Branded Content
Branded Content XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.

‘De energietransitie is de nieuwe industriële revolutie’

De rol van zeehavens in de energietransitie moet niet worden onderschat volgens Eduard de Visser, directeur Strategie en Innovatie bij Port of Amsterdam. Om de overgang naar een duurzame brandstofketen soepel te laten verlopen, zijn havens cruciaal. Waterstof is hierbij het sleutelwoord.

Hoe belangrijk is energie voor een havenbedrijf?
‘Als Port of Amsterdam beheren we de haven, geven we grond uit aan bedrijven en zijn we verkeersleider. Havenmeester, kun je zeggen. Op al die onderdelen speelt energie een ongelooflijk belangrijke rol. Winning van kolen en olie gebeurt niet in Europa, maar we gebruiken het hier wel in grote hoeveelheden. Alles moet dus hier naartoe gebracht worden, via de havens. Dat is in Amsterdam niet anders. Wij doen overslag van vrijwel alle energiedragers: olie, benzine, kerosine, kolen, noem het maar. Bijna 65 procent van in totaal 100 miljoen ton is energie: het is veruit onze grootste ladingstroom. We bedienen niet alleen Nederland, maar we zijn via de Rijn ook de voordeur voor Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.’

Dat betekent dat de energietransitie een enorme impact op jullie heeft?
‘Zeker. Maar wij hebben ook een fundamentele rol bij het versnellen van die energietransitie. Want dat is nodig, daar geloven wij in. Kijk, alle infrastructuur komt hier in ons havengebied bij elkaar. De grootste windparken van Europa komen voor onze kust. Van opwekking en opslag tot pijpleidingen: hier moet het gebeuren. Natuurlijk is dat spannend; we hebben als energiehaven veel te verliezen. En juist dát is de reden waarom we jaren geleden al besloten geen nieuwe terminals meer voor fossiele brandstoffen te vestigen. Als eerste haven in Europa hebben wij vorig jaar gezegd: we gaan stoppen met kolen. Enerzijds omdat we zien dat de markt snel verandert en we klaar willen zijn voor de toekomst. Anderzijds omdat wij het als onze verantwoordelijkheid zien niet te wachten tot het laatste klompje kolen wordt verstookt. We willen juist vooroplopen in de transitie naar schone energie. Daar liggen voor onze klanten ook de commerciële kansen.’

Dat klinkt heel idealistisch, maar hoe doet u dat?
‘Wij runnen een bedrijf. En door afstand te nemen van de fossiele brandstoffen creëren we ruimte om nieuwe activiteiten te ondernemen: met waterstof, biobrandstoffen, synthetische brandstoffen. Ik kan niet genoeg benadrukken dat we dit sámen doen met bestaande terminals. Zij hebben de kennis en beschikken over de ondergrondse infrastructuur. Er liggen enorme kansen en om die te grijpen moeten we moeilijke keuzes maken. Dat hebben we gedaan, al voordat de échte klimaatdialoog in Nederland startte zelfs. We zoeken actief naar nieuwe mogelijkheden, staan open voor proefprojecten. We wachten niet tot het moet, we doen het als het kan. Hiermee onderscheiden we ons van andere havens. Natuurlijk, ons businessmodel zal veranderen. Er komen mogelijk minder scheepvaartbewegingen en er zal meer met pijpleidingen worden gewerkt. Wij werken hier, samen met partijen als Tennet, Gasunie en Alliander, aan een nieuwe energie-infrastructuur die over tien jaar moet draaien. Dat vraagt om een actieve investeringsagenda, óók van de overheid. Al meren er in de toekomst wellicht ook tankers voor waterstof of synthetische brandstoffen aan in Amsterdam. Ook daarop zijn we dan voorbereid.’

Kunt u een voorbeeld geven van die nieuwe mogelijkheden?
‘Het beste voorbeeld is de fabriek voor groene waterstof die in 2023 wordt gebouwd bij Tata Steel in IJmuiden in samenwerking met Nouryon (het voormalige AkzoNobel Specialty Chemicals, red.). Die fabriek is ontstaan vanuit de vraag hoe we de waterstofeconomie in onze regio een impuls kunnen geven. De omstandigheden zijn ideaal. Voor de kust bij IJmuiden komt een grote concentratie van windparken. Met die groene stroom maken we vervolgens groene waterstof, waarmee Tata Steel het productieproces kan verduurzamen. En dit is nog maar het begin. Als we in de toekomst meer groene waterstof maken, kunnen we daarmee elders in de haven weer synthetische kerosine maken die door onze pijplijn naar Schiphol wordt gebracht. Of synthetische diesel voor vrachtwagens. Of synthetische gassen die kunnen worden gebruikt voor verwarming van de Amsterdamse binnenstad. Zo benutten we de bestaande gasinfrastructuur verstandig. De energietransitie heeft voor mij een impact vergelijkbaar met die van de industriële revolutie.’

Ziet u waterstof louter als tussenstation?
‘Nee, zeker niet. We werken met bijvoorbeeld Shell ook aan het ontwikkelen van een tankinfrastructuur voor waterstof. Er komen op termijn waterstoftankstations hier in het havengebied. Maar het klopt dat waterstof een centrale rol speelt in de nieuwe brandstofketen die wij bouwen. Net als in Noord-Nederland is ons sterke punt hier in Amsterdam de bestaande hardware van opslag en pijpleidingen. Wij zijn de huisbaas van de industrie en de infrastructuur die de nieuwe energie mogelijk maken en vervullen daarmee een sleutelrol in de transitie naar een duurzame economie. Stel dat we hier in Nederland niet genoeg groene waterstof kunnen produceren. Dan zal dat gaan gebeuren met zonne-energie in zonrijke gebieden en wordt de waterstof naar Europa geëxporteerd met tankers. En die gaan wij dan hier lossen, omdat wij perfect zijn aangesloten op de rest van de groene keten. Wij faciliteren, wij zorgen ervoor dat de overgang naar duurzaam soepel verloopt. Ja, eigenlijk zijn wij het oliemannetje van de nieuwe energie.’

Wind op zee biedt kansen
Nederland heeft het geluk met de Noordzee een enorme duurzame energiebron in de achtertuin te hebben. De Noordzee is relatief ondiep, er staat veel wind en heeft daarmee goede omstandigheden om veel windenergie te leveren. Daarmee kan bijvoorbeeld op termijn groene waterstof worden geproduceerd als buffer voor elektriciteit. Ook Shell investeert in offshore windparken zoals Borssele III en IV voor de Zeeuwse kust. Met 77 windturbines zullen deze parken evenveel elektriciteit produceren als zo’n 825.000 Nederlandse huishoudens jaarlijks gebruiken. Shell is ook al meer dan 10 jaar voor de helft eigenaar van NoordzeeWind, met 36 turbines voor de kust van Egmond aan Zee destijds het eerste Nederlandse offshore windpark. Shell gebruikt de ervaring met olie- en gasplatforms om het ontwerp van windparken bestand te maken tegen de omstandigheden op de Noordzee. Verdere schaalvergroting van offshore windenergie op de Noordzee zal bovendien bijdragen aan de ontwikkeling van een zelfstandig economisch cluster met duurzame werkgelegenheid en exportkansen voor Nederland.