Branded Content
Branded Content XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.

Restwarmte: in 5 stappen van raffinaderij naar radiator

In Pernis bij Rotterdam verwerkt Shell ruwe olie voor de productie van diesel, benzine en kerosine. Daarbij komt veel warmte vrij: restwarmte. Een deel van die warmte zal worden gebruikt om 16.000 Rotterdamse woningen te verwarmen en te voorzien van warm water voor douche en bad. Maar hoe komt die restwarmte daar?

Shell werkt hard aan het ‘hergebruik’ van restwarmte uit de raffinaderij. Dankzij de inzet van restwarmte is er dan geen cv-ketel meer nodig om huizen van warmte en warm water te voorzien. Dubbele winst dus. De warmtelevering start in 2018. En zo gaat het in zijn werk:

Stap 1: in de fabriek

Wie langs Pernis rijdt, ziet de procesinstallaties van Shell. De restwarmte van deze installaties verdwijnt via grote ventilatoren naar de atmosfeer. Dat gebeurt als Shell deze restwarmte zelf vanwege de te lage temperatuur niet meer kan hergebruiken. Althans, dat is de oude situatie, waarin restwarmte een afvalproduct is van de fabriek. In de nieuwe situatie wordt een deel van de restwarmte vóór de ventilatoren afgevangen. Op dit moment bouwt Shell hiervoor een terugwininstallatie. Met deze installatie wordt de restwarmte als het ware ‘opgehaald’ bij diverse onderdelen van de fabriek. Een gesloten warmwaterkringloop brengt de opgehaalde warmte vervolgens naar een warmteoverdrachtsstation dat Shell hier speciaal voor heeft gebouwd. Dit warmteoverdrachtsstation is een grote warmtewisselaar waarin de warmte wordt afgegeven aan het warmtenetwerk van Warmtebedrijf Rotterdam. Ook dit netwerk is een gesloten systeem waarin water circuleert. Met de restwarmte van Shell wordt het water van Warmtebedrijf Rotterdam verwarmd tot ongeveer 120 graden. Het systeem staat onder druk, zodat het water bij deze temperatuur niet gaat koken of verdampen.

Stap 2: van de fabriek naar het transportnetwerk

In de Botlek ligt sinds 2013 een modern netwerk voor het transport van warmte. De afstand tussen de fabriek en het bestaande transportnetwerk is een kleine 2,5 kilometer. Het Havenbedrijf Rotterdam legt hiervoor ondergrondse leidingverbindingen aan tussen het nieuwe warmteoverdrachtsstation bij de fabriek en het bestaande transportnetwerk van het warmtebedrijf. Op het eindpunt maakt de warmte opnieuw een overstap via warmtewisselaars, zogeheten onderstations.

Stap 3: ondergronds door het Botlekgebied en onder de Oude Maas

Via het warmtetransportnetwerk van Warmtebedrijf Rotterdam reist de warmte naar de straten van de woonwijken in Rotterdam. Het tracé loopt grotendeels langs de A15 door het Botlekgebied onder de Oude Maas door. Het transportnetwerk bestaat uit een aanvoer- en een retourleiding. Samen vormen ze een gesloten systeem. Beide leidingen hebben een lengte van 26 kilometer en een binnendiameter van 400 of 500 millimeter. Het systeem is opgebouwd uit stalen leidingen, een laag PUR-isolatie en een stevige buitenmantel. Warmte kan een flinke afstand afleggen: 70 kilometer is al haalbaar. De actieradius hangt af van vele factoren en de eigenschappen van het systeem: elk traject is maatwerk. Het warmteverlies onderweg is slechts ongeveer 3 procent. Ook de reis van warmte door het transportnetwerk loopt ondergronds. Je ziet er niets van.

Stap 4: tussenstop bij de buffers

In het transportnetwerk zitten twee buffers waarin warmte wordt opgeslagen, een van ongeveer 8.000 m3 en een van ongeveer 5.000 m3. Hiermee worden schommelingen in de vraag opgevangen. En als de fabriek stilvalt bij een hoge vraag? Het stilvallen van de fabriek is een zeldzaamheid. Bij een korte storing komt de warmte uit de buffers en uit andere bronnen, waaronder havenwarmte van de afval- en energiecentrale van AVR in Rozenburg.

Stap 5: warmte in de woning

Na de reis door het transportnetwerk arriveert de warmte in de woonwijken. Hier draagt Warmtebedrijf Rotterdam de warmte over aan de warmteleveranciers in Rotterdam (Nuon en Eneco). Zij zorgen voor de verdere distributie naar de eindgebruikers. Voor wijken met een warmtedistributienetwerk – met bijvoorbeeld een afwijkende druk in het netwerk – vindt de overstap van warmte opnieuw via een warmtewisselaar plaats. Elke stap via een warmtewisselaar gaat gepaard met een verlies van ongeveer 2 graden Celsius. In andere wijken zijn het transportnetwerk en distributienetwerk niet gescheiden met een warmtewisselaar, bijvoorbeeld omdat de druk tussen beide systemen gelijk is. Het warmteverlies wordt hierdoor aanzienlijk beperkt.
De restwarmte uit Shell Pernis levert warmte die het water in de woningen tot een temperatuur van 70 à 90 graden brengt. Zo kunnen de mensen hun huizen verwarmen en aangenaam warm douchen én gaat de CO₂-uitstoot omlaag: de 16.000 huishoudens bereiken samen een reductie van zo’n 35.000 ton CO₂-uitstoot per jaar.

Zo kun je lekker warm douchen met restwarmte: