Sponsored content
Sponsored content

Wat als de robots komen?


Onlangs becijferde Deloitte op basis van een onderzoek van Oxford University dat er in Nederland door de opkomst van de robots en kunstmatige intelligentie 2 à 3 miljoen banen zullen verdwijnen. In de komende 10 jaar. Niet alleen administratief medewerkers, boekhouders en bestuurders van voertuigen zijn de pineut, ook sales-, marketing- en klantenservicemedewerkers kunnen uitkijken naar een nieuwe baan.

Hoe gaan we dit massale verlies aan banen compenseren? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, zoals John Schattorie, directeur Werk & Inkomen bij Deloitte, opmerkte in een aflevering (22 maart) van VPRO’s Tegenlicht: “Wat er precies gaat gebeuren laat zich niet precies voorspellen. Dat het effect groot gaat zijn wel.” Om die uitkomst mede te bepalen, moeten er enkele belangrijke keuzes gemaakt worden. Hoe richten we de arbeidsmarkt in? Hoe stimuleren we de juiste economische sectoren? Welk onderwijs is daarvoor nodig? Hoe gaat het economisch systeem eruit zien? Aangezien veel maatregelen pas na jaren effect hebben, is het van belang om daar nu al over na te denken.

John Schattorie bij Tegenlicht over het werken van morgen:

Effecten op de werkgelegenheid

Maar gelukkig is het niet de eerste keer dat zich een grote economische transformatie voordoet; in het verleden is de mensheid uitermate flexibel gebleken. Landarbeiders werden vervangen door machines, waardoor mensen naar de stad trokken. De machines in de fabrieken aldaar werden slimmer en goedkoper en maakten veel arbeiders overbodig. Een hoger welvaarts- en opleidingsniveau resulteerde uiteindelijk in onze kenniseconomie, waar de (robot-) onderzoekers, ingenieurs en programmeurs van nu uit voortkomen. Ze vormen een steeds grotere en belangrijkere sector, waarin veel banen gecreëerd zullen worden. Tegelijkertijd moeten we ons als maatschappij realiseren dat niet iedereen dat hoogwaardige werk kan vervullen. We dienen na te denken over de rol van werk in de samenleving als robots ons veel uit handen gaan nemen.

Menselijke eigenschappen

In een tijdperk waarin robots niet alleen lager-, maar ook middelhoog opgeleid werk kunnen doen, zullen werknemers verder mee moeten evolueren om hun toegevoegde waarde te behouden. Daarbij moeten we de transitie doormaken van een kenniseconomie naar, zoals Oxfort University het noemt, de ‘human economy’. Hierbij is het niet langer kennis dat ons onmisbaar maakt, maar juist typisch menselijke eigenschappen als gedrevenheid en karakter en vooral ook creativiteit. De mate waarin een organisatie deze menselijke krachten weet te mobiliseren, zal bepalend zijn voor haar succes. Ja, er zullen dus zeker banen verdwijnen als gevolg van de robotrevolutie, maar er zullen tegelijkertijd weer allerlei nieuwe soorten banen ontstaan.

Belangrijk voor ons welvaartsniveau

Zo bezien is de komst van de robot geen doemscenario. Sterker nog, de robotrevolutie is van belang voor het in stand houden van ons huidige welvaartsniveau. Terwijl de omvang van de Nederlandse beroepsbevolking steeds verder afneemt, neemt het aantal ouderen sterk toe. De productiviteit per werknemer zal dus sterk moeten stijgen om ons huidige voorzieningenniveau te kunnen blijven betalen. De inzet van meer robots zorgt ervoor dat Nederlandse bedrijven beter kunnen concurreren met lagelonenlanden en er ruimte ontstaat voor groei van de economie.

Oplossingen voor maatschappelijke problemen

Bovendien kan de robotisering helpen om bepaalde voorzieningen naar een hoger niveau te tillen. Een praktijkvoorbeeld: bijna dagelijks zijn er nieuwsberichten over de misstanden in de verzorgingstehuizen, waarbij ouderen te weinig aandacht krijgen van het verplegend personeel. Robots kunnen ondersteuning bieden, zowel bij administratieve- als bij zorgtaken, zodat de verzorging zich weer kan richten op hun unieke toegevoegde waarde: aandacht en menselijke warmte.

 John Schattorie is directeur Werk & Inkomen bij Deloitte. Wil jij naar aanleiding van dit artikel van gedachten wisselen met John? Neem dan contact met hem op.