Sponsored content
Sponsored content

De revolutie in de stad

Overal ter wereld ondergaan steden de transitie naar Smart City. In India, bijvoorbeeld, worden nu planmatig honderd ‘slimme steden’ ontwikkeld. Het bekende voorbeeld is straatlantaarns die reageren op de omgeving en apps voor de verkeersdoorstroming. Maar de grootste veranderingen vinden juist achter de schermen plaats. Als Nederlandse grote steden samen scherpe keuzes maken kan dat tot een grote internationale voorsprong leiden voor ons land.



Sinds 2014 woont meer dan de helft van de bevolking in steden en de komende jaren zal dat aandeel alleen maar verder toenemen. Lokale overheden zijn naarstig op zoek naar nieuwe manieren om al die mensen op een goede manier met elkaar te laten samenleven, zonder onveiligheid, verkeerschaos, milieuvervuiling, sociale onveiligheid en hoge werkloosheid. Tegelijkertijd is het doel om de economische slagkracht van de stedelijke gebieden - als motor van de landelijke economie - te vergroten.

De oplossing lonkt in de vorm van het Smart City concept.  Na een periode waarin vooral veel meer of minder succesvolle pilots zijn gedraaid, lijken we nu toch aan de vooravond te staan van de eerste echte Smart Cities.

Drie pijlers

Volgens Andries van Dijk, Director Public Sector bij Deloitte, heeft dat met drie grote technologische ontwikkelingen te maken die nu hun intrede beginnen te doen: “Het Internet of Things is de eerste daarvan. Hierdoor wordt een groot aantal objecten – van vuilcontainers, verkeerslichten en lantaarnpalen tot gebouwen – uitgerust met sensoren, connectiviteit en processoren waardoor ze echt ‘smart’ worden en reageren op hun omgeving. Dat brengt voordelen met zich mee: meer gemak, toenemende duurzaamheid en grotere veiligheid. Het genereert ook een enorme berg aan data, die exponentieel blijft doorgroeien.” Die data bieden weer talloze mogelijkheden om betere beslissingen te nemen en slimmere keuzes te maken zowel voor de overheid als voor individuele burgers.

Tegelijkertijd heeft de kunstmatige intelligentie grote sprongen gemaakt, aldus Van Dijk. “Cognitive computing – ofwel zelflerende computers – staat op het punt door te breken in tal van sectoren. Pilots in de medische wereld laten zien dat deze computers snel significant beter scoren dan artsen in bijvoorbeeld het beoordelen van MRI scans en het stellen van diagnoses. Deze bovenmenselijke denkkracht zullen we hard nodig hebben om inzicht te creëren uit de brij van data die door het Internet of Things wordt gegenereerd.”

Tot slot zijn ook automatisering en robotics snel vooruit gegaan. Van Dijk: “Robots zijn niet meer onpersoonlijke, industriële apparaten, maar communiceren in menselijke taal, leren sociale omgangsvormen en beginnen taken uit te voeren die voorheen alleen door mensen werden gedaan. En de automatisering van kenniswerk gaat ook steeds verder. Naar verwachting zal daardoor tot de helft van alle huidige banen op termijn verdwijnen.”

“Robots zijn niet meer onpersoonlijke, industriële apparaten, maar communiceren in menselijke taal, leren sociale omgangsvormen en beginnen taken uit te voeren die voorheen alleen door mensen werden gedaan.

De Smart City bestaat (nog) niet

Deze drie ontwikkelingen leggen samen de basis voor de digitale economie en in het verlengde daarvan, de digitale samenleving. De impact hiervan zien we als eerste terug in de steden, al staat het volgens Hans Teuben, Director Consulting bij Deloitte, nog in de kinderschoenen. “Op dit moment wordt door lokale overheden met digitale platforms geëxperimenteerd, om bijvoorbeeld de verkeersdoorstroming in kaart te brengen en te verbeteren. Maar er is nog veel meer mogelijk. De volgende stap is om vanuit een sturende overheid te gaan naar een overheid die een innovatieplatform biedt voor burgers die samen met de stad de uitdagingen en vraagstukken van deze tijd willen oplossen.” Ook bedrijven kunnen en zullen hierop aanhaken, denkt Teuben omdat zij op zoek zijn naar plekken waar zij met gebruikers op zoek kunnen naar nieuwe business modellen. Zo zal de digitalisering van de stad vooral ook aanjager van economische activiteit zijn en welkome werkgelegenheid creëren.

