik steeg in 1970 met 7 procent tot 32,3 miljoen vierkante meter. Per hoofd van de bevolking kwam het verbruik van 2,5 op 2,7 vierkante meter terecht. De Nederlandse tapijtindustrie produceerde 21 procent meer dan in 1969. De groei kwam weer vrijwel geheel uit de sector van de tufted-tapijten. De binnenlandse verkopen van de Nederlandse industrie stegen met 23 procent, waardoor de voordien steeds sterk gegroeide importen voor het eerst sinds jaren wat werden teruggedrongen. De Nederlandse tapijtexport steeg met meer dan 25 procent tot ruim 10 miljoen vierkante meter.

De tapijtfabrieken hebben hun produktie weer sterk kunnen opvoeren. Vooral het nietg eweven tapijt (tufted en vilt) zette zijn opmars voort. Op de foto een tuftedmachine van Hatéma.