Branded Content
Branded Content XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.

Sla van de bovenste plank

Verticale landbouw: de term lijkt te passen in het rijtje megastal, legbatterij en andere uitwassen van het moderne agrarische bedrijf. Maar het tegendeel is waar. Technologie biedt hier juist kansen voor duurzame voedselproductie.

In Dronten, Flevoland, verrijst een ‘slaflat’ die wekelijks 30.000 kroppen aan oogst moet gaan leveren. Als hij klaar is zou deze flat weleens de grootste verticale boerderij van Europa kunnen zijn. In zo’n vertical farm groeien plantjes op etages boven elkaar, onder ledverlichting. Mannen in witte jassen sleutelen er aan de kleur en intensiteit van dat licht om de groei van de sla te be.nvloeden. Ze zoeken permanent naar de optimale ‘lichtrecepturen’, zoals Mark Loojenga het noemt, om te sturen op eigenschappen, zoals kleur en smaak. Loojenga is marketingmanager van Staay Food Group, de internationale sales- en marketingorganisatie in verse groenten en fruit die de deuren van de Drontense sla-flat gaat openen. Figuurlijk, welteverstaan, want net zo min als daglicht komt buitenlucht het gebouw binnen. Misschien is slalab dus eigenlijk een beter woord. Of groenteproductiehal. En oh ja, de plantjes groeien niet in aarde, maar op water. Mineralen en meststoffen worden, volgens allerlei speciale formules, toegevoegd.

Duurzame landbouw

“Ik vind het altijd heerlijk als mensen zeggen dat het produceren van voedsel in gebouwen onnatuurlijk is”, zei de goedlachse professor Dickson Despommier in een reportage die VPRO Tegenlicht vorig jaar uitzond. “Juist gewone landbouw is niet natuurlijk. Het kost enorme hoeveelheden land, water, pesticiden en kunstmest…” Hoe kunnen we ooit de negen miljard mensen voeden die over enkele decennia op aarde leven? vroeg hij een kleine twintig jaar geleden aan zijn studenten aan de New Yorkse Columbia University. Samen vonden ze het antwoord in de vorm van een nieuw concept: verticale landbouw.

Inmiddels wordt wijd en zijd erkend dat Despommier de sleutel in handen had tot verduurzaming van land- en tuinbouw. Want: verticale landbouw kost minder ruimte, is vrij van pesticiden en levert onafhankelijk van het weer het hele jaar een hoge opbrengst. Bovendien is het watergebruik minimaal. Loojenga vertelt dat zijn bedrijf maar tien procent van de voor reguliere landbouw benodigde hoeveelheid water gaat gebruiken. Het water zakt niet weg in de bodem en kan steeds worden hergebruikt, inclusief de daarin aanwezige (kunst)meststoffen.

Plantjes groeien op etages boven elkaar onder ledverlichting

En dat is nog niet alles: leegstaande gebouwen kunnen een tweede leven krijgen als biotoop voor verticale landbouw. In Amsterdam-Zuidoost teelt GROWx kruiden en kiemplantjes in een voormalig bedrijfspand. En een van de torens van de voormalige Bijlmerbajes staat op de nominatie om te worden ingericht als stadsboerderij. Wageningen University & Research schrijft een wedstrijd uit voor het beste plan, waaraan studententeams uit alle windstreken meedoen. Hergebruik van stedelijke infrastructuur betekent teelt dicht bij de consument, wiens kropje sla dus niet van eindeloos ver hoeft te worden vervoerd en bovendien supervers is en dus langer houdbaar. De winst: een kleinere ecologische voetafdruk, minder verspilling. En minder kans op besmetting van het voedsel.

Boeren in New York

Vandaar dat wereldwijd met deze teelt wordt geëxperimenteerd. In Japan hebben onder meer Toshiba, Sharp en Panasonic hun leegstaande fabrieksgebouwen omgebouwd tot verticale boerderijen. In Newark, bij New York, produceert AeroFarms in een oude staalfabriek zo’n 900.000 kilo groente per jaar. En aan de andere kant van de stad, in Brooklyn, exploiteert Kimbal Musk, de jongere broer van Tesla-ontwikkelaar Elon, onder de naam Square Roots stalen zeecontainers waarin startende ondernemers een agrarisch bedrijf runnen. Per zeecontainer kan het equivalent van circa 8.000 m2 aan akker worden geoogst.

Kwaliteit

Maar: hoe lekker en gezond zijn die groenten uit het ‘kweeklab’ nu eigenlijk? Leo Marcelis, die als hoogleraar tuinbouw en productfysiologie aan Wageningen University & Research nauw betrokken is bij de ontwikkeling van verticale landbouw, zegt dat juist die kwalitatieve aspecten goed zijn te sturen. “De hoeveelheid en kleur van de ledverlichting, de temperatuur en de samenstelling van meststoffen hebben heel veel invloed. We zijn nog aan het uitzoeken hoe we de voedingswaarde en smaak daarmee kunnen verbeteren. Het moet mogelijk zijn om planten te telen die van betere kwaliteit zijn dan die van het land.” Het energieverbruik is nog wel een aandachtspunt. Dat is hoger dan in de reguliere glastuinbouw.

In samenwerking met Philips wordt gewerkt aan efficiëntere ledlampen en ook de mogelijkheden voor het gebruik van wind- en zonne-energie worden onderzocht. “Zoveel mogelijk uit de plant halen,” zegt Marcelis, “dat is waar wij ons druk om maken.” Boerenzoon Marcelis ziet volop kansen in de verticale landbouw. Ook voor een nieuwe generatie boeren, want het is volgens hem een ontwikkeling die veel jonge mensen aanspreekt. Misschien, denkt hij, kunnen we ooit landbouwgrond ‘teruggeven aan de natuur’. En de traditionele boer? Die ploegt in de verre toekomst misschien wel voort op een kleinschalig milieuvriendelijk akkertje waar hij langzaam groeiende nichegewassen teelt. Terwijl zijn zonen en dochters in het groentenlab sleutelen aan belichtingsalgoritmes.

Door Marianne Meijerink, beeld Anne Huijnen