De echte transitie vindt plaats als de stad helemaal loskomt van de stenen en een volledig digitaal platform biedt naast de bestaande fysieke omgeving. Teuben: “Daarmee kunnen ook mensen en bedrijven die niet in de stad wonen maar wel deelnemen aan het platform (e-residents) een bijdrage leveren aan de economische en sociale ontwikkeling van de stad. Science fiction? Nee, in Estland bestaat het al. Iedereen kan een virtuele burger van Estland worden en diverse ondernemers werken er al vanuit een e-onderneming zonder zelf in het land gevestigd te zijn. Nederland en de grote steden zouden hier op korte termijn ook mee moeten willen starten en experimenteren.”

Geen geruisloze overgang

De technologie is er, de voordelen voor lokale overheden zijn evident. Is het dan een kwestie van tijd voordat alle steden Smart City zijn? Volgens Van Dijk en Teuben zal er eerst over een aantal uitdagingen moeten worden nagedacht. “Veel ambtenarenapparaten denken nog niet vanuit de gedachte digital first”, vertelt Teuben. “Er is een echte transformatie van de overheid nodig om alle kansen van de digitale economie te benutten. Daarbij zal zij door de snelle technologische ontwikkelingen en grotere complexiteit van vraagstukken in de samenleving in toenemende mate oplossingen samen met burgers en bedrijven moeten ontwikkelen, in co-creatie. De overheid fungeert dan als platform voor innovatie en hoeft niet zelf alles uit te vinden.”

“De overheid moet de randvoorwaarden creëren waarbinnen innovatie en nieuwe economische activiteiten kunnen ontstaan”

Ook rijst de vraag: kan en wil iedereen wel mee met de verdergaande digitalisering van de samenleving? En ontstaat er dan geen tweedeling, bijvoorbeeld met digibeten. Teuben denkt dat overheden dat risico kunnen beperken door te investeren in intuïtieve, gebruiksvriendelijke technologie die de digitale samenleving voor vrijwel iedereen toegankelijk maakt. “Daarmee creëer je ook nog eens werkgelegenheid – een win-win situatie.”

Zowel Van Dijk als Teuben geloven niet dat de overheid sturend moet zijn in de digitale economie. “De overheid moet de randvoorwaarden creëren waarbinnen innovatie en nieuwe economische activiteiten kunnen ontstaan”, aldus Van Dijk. “Dan blijft wel de vraag: wie zit dan wel achter het stuur? Misschien is de ontwikkeling steeds meer autonoom en stuurt er niemand bij – willen we dat wel?” Ook de enorme berg met data roept veel vragen op. Teuben: “Van wie is die data en wie bepaalt wat ermee mag gebeuren? De overheid? De burger? Of de bedrijven die de data verwerken tot nuttige informatie? Hoe zit het met de data privacy? Is de burger in staat om met die data om te gaan zodat bottom-up initiatieven van de grond komen? Kan de overheid burgers helpen om zelf meer met data te doen of te beslissen waar en wanneer het mag worden toegepast?”

Dit zijn essentiële vragen waarop tot op heden geen eenduidige antwoorden bestaan. De belangen zijn groot, daarom moeten deze kwesties op nationaal en internationaal niveau besproken worden in de politiek. In Nederland gebeurt dit nauwelijks en dat is een gemis. “We moeten uiteindelijk denken in termen van Smart Nations in plaats van Smart Cities”, zegt Van Dijk. “Alleen dan kan de transitie naar de digitale samenleving slagen.” Voor Nederland betekent dit dat de steden aan de basis met elkaar samenwerken en daarnaast diversifiëren door ieder een eigen profiel te kiezen dat bij hen past. Denk aan Eindhoven met zijn high tech industry en Den Haag als hub voor Peace & Justice. Op die manier vormen de grootstedelijke gebieden met elkaar een Smart Nation.

Op donderdag 26 mei a.s. organiseert Deloitte, als onderdeel van het Startup Fest Europe en in samenwerking met de gemeente Rotterdam, KPN, CIC en Venture Café, het City Flows event. Dit event staat onder meer in het teken van Smart Mobility.