Branded Content
Branded Content XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.

Waarom waardevrij onderzoek cruciaal is

Is brood goed voor je? Kun je iedere dag een ei eten? Over voeding bestaan tal van zeer uiteenlopende opvattingen. Emeritus hoogleraar Voeding en Gezondheid Frans Kok weet er alles van. Roepen is gemakkelijk, maar meten is weten, vindt hij.

Onderzoek naar voeding – hoe vindt dat plaats?
“Voedingsonderzoek vindt grofweg op drie manieren plaats: interventieonderzoek, associatieonderzoek en experimenteel onderzoek. Interventieonderzoek wordt veelal gedurende kortere tijd onder een beperkte groep mensen gedaan. Onder strikt gecontroleerde omstandigheden wordt één element in de voeding veranderd om het effect ervan te bepalen. Aan het einde van het onderzoek weet je of er sprake is van een effect en of het statistisch significant is, dat wil zeggen niet aan toeval toe te schrijven. Je kunt dan spreken van een oorzakelijke relatie. Een interventieonderzoek heeft dan ook een hoge mate van bewijskracht. Associatieonderzoek vindt juist plaats gedurende langere tijd en binnen grote groepen. De omstandigheden zijn minder gecontroleerd. Resultaten die uit deze onderzoeken voortkomen geven verbanden en associaties weer. De bewijskracht is daarom beperkter dan bij interventieonderzoek. Bij het experimentele onderzoek, tot slot, wordt gekeken naar werkingsmechanismen in het menselijk lichaam om de resultaten van eerder onderzoek te verklaren: waarom zien we dit?”

Wanneer leiden onderzoeksresultaten tot nieuwe richtlijnen?
“De Gezondheidsraad buigt zich over alle gepubliceerde onderzoeken, vanuit de hele wereld, met betrekking tot een bepaald onderwerp. Er wordt gekeken naar alle eerder genoemde soorten onderzoek. Richtlijnen worden met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Het ideale advies is als iets echt in maat en getal kan worden gecommuniceerd naar het grote publiek.”

Het is van belang dat er onderzoek plaatsvindt naar de suikerconsumptie bij bepaalde bevolkingsgroepen, met name bij kinderen en adolescenten

Hoe wordt al dat onderzoek gefinancierd?
“Financiële middelen komen van de overheid, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de EU. De overheid bijvoorbeeld verstrekt via het NWO onderzoeksgeld, in totaal circa 700 miljoen euro per jaar. Ongeveer de helft daarvan is bestemd voor nieuwsgierigheidsonderzoek, vrij onderzoek om een idee verder uit te werken. Denk aan Ben Feringa, die de Nobelprijs voor Scheikunde ontving voor zijn onderzoek naar moleculaire nanomachines. De andere helft is bestemd voor publiekprivaat onderzoek. Dat onderzoek moet een maatschappelijk belang dienen en aansluiten op een behoefte van de private sector. Onderzoekers moeten op zoek gaan naar organisaties of bedrijven die daarbij passen en geld beschikbaar willen stellen voor het onderzoek. Pas dan komt het geld van NWO beschikbaar.”

Wie betaalt, bepaalt. Toch?
“De partijen die (mee)betalen bepalen mede de vraagstelling, dat is waar. Maar er is nog altijd sprake van waardevrij onderzoek. Wie betaalt, bepaalt namelijk niet de uitkomsten van het onderzoek. Er is in mijn optiek maar één soort wetenschap, die verifieerbaar en transparant is en aan goede onderzoeksmethodes voldoet. Onderzoekers gaan de wetenschappelijke dialoog aan met elkaar om nieuwe kennis op te doen. Dan maakt het niet uit wie het financiert.”

Hoe wordt dat waardevrij onderzoek geborgd?
“Onderzoekers moeten afspraken met financierende partijen van tevoren vastleggen, in de vorm van een contract. Bijvoorbeeld dat er hoe dan ook gepubliceerd wordt over de resultaten. Wil een bedrijf dat niet, dan moet je het onderzoek niet door laten gaan. Daarnaast zijn er ook borgen in het wetenschappelijke systeem. Publicaties werken met een peer-reviewsysteem. Onderzoekers die niet betrokken waren, bekijken het onderzoek en oordelen of het deugdelijk is. Bij twijfel hebben zij het recht om de ruwe data op te vragen voor heranalyse.”

Voeding is een onderwerp dat erg leeft. Over suiker is veel te doen.
“Er wordt een ‘schuldige’ gezocht voor het obesitasprobleem en de gezondheidsconsequenties zoals diabetes. Suiker is een gemakkelijk target. Goeroes, sociale media, radio, tv, tijdschriften en kranten pakken ‘rijp en groen’ op. Daardoor ontstaan hypes en misvattingen. Veel mensen leggen de verantwoordelijkheid voor overgewicht bij de industrie, die overal suiker in stopt. Zeker, we leven in een obesogene omgeving en er wordt in sommige producten onnodig of te veel suiker verwerkt. Maar gemiddeld is de suikerconsumptie de laatste decennia niet veranderd. Het is van belang dat er onderzoek plaatsvindt naar de suikerconsumptie bij bepaalde bevolkingsgroepen, met name bij kinderen en adolescenten. Ook moeten de mogelijkheden worden nagegaan voor minder suikergebruik in bepaalde voedingsmiddelen, zoals zuiveltoetjes en frisdranken. Een gevarieerder aanbod zonder en met suiker is belangrijk. Aan de hand van de resultaten van dat onderzoek kunnen zo nodig richtlijnen worden aangepast en maatregelen worden genomen. Maar het is ook de individuele keuze van de consument om te komen tot een verantwoorde consumptie. Het is te gemakkelijk om de schuld helemaal buiten jezelf te leggen.”

Ligt de oorzaak bij voeding alleen?
“Niet roken, voldoende beweging, geen of weinig alcohol en een goed gewicht zijn net zo belangrijk als voeding. Elk van deze factoren beïnvloedt je gezondheid. En ook al doe je alles honderd procent goed op alle fronten, dan nog heb je helaas geen garantie op gezondheid: het hangt immers ook van je genen af. Balans is het sleutelwoord. Alles met mate – en dat geldt natuurlijk ook voor suiker.”

Over Frans Kok

Prof. dr. ir. Frans Kok is emeritus hoogleraar Voeding en Gezondheid en voormalig hoofd van de afdeling Humane Voeding van Wageningen University. Als onderzoeksdecaan aan de universiteit was hij verantwoordelijk voor de kwaliteit van het academisch onderzoek en de postdoctorale training. Kok is auteur van meer dan 300 wetenschappelijke publicaties en lid van diverse wetenschappelijke commissies in binnen- en buitenland, waaronder Kenniscentrum suiker & voeding. Hij was onder andere voorzitter van de commissie van de Gezondheidsraad, die de Richtlijnen goede voeding 2006 voor de Nederlandse bevolking heeft opgesteld.