Branded Content
Branded Content XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.

Uitvoerbare én betaalbare energietransitie vergt strakke regie

Gemeenten moeten volgens het Klimaatakkoord aan het Rijk aangeven hoe ze hun wijken van het aardgas gaan halen. Een enorme opgave, waarbij waterstof een rol kan spelen. Wat komt erbij kijken om dit in goede banen te leiden?

Als de Rijksoverheid gemeenten vraagt om eigen visies en plannen over de energietransitie te ontwikkelen, moet ze deze gemeenten ook duidelijkheid geven over de nationale plannen. Deze duidelijkheid is er nog niet en dat leidt voor gemeenten tot problemen bij het opstellen van realistisch uitvoerbare plannen.
Dat stelt Marc Jager, energiestrateeg bij adviesbureau Royal HaskoningDHV, dat betrokken is bij veel energietransitie- en duurzaamheidsprojecten. “Er is een beeld opgeroepen dat gemeenten het zelf wel kunnen regelen. Je kunt veel van ze verwachten, maar niet de sturing over de nationale infrastructuur en nationale energievoorzieningen. Die kennis zit bij de nutsbedrijven.”
Dan wordt het lastig plannen maken als een gemeente niet weet welke energie er in de toekomst vanuit een landelijk netwerk beschikbaar gesteld kan worden. Jager: “Het is heel goed dat gemeenten kijken op welke wijze ze in hun gebied energie kunnen opwekken. Maar om dat zo te doen dat ze volledig zelfvoorzienend worden, is of onmogelijk of onbetaalbaar. Het is dus zoeken naar de juiste balans tussen centrale energieopwekking, denk aan wind op zee of biomassacentrales, en lokale opwekking via bijvoorbeeld wind- en zonneparken in de gemeenten.”

Realistische blik

Gemeenten zouden met een realistische blik moeten kunnen kijken naar hun lokale energiesysteem: wat is de behoefte nu en later, hoe is deze te verduurzamen en welk deel van deze energiebehoefte kun je lokaal en regionaal opwekken? Via de in de Klimaatwet genoemde Energieregio’s kunnen gemeenten ook met buurgemeenten overleggen over wie wat kan doen.
Volgens Jager zit er wel een grens aan lokale opwekking en aan opslag van energie. “Uiteindelijk blijft er een vraag naar energie die nationaal opgelost moet worden. Enerzijds gaat het dan om het balanceren van vraag en aanbod, maar ook om de strategische opslag van energie voor die momenten in het jaar waarop er een piek in de vraag zit.”

Siberische beer

Jager noemt afgelopen winter als voorbeeld, die werd omschreven als de Siberische beer. Er moest flink worden geput uit de nationale aardgasopslagbuffers, omdat we massaal onze huizen gingen verwarmen met aardgas. “Hoe gaan we dat organiseren als een groot deel van de verwarming van onze huizen en kantoren op elektriciteit gaat die lokaal wordt opgewerkt door bijvoorbeeld zonnecellen? We zouden de bestaande aardgasinfrastructuur kunnen gebruiken voor het transport van energie in de vorm van waterstof naar centrales in wijken die dat daar omzetten in warmte of elektriciteit. In tijden van overvloed aan zonne- en windstroom kunnen we energie omzetten in waterstof en opslaan om het bij koude te gebruiken om die enorme energievraag op te vangen.”
Volgens de energiestrateeg kan alleen de nationale overheid dit hele proces aansturen onder aanvoering van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Betaalbaar

Het energienetwerk voor aardgas en stroom in Nederland is goed en fijnmazig. Gasunie (gasnet), TenneT (stroomnet) en de netbeheerders hebben bewezen dat ze in onze energiebehoefte kunnen voorzien door stroom en aardgas door Nederland te transporteren. Jager vindt dat zij de regie moeten blijven houden. “Door dit netwerk geschikt te maken voor waterstof voorkomen we kapitaalvernietiging van dit netwerk én kunnen we de kosten voor nieuwe stroomnetwerken beperken. Zo blijft de energietransitie uitvoerbaar én betaalbaar.”
Foto: OV Bureau Groningen Drenthe

Meer informatie vind je op royalhaskoningdhv.com.