Sponsored content
Sponsored content

Leuk, zo’n studie. Maar is er straks wel werk?

Twee jaar geleden publiceerde Deloitte een opzienbarend onderzoek naar de toekomst van arbeid: tussen nu en 2035 verdwijnen er 2 tot 3 miljoen banen door robotisering en kunstmatige intelligentie. Nu zijn er nieuwe inzichten. Uit recente data-analyses blijkt namelijk dat er nog steeds studenten worden opgeleid voor die banen.


En dat zijn er niet een paar. Maar liefst 42,3 procent van de mbo’ers volgt een studie voor een beroep dat binnen afzienbare tijd mogelijk niet of nauwelijks meer bestaat. Ook 19,3 procent van de hbo’ers en 10,4 procent van de wo’ers volgen een studie waar over een aantal jaar nauwelijks nog werk in te vinden is. Dat blijkt uit het onderzoek De impact van automatisering op het Nederlandse onderwijs dat Deloitte deed als onderdeel van het jaarlijkse State of the State-onderzoek. “Het zijn cijfers die niet geruststellen”, zegt Sjoerd van der Smissen, partner Strategy en Operations bij Deloitte en coauteur van het rapport. “We krijgen dus een overschot aan de ene kant – wel ervoor opgeleid, maar weinig of geen werk in te vinden – maar er is een tekort aan de andere kant. Want er zijn ook beroepsgroepen, bijvoorbeeld in de IT, waar onvoldoende mensen voor worden opgeleid en dus weinig arbeidskrachten te vinden zijn. Die mismatch is mijn grootste zorg.”

Wat is het arbeidsperspectief?

Vooral studenten in de hoek van accountancy, finance, economie en recht moeten zich zorgen maken. Van der Smissen: “Mijn indruk is dat jongeren vooral een opleiding kiezen die ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Op zich logisch natuurlijk, maar ik zou ze aanraden het beroepsperspectief zwaarder te laten meewegen.” Een verantwoordelijkheid die hij overigens ook bij opleidingsinstellingen legt. “Hoewel er informatie over het beroepsperspectief te vinden is in bijvoorbeeld de studiebijsluiters, kan dit beter en meer gericht op toekomstige verwachtingen. Voor hbo- en wo-opleidingen moeten studenten een matchingsgesprek voeren als ze zich inschrijven. Ik heb de impressie dat het arbeidsperspectief tijdens zo’n gesprek niet consequent aan bod komt.”

Studenten van de toekomst mogen en moeten verder vooruitkijken,

Kritisch

Dat kan dus beter. Een ander advies van Van der Smissen is leerlingen al vroeg op de middelbare school informeren over de mogelijke beroepen die uit hun vakkenpakketkeuze rollen. “Door een vakkenpakket te kiezen, sluiten ze ook vakken en daarmee beroepen uit. Ik denk dat docenten hen goed moeten uitleggen hoe belangrijk die keuze is en wat de consequenties ervan zijn. Het arbeidsmarktperspectief is belangrijker dan ‘wat kiezen mijn vrienden of vriendinnen’.”

Studenten van de toekomst mogen en moeten verder vooruitkijken, vindt Van der Smissen. “Het is nodig om kritisch te zijn. Ze mogen hun docenten gerust vragen om hen te vertellen wat ze écht kunnen en welk beroep daarbij past.”

Nadruk op bèta

Het lastige is: dat kan ook een beroep zijn dat nu nog niet bestaat. Of niet in die vorm. “Dankzij de digitale revolutie hebben we straks behoefte aan mensen die anders opgeleid zijn dan nu. Neem het onderwijs. Kinderen op de basisschool doen steeds vaker rekensommen via de computer of de iPad. De rol van de leerkracht verandert daardoor.”

Wie in de nieuwe, digitale wereld employable wil zijn, heeft nieuwe vaardigheden nodig. “Ondernemerschap, sociale vaardigheden, adoptievermogen, meer bèta, kennis van programmeren”, somt Van der Smissen op. “Het is daarom essentieel dat we nadenken over nieuwe curricula waar die kennis aan bod komt. Zuid-Korea heeft het wat dat betreft goed begrepen. Daar ligt de nadruk in het onderwijs meer op bèta dan bij ons. Het gevolg is dat er veel meer jongeren kiezen voor een technische studie. Daar is dus geen tekort aan mensen met kennis van informatica. Bij ons wel.”

Numerus fixus

Het studiekeuzeonderwerp speelt niet alleen in klas- en studielokalen, het houdt ook de Tweede Kamer bezig. De discussie gaat over de zogeheten macrodoelmatigheidstoets. Tot nu toe wordt deze toets alleen afgenomen bij nieuwe studies: komt deze studie tegemoet aan de wensen van de stakeholders en de maatschappij? Oftewel: zitten we op deze studie te wachten? Van der Smissen: “Er gaan stemmen op voor een macrodoelmatigheidstoets voor bestaande opleidingen. Ook wordt er gekeken of er meer sturing nodig is, bijvoorbeeld via een numerus fixus op opleidingen waarvoor maar weinig banen beschikbaar zijn.” Tegenstanders vinden het belang van vrije keuze echter zwaarder wegen. Dat kan zijn, stelt Van der Smissen. “Maar een geïnformeerde keuze is essentieel.”

State of the State is een actuele data-analyse van ons land, bedoeld om beleidsmakers en organisaties te voorzien van bruikbare inzichten op verschillende maatschappelijke vraagstukken. Naast het thema Robotisering en Onderwijs deed Deloitte ook onderzoek naar de correlatie tussen eenzaamheid en zorgkosten, het aandeel buitenlandse beleggers op de Nederlandse vastgoedmarkt en het totale waardeverlies door cyberrisico’s voor de grootste Nederlandse bedrijven en overheid.

Wil je meer weten over het State of the State programma, neem dan contact op Maurice Fransen.