Coachartikel

Mag ik mijn sollicitatie demotiveren?

Ja hoor, je leest het goed. Demotiveren, de-motiveren dus. Dit is hoe Van Dale het omschrijft: de·mo·ti·ve·ren (demotiveerde, heeft gedemotiveerd) de motivatie ontnemen. En ik kan je vertellen, daar hadden jullie als sollicitanten in 2017 (en de vijftien voorgaande jaren die ik in dit werkgebied rondliep) allemaal heel vaak een handje van. Demotiveren dus, als in ‘Ik vertel je lekker waarom je mij vooral niet moet hebben’. Klinkt een beetje onhandig hè? Nou dat is het ook.

Laat ik beginnen met een stelling. Ik geloof dat, laten we het ruw schatten, de helft van de sollicitanten tijdens een sollicitatie meer praat over waar ze eigenlijk niet over willen praten, dan waar ze wél over willen praten. Ze benoemen tijdens hun sollicitatie als éérste waar ze niét over willen praten. Wanneer ze 20% van de vacature niet beheersen, en 80% wel, hebben ze de neiging om 80% van de tijd te praten over die 20% die ze niet beheersen. En dat is, op zijn zachtst gezegd, nogal contraproductief.

Ik geef je een voorbeeld. In de gemiddelde sollicitatiebrief zie je dat mensen eerder motiveren waarom ze ergens weggaan, dan dat ze motiveren waarom ze juist wel in deze rol willen werken. Je legt dus de nadruk op het negatieve in de oude of huidige situatie en motiveert niet positief naar de toekomst toe. Je demotiveert dus je eigen sollicitatie in je eigen motivatiebrief. Het zit hem al in de naam hè.

Hetzelfde verschijnsel gaat op voor de gesprekken zelf, hier zie je de 80-20 regel ook vaak terug. We praten 80% van de tijd over de 20% die we niet beheersen. Werkgever: ‘Vertel eens iets over jezelf.’ Sollicitant knikt, slikt en begint het verhaal. ‘Hallo, ik ben Arie en ik ben administrateur, ik ben 48 jaar en ik kan niet werken met softwarepakketten X,Y en Z en ik heb alleen maar ervaring met kasboeken en niet met crediteuren en jaarboeken.’ Daarna zakt Arie rustig achterover in zijn stoel en haalt opgelucht adem. Zo dat is eruit!

Ik geloof heilig dat een van de voornaamste redenen waarom sollicitanten eerder demotiveren dan motiveren, is dat we als eerste praten over dat wat ons het nauwste aan het hart ligt. Zaken waar we ons zorgen over maken, de zaken die we het engste vinden. De zaken die we dus niet beheersen of waar we ons zorgen over maken. Wat we vervolgens doen is dit direct aan het begin van het gesprek op tafel donderen. Bam, hier heb je al mijn twijfels, dan ben ik er vanaf. Doe er maar wat mee.

De tweede verklaring voor het stelselmatig demotiveren van de eigen sollicitatie is waarschijnlijk de onkunde om te motiveren. We weten immers vaak beter wat we niet kunnen, dan wat we wel kunnen. En we weten met grote regelmaat beter wat we vooral niet willen, dan wat we wel willen. Dus praten we maar lekker over het negatieve, omdat we moeite hebben het positieve te benoemen. Jij zult de werkgever moeten motiveren om jou aan te nemen. Geef daar dan ook de argumenten voor. Vertel wat je wel kan. Beargumenteer waarom jij zo goed in de rol past en als je dingen niet beheerst, maak die dan onderdeel van een groter verhaal en donder ze niet als allereerste op tafel om er maar vanaf te zijn. Dat werkt namelijk nogal, demotiverend.

Misschien is dit dan ook wel een mooi voornemen voor 2018; om het demotiveren in 2017 achter te laten en het motiveren in 2018 toe te passen.

Over Freek van Kraaikamp (@Fvankraaikamp)
Freek (1985) is actief als loopbaancoach, auteur en columnist. Startte na een tienjarige carrière in de arbeidsbemiddeling zijn eigen bedrijf FREEK. Vanuit deze coachingspraktijk geeft hij individuele loopbaancoaching en sollicitatie-workshops. Hij schreef het sollicitatiehandboek Zou jij jezelf aannemen? Daarnaast schrijft hij columns voor verschillende magazines en websites.