Sponsored content
Sponsored content
Voedselvoorziening

Hoe voedsel zijn weg vindt van het land naar het schap

Maaltijdsalades, verse sappen, verse kruiden en handig voorgesneden (soep)groenten: al jaren zijn ze niet meer weg te denken uit de supermarkt. Maar achter die kleine aankoop gaat een complexe en uiterst geavanceerde wereld schuil.

Of versgeperst sap in de toekomst zo goed beschikbaar blijft als nu, is de vraag. Steeds meer mensen worden namelijk afhankelijk van de beperkte hoeveelheid landbouwgrond op aarde. De verwachting is dat in 2050 70 procent van de wereldbevolking in stedelijke gebieden woont. De middenklasse groeit en daarmee stijgt de vraag naar gezond en veilig (gemaks)voedsel, zoals kant- en klaarmaaltijden, zuivelproducten, voorverpakte vis en verse groenten en fruit die het hele jaar door verkrijgbaar zijn. Dat vraagt om duurzame productie, een goede infrastructuur, slimme logistiek en ondersteunende technologie.

Overschot en tekort

Al in 1994 liet de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid in een verkenning voor 2040 zien dat vraag en aanbod wereldwijd ongelijk verdeeld zijn, nu en in de toekomst. Amerika, Noord-Europa, Rusland, Afrika en Australië kunnen meer produceren dan hun bewoners vragen. In Zuid-Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten, India, China en Zuidoost-Azië is dat juist andersom. Zonder een wereldwijde samenwerking en herverdeling zullen er grote tekorten ontstaan in deze regio’s.
Wageningen University & Research (WUR) doet samen met Nederlandse ondernemers en de overheid al jaren onderzoek naar het verbeteren van voedselproductie wereldwijd. Onderzoekers werken aan efficiënter gebruik van grondstoffen. Ook zoeken ze manieren om de voedselproductie te verbeteren met bijvoorbeeld GIS-gestuurde tractoren, slimme inzet van insecten als ongediertebestrijders en energieneutrale kassen. Een derde onderzoeksdoel is ervoor te zorgen dat verse en bederfelijke producten zo snel en gezond mogelijk bij de consument kunnen komen. Kortom, systemen die bijdragen aan duurzame ontwikkeling. Techniek is een belangrijk onderdeel van de vooruitgang. De crux zit hem echter in kennis en kunde van de bedrijven in de keten, en in hun samenwerking met kennisinstellingen en de overheid. Ook de wijsheid van maatschappelijke groepen die deze samenwerking kritisch begeleiden is cruciaal.


Onafhankelijke intermediair

WUR richt zich niet alleen op de voedselsector zelf, ook daarbuiten wordt de samenwerking gezocht. Met name in en rond de stad wordt bestudeerd hoe partijen in de voedselketen hun grondstoffen en bijproducten met andere economische sectoren uitwisselen, hoe ze hun afval verwaarden en hun logistiek delen. De voedselproductie wordt deel van de circulaire economie.
Joost Snels en Arjen Daane van WUR zijn betrokken bij het onderzoek. “Wij geven bedrijven en overheden het inzicht om complexe en soms gevoelige beslissingen te nemen over de inrichting van bestaande en nieuwe productieketens”, zegt Snels. “Wij fungeren vaak als onafhankelijke intermediair met een internationale topreputatie. Zo helpen wij voedselbeschikbaarheid te garanderen en lokale bedrijven hun marktpositie te versterken.”
Foodmetres en de Global Detector zijn methodes waarmee deze beslissingen ondersteund kunnen worden. Daarbij kijkt de Foodmetres benadering ook naar de ecologische footprint van voedselconsumptie. De tool werd onlangs in Rotterdam en Milaan toegepast. Ook voor andere wereldsteden laat hij zien wat de impact van voedselkeuzes in steden is voor gebieden elders.

Nederland zet zich in voor innovaties in de voedselproductie wereldwijd

Grootste exporteur ter wereld

Mirte Cofino is projectleider Agroparken en Metropolitan Food Clusters. Ze adviseert bedrijven en overheden, zoals in Mexico, China en Egypte, over integrale voedselzekerheidsstrategieën. “Nederland zet zich in voor innovaties in de voedselproductie wereldwijd”, zegt ze. “Om dat te kunnen blijven doen, moeten we blijven investeren in innovatie door de hele keten heen, van primaire productie tot verwerking en logistiek, en in onze kennis over hoe we die ketens kunnen optimaliseren. Daarbij spelen regionale clusters een belangrijke rol.” Neem bijvoorbeeld groenteproductie. Nederland is de grootste exporteur ter wereld. Ons land kent een aantal greenports: gebieden waarin telers, veilingen, exporteurs en toeleverende bedrijven dicht bij elkaar zitten. In deze clusters ontstaan nieuwe cross-overs: Microsoft bouwt in glastuinbouwcluster Agriport A7 grote servers die profiteren van de gedecentraliseerde stroomopwekking die de tuinders leveren. Daardoor loopt Microsoft geen risico bij stroomuitval en blijft internet altijd online. En andersom: de warmte van de servers gaat in de toekomst de kassen in. Een klassiek voorbeeld van een win-winsituatie. Deze toepassing van circulaire economie in de tuinbouw heeft ook potentie voor andere ketens en is een populaire oplossingsrichting omdat het zowel op financieel als milieutechnisch vlak kansen biedt. Dat gaat niet vanzelf: uitwisseling vereist fysieke nabijheid (en dus clustering), een minimale schaalgrootte en gebruik van hoogwaardige technologie.

Technologische vooruitgang

Veel van de mogelijkheden op het gebied van landbouw en voedselvoorziening worden mogelijk gemaakt door technologische vooruitgang. Nederland loopt daarin voorop - onze stallen, kassen en productietechnologie gaan de hele wereld over. Toch is niet iedereen daar blij mee: er is veel wantrouwen richting grootschalige landbouwbedrijven, vooral in de veehouderij. Dat stelt de Nederlandse landbouw voor grote dilemma’s: moeten we investeren in de groei van de sector zodat ze technische oplossingen kan blijven ontwikkelen om onze kennis en kunde in dienst te stellen van het wereldvoedselprobleem? Of is lokale overlast zo ernstig dat we paal en perk moeten stellen aan de uitbreiding van onze veehouderijsector? Kunnen we oplossingen vinden die beide kanten bedienen?