Sponsored content
Sponsored content

De werknemer van de toekomst meet zichzelf

Als consument kennen we het fenomeen al: meetbaar zijn. Wat is mijn slaappatroon? Hoeveel kilometers heb ik gefietst en wat was daarbij mijn hartslag? Hoeveel stappen heb ik gezet en hoeveel calorieën zijn daarbij verbrand? Dit verschijnsel van onze meetbare zelf zou een welkome aanvulling op de werkvloer kunnen zijn. Mits ingezet als zelfsturingsinstrument.


“Veel werknemers voelen zich tegenwoordig een overwhelmed employee”, zegt Frederike Rip, senior manager Talent Strategy & Analytics bij Deloitte. “We krijgen dagelijks zoveel informatie op ons afgestuurd, dat is nogal overweldigend. Een onaflatende stroom aan e-mails, die je bovendien ook ’s avonds op de bank nog zit te beantwoorden dankzij de smartphone, telefoontjes, to-do-lijsten, vergaderingen, projecten, mensen die iets van je willen. Het is niet eenvoudig om dat allemaal het hoofd te bieden. Waar leg je de focus? Je kunt plannen tot je een ons weegt, maar timemanagement is niet meer voldoende. Het is nodig om keuzes te maken: kiezen waar je kracht ligt en dáár je tijd aan besteden.”

Een zelfsturingsinstrument op basis van data

Data over de eigen activiteiten kan medewerkers, in deze tijden van informatieoverload, helpen bij die keuze. Rip: “Medewerkers zouden tools kunnen gebruiken die hen inzicht geven in de efficiency en effectiviteit van hun tijdsbesteding.” Wat voor een inzichten? Denk aan de hoeveel e-mails die je verstuurt op een dag, hoe lang je erover doet om een e-mail te schrijven, met wie je het vaakst mailt en waarover? Maar ook: hoe snel je typt, hoeveel afspraken je hebt en hoe lang je onderweg bent? En: over welk kennisgebied je de meeste aanbevelingen krijgt op LinkedIn, wat voor soort informatie je het vaakst zoekt op internet? Het is allemaal meetbaar en inzichtelijk te maken. Die informatie kan een werknemer – de zogeheten quantified employee – gebruiken om zijn tijd efficiënter en doelmatiger te benutten.

Het welbevinden van de werknemer centraal

Een zelfsturingsinstrument op basis van data dus, waarbij het leveren van een optimale prestatie in combinatie met het welbevinden van de werknemer centraal staat. Wat is de rol van de werkgever hier eigenlijk in? “De werkgever dient het alleen mogelijk te maken en de faciliteiten beschikbaar te stellen aan zijn werknemers. Er zijn applicaties voor handen waarbij alleen de medewerker zelf zijn data kan inzien, en de werkgever dus niet.” Vooral dat laatste, benadrukt Rip. “Werkgevers moeten het niet inzetten als managementinstrument. Het gaat er om dat werknemers in staat zijn zichzelf te meten. Als werkgever moet je individuele medewerkers niet op die manier monitoren. Dan ontstaat het big brother is watching you-gevoel en dat geeft een cultuur van onveiligheid.”

Wetgeving

Bovendien mag het niet eens. “Het is alleen toegestaan om een werknemer via data in de gaten te houden, als je daar als werkgever een grondslag voor hebt”, zegt Annika Sponselee, privacyexpert en director bij Deloitte Risk Advisory. “Een voorbeeld: het is in principe niet toegestaan om zomaar van al je medewerkers het internetgedrag te screenen. Dat is alleen mogelijk als er een concrete verdenking is van bijvoorbeeld fraude en werknemers op de hoogte zijn van deze screeningsmogelijkheden door de werkgever. Om je goede naam te beschermen, is het – in bepaalde gevallen – gerechtvaardigd om het surfgedrag van diegene gedurende een korte en afgebakende periode in de gaten houden. Maar je mag niet zomaar alles en iedereen monitoren.” Ook niet als medewerkers daar toestemming voor geven? Nee dus, stelt ze. “Wet en regelgeving schrijft voor dat je die toestemming in vrijheid moet kunnen geven. In het geval van een werknemer is die vrijheid er niet, omdat hij - vanuit de regelgeving bezien - afhankelijk is van zijn werkgever.”

Fenomeen quantified employee

Kort en goed: volgens Rip en Sponselee zou bij het fenomeen quantified employee de werknemer zichzelf moeten meten, op geheel vrijblijvende basis, om zodoende te blijven leren en ontwikkelen. De meetgegevens zijn alleen voor hem of haar inzichtelijk. De werkgever heeft geen inzage, die stelt slechts de faciliteiten beschikbaar. “Vooral de nieuwe generatie zal deze ontwikkeling met open armen ontvangen”, denkt Rip. Bedrijven die hierop willen inspelen, doen er goed aan om - geheel zonder eigenbelang - hun medewerkers de gelegenheid te geven zichzelf te meten zodat ze hun tijd beter en slimmer kunnen besteden.

Zo moet het dus niet

De opkomst van de wearables bracht een groeiend aantal bedrijven op het idee om de gezondheid van hun medewerkers in de gaten te houden (lees: te meten). Een Rotterdams bedrijf deed zelfs een experiment, waarbij ruim driekwart van de medewerkers – zogenaamd vrijwillig – een jaar lang een wearable droeg die levensritme, productiviteit en welzijn in kaart bracht. De werkgever had de beschikking over alle data. Het doel: inzicht in de juiste balans tussen well being en well billing, aldus de omschrijving van het experiment. Uit den boze, stelde de Autoriteit Persoonsgegevens. Ten eerste hebben werkgevers niets te maken met de gezondheidsdata van hun werknemers. En bovendien is er niet zoiets als vrijwilligheid in een arbeidsrelatie.

Verder praten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Frederike Rip en/ of Annika Sponselee.