Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Stichting voor de huisvesting van buitenlandse arbeiders

Door een verslaggever Om een betere regeling tot stand te brengen voor de huisvesting van de circa 15.000 buitenlandse werknemers in Amsterdam, is de Stichting Huisvesting Buitenlandse Werknemers opgericht. Vorige week, kort nadat de Stichting Buitenlandse Werknemers binnenhuis de eerste verjaardag vierde van haar plan voor een speciale Stichting Huisvestiging, is de oprichtingsacte voor zo'n stichting aan de notaris voorgelegd. Binnenkort zal de gemeente Amsterdam in een advertentie in de dagbladen sollicitanten oproepen voor een nieuwe gemeentefunctie: een coördinator voor de nieuwe 'huisvestinssstichting. De coordinator zal zich moeten bezinnen op alle mogelij kden o.m. de huisvesting van buitenlandse werknemers te verbeteren. Daarbij denkt men in eerste instantie aan de lege panden in de gemeente, die voor huisvesting van buitenlanders geschikt gemaakt kunnen

worden. De stichting zal deze panden moeten aankopen of huren. Volgens het plan van de Stichting Buitenlandse Werknemers moeten de bedrijven een bepaald bedrag geven voor elke werknemer, die de panden van de Stichting gebruikt. De oprichting van een stichting voor de huisvesting van gastarbeiders werd door de gemeente al in het vooruitzicht gesteld in december van het vorige jaar, toen bij een brand in de Paardenstraat negen buitenlandse arbeiders om het leven kwamen. Het Stichtingsplan, al ingediend in september van dat jaar, werd toen uit de gemeentela gediept en voorgelegd aan vertegenwoordigers van de Amsterdamse industrieën. Tussen de Kamer van Koophandel, De Amsterdamse Industrie-Vereniging, de Stichting Buitenlandse Werknemers en de gemeente ontstond daarna een regelmatig overleg, wat echter vaak nogal moeizaam verliep. Wethouder Kuypers, die namens de gemeente aan het overleg deelnam: „Voornaamste knelpunt was natuurlijk de financiële regeling. De bedrijven stonden zeker welwillend tegen het plan, maar wilden te vrijblijvend in de Stichting participeren." De vrijblijvende houding van

de bedrijven illustreert wethouder Kuypers met een voorbeeld: „Ik kreeg de opbrengst onder ogen van een collecte onder de bedrijven om de begrafenis te financieren van de slachtoffers in de Paardenstraat. De kosten bedroegen 17 duizend gulden, maar de bedrijven brachten samen niet meer dan 17 honderd gulden bij elkaar." Eind augustus zal de gemeente het Stichtingsbestuur benoemen, waarvoor van de vakbeweging, industrieverenigingen en gemeente zijn aangezocht. De wethouder heeft nog geen lijst klaar van panden die voor de Stichting geschikt zouden zijn. Hij vreest dat maar weinig lege gemeentepanden in aanmerking kunnen komen en dat men van particulieren zal moeten kopen of huren. Dat zou de pensionprijs voor de bedrijven wel eens minder aantrekkelijk kunnen maken. Wethouder Kuypers: „ De prijs zal misschien in enkele gevallen iets hoger uitvallen, maar daar wordt dan ook oneindig veel meer voor geboden. De bedrijven zoeken inderdaad vrijwel altijd de goedkoopste oplossing, maar zij moeten ook begrijpen dat het bedrijf gebaat is bij een goede geestelijke en lichamelijke conditie van hun werkne~