Branded Content
Branded Content XTR Branded Content is de commerciële content op nrc.nl. De inhoud valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid van NRC Media.

70 jaar televisie in Nederland: van kijkkast naar wallpaper tv

Tot ver in de vorige eeuw nam de televisie als kijkkast een centrale plaats in de huiskamer in; nu hangt er bij velen een plat scherm aan de muur. En hebben we binnenkort zelfs oprolbare schermen?

Op de IFA 2018 in Berlijn, dé tech- en gadgetbeurs van Europa, presenteerde LG de eerste oled-televisie in ‘8k’. Het 88 inch-toestel telt ruim 33 miljoen pixels en is zo groot en plat dat de term ‘wallpaper tv’ op zijn plaats is. Een groot contrast met de televisie die we kennen van 70 jaar geleden.

Terug in de tijd

In 1948, precies 70 jaar geleden, vond in Nederland de eerste experimentele televisie-uitzending plaats. Een keur van artiesten trad op, maar de verzamelde pers was vooral onder de indruk van de omroepster die live in beeld vanuit de studio kilometers verderop telefonisch naar hen belde. Ondanks dit geslaagde experiment duurde het toch nog tot 2 oktober 1951 voordat de eerste echte televisie-uitzending vanuit een studio te Bussum te ontvangen was voor het Nederlandse publiek. Dat publiek was nog niet erg groot, want er stonden welgeteld 400 tv-toestellen in het land. Het waren logge apparaten, meer kast dan beeldbuis. Maar het aantal tv-toestellen groeide gestaag naar 16.000 in 1954, en in november 1961 werd het magische aantal van 1 miljoen toestellen bereikt.

Een eerste mijlpaal: kleurentelevisie

Een volgende technische mijlpaal was de introductie van kleurentelevisie in 1967. Televisiebeelden werden nog realistischer, maar voor de kijkers was het nog wennen: ze maakten zich zorgen of kleurenuitzendingen wel op een zwartwit-tv te ontvangen waren, en andersom. Bas Agterberg, specialist Mediahistorie Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid: “De kleurentelevisie was een belangrijke stap in het streven naar een meer levensechte kijkervaring, naar een optimale beleving waarbij de kijker er als het ware bovenop zit. Dat gold later ook voor bijvoorbeeld HD-tv.”

Keuzevrijheid

Eind jaren zeventig zorgde de introductie van de videorecorder voor een kleine revolutie, volgens Agterberg “omdat de videorecorder het patroon van programmering doorbrak en de keuzevrijheid groter werd. In de jaren tachtig werd die keuzevrijheid nog groter met de komst van satellieten en kabeltelevisie.” Daarmee was er in feite al sprake van interactieve televisie, omdat de kijker zelf meer kon beslissen wat hij wanneer bekeek. Ondertussen was de televisie zelf nog steeds een grote kast waar immers de beeldbuis in moest passen. In die beeldbuis stuurde een kathode een elektronenstraal naar een fluorescentiescherm. Daar was een minimale afstand voor nodig, dus werden de kasten dieper naarmate de schermen groter werden.

Platte schermen: lcd

Met de introductie van de plasma-schermen medio jaren negentig en een paar jaar later de lcd-schermen (liquid crystal display) deden de platte tv-schermen hun intrede. Een beeldbuis kwam er niet meer aan te pas, dus was er ook geen diepe behuizing meer nodig. De lcd-schermen van enkele centimeters dik konden als schilderijen aan de muur opgehangen worden. Maar bij lcd-schermen zijn nog kleine ledlampjes nodig voor de achtergrondverlichting omdat de liquid crystals zelf geen licht uitstralen.

De nieuwste ontwikkeling: OLED

Oled-schermen (organic light emitting diode) zijn de volgende grote stap in de tv-techniek. De basis hiervoor werd al in de vorige eeuw gelegd, door Kodak. LG ontwikkelde de technologie door voor grote schermen en is op dit moment de enige fabrikant van grote OLED-schermen. Oled is wezenlijk anders dan lcd. Een lcd-scherm heeft licht nodig om de vloeibare kristallen op te lichten en op die manier beelden op te bouwen. Een Oled-scherm is opgebouwd uit minuscule lampjes, die zelf licht op kunnen wekken. Elke pixel kan je individueel controleren zodat het contrast en de reactiesnelheid van het beeld vele malen hoger is dan bij een lcd-tv. Daardoor is zwart op een OLED-scherm echt zwart, terwijl het op een lcd-scherm meestal donkergrijs is. Oled-schermen zijn bovendien zeer dun, slechts enkele millimeters, en verbruiken minder stroom.

De toekomst: oprolbare schermen

Twintig procent van de vandaag verkochte televisies heeft een oled-scherm, daarmee groeit het aandeel Nederlandse consumenten dat een oled-tv in huis heeft snel. En de ontwikkeling staat niet stil. Er zijn bijvoorbeeld al oprolbare schermen waarbij het scherm oprolt in een kastje. Maar als consument zit je met deze premium televisie goed voor de komende tien, vijftien jaar. Ook omdat de OLED-televisies van LG technologieën ondersteunen die nu nog niet gangbaar zijn, maar wel in ontwikkeling.

De beleving blijft centraal staan

Is er nog wel plek voor een grote centrale tv in de huiskamer nu tv kijken steeds meer een individuele bezigheid is geworden? Toch wel: vooral ’s avonds blijft het centrale scherm in de woonkamer favoriet voor het gezamenlijk kijken naar een voetbalwedstrijd, een talentenjacht, een speelfilm of andere programma’s. Dat onderschrijft ook mediahistoricus Agterberg: “De diverse media -tv, computer, smartphone - groeien steeds meer naar elkaar toe doordat je bijvoorbeeld een film kijkt op je smartphone. Maar de kern blijft de beleving: het meebeleven en het gezamenlijk beleven.”

 Illustratie: Studio Garcia

Oled-pionier LG

De absolute pionier op het gebied van oled-televisies is LG. Het merk was de eerste die in 2010 een 15 inch oled-televisie verkocht en is sinds 2013 het best verkopende oled-televisiemerk. Het is dan ook de enige producent van oled-schermen voor tv’s. Koop je een oled-televisie van een ander merk? Dan weet je zeker dat het scherm zelf in een LG-fabriek van LG Display gefabriceerd is. Kijk voor meer informatie over LG op lg.com