Branded Content
Branded Content XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.

Beter leven door technologie en natuur

“Ga recht zitten, kalmeer, eet je groente, ga naar bed.” Alles wat je ouders vroeger tegen je zeiden en andere goedbedoelde, gezondheid bevorderende adviezen kun je tegenwoordig aan apps en apparaatjes overlaten. Het inzetten van technologie om je lichamelijke en geestelijke gezondheid te optimaliseren wordt ‘biohacking’ genoemd. Expert Teemu Arina (35) uit Finland legt uit hoe het werkt.

Door Annemique de Kroon, fotografie KesselsKramer

Teemu Arina is serial technology entrepreneur, medeoprichter van de Biohacking-beweging in Finland en co-auteur van het ‘Biohacker’s Handbook’. Arina lijkt een man van uitersten: hij draagt een futuristische hoofdband voor neurofeedback terwijl hij door het bos scharrelt om bessen en paddenstoelen te zoeken. Is dit the best of both worlds?


1. Biohacking, wat is het?

“Er zijn verschillende stromingen, maar voor mij is biohacking beter leven door wetenschap, technologie en natuur. Het gaat om het optimaliseren van gezondheid, prestaties en welzijn met biologische en technologische hulpmiddelen. Maar uiteindelijk gaat het om het vinden van balans. In de kern draait biohacking om zelf experimenteren en quantified self: je verzamelt informatie en gegevens over jezelf om te zien of je de resultaten krijgt die je wenst. Dat kan bijvoorbeeld heel eenvoudig door een activity tracker om je pols. Bijkomend voordeel: als je eenmaal begint te meten, word je je bewust van je gedrag en neem je op kantoor de trap in plaats van de lift. Alleen het dragen van een tracker kan je dus al bewust maken en helpen om je gedrag te veranderen.”

2. Waarom die nadruk op experimenteren en ‘meten is weten’?

“Hoe vaak hoor of lees je wel niet dat iets goed of niet goed is voor de gezondheid? Maar geldt dat ook voor jou persoonlijk? Alle mensen zijn verschillend; iets kan voor jou goed werken, maar niet voor iemand anders en omgekeerd. Technologie stelt ons in staat om te meten of een bepaalde maatregel jouw gezondheid bevordert of niet. Maar je moet dus experimenteren. Wat voor jou optimaal is, moet je zelf uitvinden. Voor die experimenten zijn feedback loops erg belangrijk. Een voorbeeld: ik zit al mijn hele leven achter een computer. Dat gaat ten koste van mijn houding. Ik probeer rechtop te zitten, maar ik vergeet het de hele tijd. Nu heb ik een klein apparaatje, Lumo Lift, dat trilt als ik onderuit zak en pas stopt met vibreren als ik mijn houding heb gecorrigeerd. Dus ik krijg continu feedback over mijn houding. Gedragsverandering is moeilijk, maar technologie en hulpmiddelen helpen je herinneren waar je naartoe wilt en hoe je het wilt doen.”

3. Hoe kwam u uit bij biohacking?

“In 2011 ben ik naast mijn consultancy een start-up begonnen. Ik werkte hard, nam geen rust en sliep vier uur per nacht. Door deze disbalans kreeg ik een maagzweer, dat is een stressgerelateerde ontstekingsziekte. Ik kreeg een diagnose en medicijnen, maar de maagzweer bleef. Toen deed ik waar ik goed in ben, namelijk systeemdenken. Ik keek naar het menselijk lichaam als een systeem en vroeg me af hoe het werkt. Maandenlang bestudeerde ik PubMed, een online database met medische literatuur. Ik stelde een protocol op om mezelf te helen. Mijn genezingsprotocol bleek holistisch te zijn; het omvatte voedingsinterventie, stressmanagement − meditatie, mindfulness, ademhalingstechnieken − en natuurlijk meer slapen, meer water drinken, supplementen en kruiden. Voor elk onderdeel zocht ik een manier om het te meten. Ik liet van alles testen, niet alleen door doktoren in laboratoria, maar ook zelf met tests die ik online bestelde. Zo kon ik zien wat hielp en wat niet. Die constante feedback hielp me om mijn doelen te bereiken. Toen ik met de hulp van een paar artsen mijn protocol implementeerde, was ik na drie maanden genezen. Mijn gezondheid was na de maagzweer veel beter dan voor de maagzweer. Het protocol was ontworpen om tijdelijk te zijn, maar het werd een levensstijl.”

Uiteindelijk gaat het om het vinden van balans

4. Hoe implementeert u dit in uw drukke dagelijkse leven?

“Ik werk veel en ik moet elke mogelijke truc toepassen om mijn focus te behouden. Voor de sportschool heb ik geen tijd. Ik fiets, ik doe wat krachttraining, maar ik probeer vooral om waar en wanneer het maar kan wat beweging en activiteit in mijn dagelijks leven te brengen. Dus ik zwaai met een kettlebell als ik aan het telefoneren ben en ik doe pull-ups als ik door een deur loop. Stoelen zijn eigenlijk funest. Ze worden gepromoot voor rust, maar anatomisch gezien is zitten op een stoel geen natuurlijke rustpositie; op je hurken zitten zou veel beter zijn. Toch zit ik vaak achter een computer, maar ik gebruik hulpmiddelen om bij te houden hoeveel ik zit. Ook pas ik hacks toe om mijn rust te bewaren; mijn Facebookaccount gaat bijvoorbeeld pas open nadat ik diep en met aandacht adem heb gehaald.”

5. Worden we door al die apps en gadgets geen robots?

“We zijn robots! We leven op de automatische piloot met elke ochtend hetzelfde ontbijt, dezelfde krant, dezelfde route naar kantoor, dezelfde routines. Afwijken van routines is lastig, dat moet je bewust doen. Technologie kan op dit punt juist goed van pas komen. Zij kan je continu feedback geven; het zijn hulpmiddelen om jezelf te veranderen. Gadgets en technologie kunnen schadelijk zijn: door al die schermen bewegen we minder, slapen we minder en kijken we naar kunstmatige lichtbronnen die onze rust verstoren. Realiseer je dus wat teveel technologie met je kan doen. Maar technologie kan ons ook helpen; met tools, technologie én de natuur kunnen we de balans herstellen. Het doel is niet om alles te tracken en een wandelende verzameling gadges te worden. Uiteindelijk gaat het om reflectie en meer kennis over jezelf en je lichaam en geest.”