Hoe kleine clubs geld verdienen aan grote spelers: waar gaan transferbedragen heen?

Alle clubs Betaald voetbal Hoofdklasse Overige klassen

De tien grootste transfers per jaar van Nederlandse spelers in de periode 2003-2013

Solidariteitsbijdrage

Sinds 2001 dient een voetbalclub bij een inter-nationale transfer 5 procent van de transfersom die het betaalt af te staan. Deze vergoeding wordt de solidariteitsbijdrage genoemd. Het geld wordt naar ratio van het aantal speeljaren verdeeld onder de jeugdclubs waar de betrokken speler tussen zijn 12e en 23ste levensjaar heeft gevoetbald, zowel onder amateur- als profclubs. Sinds 2004 geldt in Nederland een vergelijkbaar systeem voor binnenlandse transfers. Bij elke transfer wordt de solidariteitsbijdrage opnieuw uitgekeerd. Hieronder staan de percentages:

Leeftijd van speler FIFA    KNVB 
12 jaar 5% 5%
13 jaar 5% 5%
14 jaar 5% 10%
15 jaar 5% 10%
16 jaar 10% 10%
17 jaar 10% 10%
18 jaar 10% 10%
19 jaar 10% 10%
20 jaar 10% 10%
21 jaar 10% 10%
22 jaar 10% 10%
23 jaar 10% -

Opleidingsvergoeding

Als een speler zijn eerste profcontract ondertekent, heeft elke voetbalclub waar de speler tussen zijn 9e en 20ste levensjaar op amateurbasis voor uitkwam recht op € 1.355 per jaar. Dit heet de opleidingsvergoeding. Het huidige tarief is door de FIFA in 2009 ingesteld. Daarvoor gold er sinds 2004 een jaarlijkse vergoeding van € 1.250. Voordat de FIFA de opleidingsvergoeding instelde bestond er in Nederland een amateurvergoeding. Sinds 1980/1981 kreeg de laatste club waarvoor een speler als amateur voetbalde een eenmalig bedrag van de profclub die de voetballer contracteerde. In het seizoen 2001/2002 was deze vergoeding 10.000 gulden (€ 4.537,80). In 2003 werd dit bedrag opgehoogd naar € 11.344,50. Dat laatste bedrag moest verdeeld worden onder de clubs waar de speler de laatste vijf jaar op amateurbasis voor speelde.

Gegevens verzameld door Fieke Hamers, Margreet Moesker en Sam de Voogt; ontwerp en uitvoering: Erik van Gameren
Disclaimer

(Kies een club op de kaart)