Branded Content
Branded Content XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.

De vetkwestie

Dertig procent van de wereldbevolking heeft te veel lichaamsvet. In de westerse wereld heeft zelfs ruim de helft van de bevolking overgewicht of obesitas. En er zijn grote individuele verschillen: de een kan eten wat hij wil, de ander lijkt aan te komen van lucht. Hoe werkt onze vethuishouding?

Door Marianne Meijerink, beeld Anne Huijnen

Vetweefsel produceert actief hormonen die via de bloedbaan communiceren met ons zenuwstelsel. Hormonen – onze organen produceren er meer dan honderd – vormen feitelijk de sleutel tot het begrijpen van onze vethuishouding. Geslachtshormonen en het stresshormoon cortisol, bijvoorbeeld, bepalen of iemand eerder een buikje (appelvorm, man, veel cortisol) of heupvet (peervorm, vrouw) ontwikkelt. Ghreline, dat onder meer door de maagwand wordt afgescheiden, stuurt ons hongergevoel. Hoe al die signaalstoffen hun werk doen is niet alleen een genetische kwestie, maar wordt ook beïnvloed door tal van andere factoren binnen en buiten het lichaam.

Vet op de verkeerde plaats

Internist-endocrinoloog Liesbeth van Rossum, hoogleraar aan het Erasmus MC en medeoprichter van het Centrum Gezond Gewicht, doet al jaren onderzoek naar de rol die hormonen spelen bij het ontstaan van obesitas. Maar ook in brede zin is ze expert op het gebied van het ontstaan van overgewicht en de bestrijding ervan, werk waarvoor zij vele prijzen en prestigieuze beurzen voor onderzoek ontving. Neem de factor stress. Vroeger zorgde cortisol ervoor dat ons lichaam gevaarlijke en inspannende situaties aankon, en dienden de vetreserves om extra energie te kunnen leveren. Om te vechten, te jagen, te vluchten… Maar tegenwoordig staan veel mensen chronisch bloot aan stress met als gevolg dat vet zich op de verkeerde plaatsen nestelt.

Professor Liesbeth van Rossum legt uit: “Chronische stress zorgt voor extra aanmaak van cortisol en dat stuurt vet richting de buikstreek. Door cortisol stijgt je bloedsuikerspiegel. En hoog cortisol leidt ook tot ‘snacktrek’ krijgt, waardoor je zin krijgt in vette en suikerrijke voeding. Dus je begint met snoepen, je lichaam komt daardoor opnieuw in een stresstoestand, waardoor je extra cortisol aanmaakt en zo ontwikkel je dus nog meer buikvet. In dat buikvet zitten bovendien vetcellen die de aanmaak van cortisol kunnen activeren.” Weliswaar verschilt de gevoeligheid voor cortisol per individu door genetische aanleg, maar met een beetje pech kom je terecht in een vicieuze cirkel die in duizelingwekkend tempo naar obesitas leidt. En dat is in de meeste gevallen het begin van allerlei ziektes en aandoeningen.

‘Hormonen vormen de sleutel tot het begrijpen van onze vethuishouding’

“Juist dat buikvet is slecht”, vertelt Van Rossum. “Niet alleen omdat de organen vervetten, maar ook omdat er stress- en vethormonen worden aangemaakt en ontstekingsstofjes die een negatief effect hebben op ons hart en de bloedvaten. Dan zie je bijvoorbeeld dat mensen aderverkalking krijgen, net zoals dat bij rokers gebeurt. Diezelfde stoffen kunnen via de bloedbaan het brein bereiken, waardoor je je somber kan gaan voelen.” En ook daardoor kan weer stress ontstaan en begint het hele proces in versterkte vorm opnieuw.

Als een elastiekje

Van Rossum: “Als je veel buikvet hebt, belandt je lichaam in een ziekelijke toestand waar je heel moeilijk uit komt. Als iemand dan door een laagcalorisch dieet gaat afvallen, is dat vet net een elastiekje. Dat veert makkelijk weer terug. Juist als je zwaar bent, is bewegen extra moeilijk, je kunt last krijgen van je gewrichten bijvoorbeeld, en er is vaak een gevoel van schaamte. Veel mensen met ernstig overgewicht voelen zich bekeken.” Daar komt nog bij dat, als je eenmaal te zwaar bent, het hongerhormoon ghreline via andere hormonen extra zijn best doet om het vet in stand te houden. Daarom hebben zwaarlijvigen veel moeite om af te vallen en slank te blijven. En als het afvallen toch lukt, blijkt nogal eens dat de stofwisseling permanent op een lager pitje komt te staan, waardoor je eerder aankomt.

Van Rossum ziet obesitas dan ook als een chronische ziekte waarvoor maatwerk nodig is bij de behandeling. “Het gaat erom hoe het overgewicht is ontstaan. Dan kun je het bij de wortel aanpakken, met gerichte en op maat gemaakte leefstijladviezen. Essentieel is om uit te zoeken of bijvoorbeeld slaaptekort, stress, de sociaal-culturele context, hormonale aandoeningen of medicijngebruik een rol hebben gespeeld, want daarvan is bekend dat ze − uiteraard naast ongezonde voeding en te weinig beweging − overgewicht in de hand kunnen werken.”

Bruin vet

Langzamerhand wordt steeds meer bekend over factoren die de vethuishouding gunstig beïnvloeden. Het staat vast dat bewegen helpt, zelfs al doe je dat in geringe mate. Extreme vormen zijn niet nodig. Discipline wel, en dan zet wandelen − wel een beetje stevig − al zoden aan de dijk. Maar ook het langdurig stilzitten onderbreken door regelmatig (elk half uur) te gaan staan of bewegen.

Van Rossum vertelt dat ook steeds meer bekend wordt over de rol van bruin vet. Dat zit onder meer tussen de schouderbladen en langs de ruggengraat en het zet calorieën om in warmte. De aanmaak van dat gunstige bruine vet wordt gestimuleerd door kou. “Er zijn experimenten gedaan met mensen die obesitas hadden en die zes weken twee uur per dag bij zeventien graden doorbrachten. Bij hen nam de vetmassa af met behoud van spiermassa. Die verhouding is cruciaal, wil je gezond afvallen”, zegt Van Rossum. Mensen met meer spiermassa hebben bovendien dubbel voordeel, want wie meer spieren heeft, heeft een hogere verbranding, zelfs in rust. Overigens ziet u dat niet direct terug op de weegschaal. Vet weegt namelijk minder dan spieren. Dat de broekband minder knelt zegt vaak meer dan de weegschaal.