Sponsored content
Sponsored content
A menacing hand’s shadow on a computer keyboard in front of printed computer data. Dramatic light, high contrast.

Fraude: leuker kunnen we het niet maken. Wel moeilijker


In Nederland verliezen we elk jaar 10 miljard tot 26 miljard euro door fraude. In veel gevallen is dat publiek geld. Of het nu gaat om toeslagen, uitkeringen of belastingen; op het nieuws is te horen hoe makkelijk het is om hiermee te frauderen. Met betere detectie vooraf kunnen we fraude in de kiem smoren en miljarden besparen.

Leuker kan de Belastingdienst het niet maken, wel makkelijker. En ironisch genoeg bleek dat ook te gelden voor fraude. In 2013 pleegden Bulgaren fraude door voor maar liefst 95 miljoen euro aan onterechte toeslagen aan te vragen in Nederland. En dat bedrag is door diverse experts bovendien omschreven als ‘het topje van de ijsberg’. De publieke verontwaardiging is dan ook groot. Gerrie Lenting, fraude-expert bij Deloitte, laat zijn licht schijnen over de kwestie.

Vertel eens hoe dat moet, fraude uitbannen?

“Naast preventie en respons is detectie het sleutelwoord bij de aanpak van fraude. Banken passen dat al veelvuldig toe. Die hebben een strenge screening om fraude tegen te gaan en zoeken naar patronen die fraude voorspellen. Niet alleen keren ze dankzij die aanpak veel minder geld ten onrechte uit, maar hoeven ze ook minder te besteden aan respons in de vorm van opsporing.”

Die aanpak kan de overheid toch ook volgen?

“Door de toenemende decentralisatie van overheidstaken wordt de preventie en detectie van fraude complexer. Op basis van je gezond verstand zou je geen huurtoeslag geven aan iemand die volgens het Kadaster een huis bezit, op de bank flinke sommen geld heeft staan en volgens andere gegevens niet op de huurlocatie woont. Maar de onderlinge data-uitwisseling is te beperkt.”

Is dat probleem op te lossen?

“Jawel, door gegevens en systemen te koppelen in een database waarvan de output alleen beschikbaar is voor fraudedetectie. Uit oogpunt van privacy worden de gegevens van burgers namelijk pas beschikbaar gemaakt als fraude daadwerkelijk gedetecteerd is. In die zogeheten data darkroom kunnen gegevens worden gekoppeld van bijvoorbeeld het Kadaster, banken, het Bureau Krediet Registratie, de Gemeentelijke Basisadministratie, UWV, DUO en de Belastingdienst. Die koppeling kan simpel zijn: als iemand huurtoeslag aanvraagt maar tegelijk hypotheekrente aftrekt, dan ligt het voor de hand deze aanvraag tegen het licht te houden. Zo kun je met behulp van data-analyse een heel nauwkeurig risicoprofiel maken van elke nieuwe aanvraag voor een uitkering of toeslag. Financial crime analytics noemen we dat.”

Wat gaat ons dat brengen?

“Gezien de omvang van fraude en eerdere ervaringen, denken wij dat de fraude zo met 20 tot zelfs wel 50 procent verminderd kan worden. Dan heb je het dus over mogelijk vijf miljard euro. Het is dus een serieuze optie om te bekijken.”

Dat gaat natuurlijk wel klachten over privacyschending opleveren.

“Dat onderkennen wij inderdaad. We weten hoe gevoelig dat ligt. We spreken niet voor niks over een data darkroom, er moet niet meegekeken kunnen worden in de uitwisseling van gegevens. Geef daarnaast burgers de keuze: als je toestaat dat data wordt uitgewisseld, wordt je aanvraag voor bijvoorbeeld een toeslag snel behandeld. Geef je geen toestemming, dan duurt het wat langer. Dit moet kwaliteit, effectiviteit en privacy waarborgen. Privacy is tegenwoordig vaak onderwerp van gesprek, maar vergeet ook niet hoe groot de woede is over die fraude. Het gaat wel vaak om publiek geld.”

Je spreekt over ‘we’. Waarom?

“In oktober vond het Fraude Film Festival in EYE plaats. Daar spraken verschillende instanties met elkaar over fraude. De FIOD, het OM, de Nationale Politie en het UWV zijn het er bijvoorbeeld ook over eens dat er meer tegen fraude moet worden gedaan. Juist nu overheidstaken steeds decentraler belegd worden. Zo hebben we op de site State of the State gepleit voor een nationale coördinator fraudebestrijding. Ook daar lijkt nu meer animo voor te komen. Onlangs werd duidelijk dat de Nederlandse overheid het nieuwe Systeem Risico Indicatie (SyRI) gaat inzetten om gemeenten en overheidsinstanties effectiever te laten zoeken naar mensen die uitkeringen of toeslagen misbruiken. Voorkomen is beter dan genezen, detectie kost minder en levert meer op dan respons. De tijd lijkt nu rijp om door te pakken in de strijd tegen fraude.”

Gerrie Lenting is partner bij Deloitte Nederland en is gespecialiseerd in forensic, governance, audit en accounting. Wil jij naar aanleiding van dit artikel van gedachten wisselen met Gerrie? Neem dan contact met hem op.