Branded Content
Branded Content XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.
Anne Huijnen

Knippen en plakken met gewassen

Sleutelen aan het DNA van planten om ze betere eigenschappen te geven. Het kan met CRISPR-Cas. Wat levert het de samenleving op en is de technologie veilig?

Graanvelden met een dubbele opbrengst, champignons die niet bruin worden, planten die tegen droogte kunnen, aardappelplanten die ongevoelig zijn voor schimmels zodat pesticiden niet meer nodig zijn. Het is allemaal mogelijk dankzij de laatste technologieën op het gebied van genetische modificatie van gewassen: CRISPR-Cas, ook wel CRISPR genoemd. “Kort gezegd maak je met deze technologie een knipje in een ongewenste erfelijke eigenschap waardoor deze verdwijnt. Gewenste eigenschappen toevoegen kan ook”, zegt dr. ing. Jan Schaart, verbonden aan Wageningen University & Research. Het onderwerp is controversieel, want knoeien met DNA in zoiets gevoeligs als ons voedsel roept bij menigeen al snel weerstand op. Voedsel is tenslotte emotie. Daarom is er in de loop der jaren steeds meer aandacht voor biologisch voedsel waar zo min mogelijk mee gerommeld is.

Extra genen of genen aanpassen

Toch moeten we de term ‘biologisch’ wel relativeren, meent Schaart, die als wetenschapper al dertig jaar bezig is met genetische biotechnologie. “Veel van ons organische en biologische eten van vandaag de dag is het resultaat van decennialang toegepaste technologieën. Al sinds een eeuw worden gewassen bestraald met gamma- en röntgenstralen of met chemicaliën bewerkt, zodat ze bijvoorbeeld meer smaak hebben, productiever zijn en er nieuwe variaties ontstaan. En ook door het kruisen en veredelen van planten verandert de DNA-structuur van een gewas, zodat deze geschikter is voor het produceren van voedsel.”
Schaart benadrukt nog dat er twee klassen van genetisch gemodificeerde organismen (GMO) zijn: de ‘oude’ en ‘nieuwe’. Schaart: “Bij de ‘oude’ manier van GMO worden extra genen aan de plant toegevoegd. Met CRISPR worden genen die al in de plant zitten, aangepast. Er worden dus geen extra genen aan de plant toegevoegd. Daarom zijn deze planten in principe ook niet te onderscheiden van planten ontwikkeld met traditionele veredelingstechnieken.”

Elke zeven jaar een betere versie

Het probleem van het veredelen op de ‘natuurlijke manier’ is dat dit lang duurt. Schaart: “Als je aan appelveredeling wilt doen, kun je slechts elke zeven jaar een betere versie van een appel creëren. Zo lang duurt het voordat een appelzaadje een nieuwe appelboom is geworden die nieuwe appels voortbrengt. Dat is dus een eindeloos lang traject. Bovendien is het schieten met hagel omdat je niet zeker weet of je wel het juiste resultaat krijgt. Met CRISPR kunnen we én gericht schieten én de gewenste verandering direct realiseren. Hierdoor kun je bijvoorbeeld aan een goed gewas een extra ziekteresistentie toevoegen zonder dat hierbij – zoals bij kruisen vaak wél gebeurt – een unieke combinatie van eigenschappen verloren gaat. Bovendien kunnen we er met deze techniek voor zorgen dat ons voedsel voedzamer wordt, er geen bestrijdingsmiddelen meer nodig zijn om een gewas te beschermen, en we tegelijkertijd minder landbouwgrond nodig hebben.”

Ei van Columbus?

Het ei van Columbus zou je zeggen. Toch zijn er ook tegenstanders van GMO, hoewel erop lijkt dat deze steeds minder van zich laten horen. Zo heeft Greenpeace zich altijd negatief uitgesproken over de techniek. “GMO is onvoorspelbaar. Niemand weet wat er gebeurt als een gen niet goed terechtkomt”, zo staat op hun website te lezen in een publicatie uit 2018, een bezwaar dat vooral geldt voor de ‘oude’ manier van GMO. Van recentere datum valt er echter weinig te vinden. Ook wilde of kon de milieuorganisatie niet meewerken aan dit artikel.
Oud-Greenpeace-aanhanger en wetenschapsjournalist Hidde Boersma, tevens microbioloog, liet drie jaar geleden in een opiniestuk in de Volkskrant al weten dat hij een draai had gemaakt. Alarmerende berichten op internet over de meest vreselijke ziektes en allergieën die gentechnologie zou veroorzaken kloppen zijns inziens niet. “De techniek kan zowel mensen als de planeet vooruithelpen, is mijn stellige overtuiging”, aldus Boersma. Schaart kan dit alleen maar beamen. “Gentechnologie is veilig.”

Regelgeving blijft achter

Gentechnologie heeft kortom een enorme potentie en kan veel voedselproblemen oplossen. Toch mag vooralsnog niemand in Europa ermee aan de slag. In 2018 oordeelde het Europese Hof dat CRISPR-Cas aan dezelfde regels moet voldoen als andere technieken voor genetische manipulatie. In veel andere delen van de wereld mag deze techniek wél worden toegepast. De gewassen mogen officieel Nederland niet in, maar in de praktijk is dat lastig te controleren. Als gevolg van de strenge Europese regelgeving trekken sommige Nederlandse bedrijven dan ook hun conclusies. Zo maakte eerder dit jaar het Nederlandse aardappelveredelings- en pootgoedbedrijf HZPC bekend dat het veldproeven met gentech-aardappelen voortaan in Canada gaat uitvoeren. Hiermee verliest Nederland potentieel terrein als het gaat om plantenveredeling.Vanuit de sector wordt dan ook hard gelobbyd bij de Europese Commissie om nieuwe veredelingstechnieken toe te staan. Schaart: “De regelgeving stamt uit de jaren tachtig van de vorige eeuw en is van toepassing op ‘oude’ klasse van GMO’s waarbij extra genen aan een plant worden toegevoegd. Dat is met CRISPR niet aan de orde. Hoogste tijd dus voor een update van de regels. We werken er hard aan.”

Tekst Irene Schoemakers

XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.