Sponsored content
Sponsored content

Hoe vooroordelen je sollicitatie kunnen beïnvloeden

Op een mooie zomerse zaterdag flaneerde ik in Artis met een lichte kater, door de woeste voorgaande avond, tussen de apen en de flamingo’s. Alles was perfect, de warmte zorgde voor het geleidelijk afvloeien van mijn kater en een Calippo Cola hield het geheel heerlijk koel. Toch was er een fenomeen dat de perfectie doorbrak: mannen met waterflesjes aan de zijkant van hun rugzak gestoken. Tientallen mannen die door dat ene flesje veranderden in de personificatie van kneuterigheid. Het sloeg helemaal nergens op, en toch gebeurde het. En laat een dergelijk fenomeen zich tijdens sollicitaties nu ook voordoen.

Ik ben Hans, ik ben 34 en ik woon nog bij mijn moeder’. Er zijn honderden valide redenen te bedenken waarom Hans nog bij zijn lieve moeke woont, maar je zet jezelf in een sollicitatiegesprek weg als een onzelfstandige knul op leeftijd. In het interviewprogramma Kijken in de Ziel legt interviewer Coen Verbraak professionals van diverse pluimages het vuur na aan de schenen. Dit deed hij ook bij Sebastiaan Hermans die stelde dat PVV’ers niet geschikt zijn als rechter. Beide vooroordelen doen er in mijn ogen niets toe wanneer de betreffende kandidaat zich professioneel opstelt en zijn functie naar eer en geweten uitvoert. Een vroeg zelfstandige puber en een GroenLinks stemmende officier van justitie zijn in beginsel als professional net zo kundig of onkundig als eerdergenoemden.

Toch werkt het in de praktijk vaak anders. Dat merkte ik in Artis aan mijn eigen totaal ongegronde vooroordeel jegens mannen met waterflesjes (en zittend plassende kerels, zoals ik in mijn eerdere stuk schreef). Ik vroeg me op die mooie zomerdag in Artis dan ook af wat deze vooroordelen met mijn eigen beslissingsproces deden. Hardop hield ik mezelf voor dat ik het niet mee zou laten wegen. Maar wat doen we dan met twee kandidaten van gelijke geschiktheid? Nemen we dan de (in onze ogen) veilige beslissing?

In het aannametraject van de ideale kandidaat houden we vaak twee zaken voor ogen. Winstmaximalisatie (de beste kandidaat) en risicobeperking (voor de lange termijn). Dus wanneer twee (of meerdere) kandidaten op stap (1) hetzelfde scoren, dan gaan er daarna andere mechanismen werken. Ben je als werkgever dan eerlijk genoeg om het zuiver te houden? En hoe ga je daar als sollicitant mee om?

Vooroordelen kunnen door verschillende prikkels opgewekt worden. Denk je dat je als fervent linkse of rechtse stemmer een monopolie op de waarheid hebt? Dan bestaat de kans dat je sollicitanten van een andere politieke kleur met argusogen bekijkt. En hoe speel je daar als werkzoekende op in? Zet je je bijbaan als raadslid op je CV, of laat je het weg? Hetzelfde gaat op voor je seizoenkaart voor de plaatselijke voetbalclub en je kickboks achtergrond. Plaats je jezelf dan direct in een hokje? Terwijl je daar helemaal niet in zit?

Om eerlijk te zijn weet ik het antwoord zelf ook niet direct. Enerzijds roep ik dat je ten alle tijden jezelf moet (kunnen) zijn, anderzijds heeft het gewoon invloed op je sollicitatietraject.

Daarom vraag ik het aan jou, hoe ga jij als sollicitant hiermee om?

Over Freek van Kraaikamp (@Fvankraaikamp)
Freek (1985) is actief als loopbaancoach, auteur en columnist. Startte na een tienjarige carrière in de arbeidsbemiddeling zijn eigen bedrijf FREEK. Vanuit deze coachingspraktijk geeft hij individuele loopbaancoaching en sollicitatie-workshops. Hij schreef het sollicitatiehandboek Zou jij jezelf aannemen? Daarnaast schrijft hij columns voor verschillende magazines en websites.