Sponsored content
Sponsored content

Gedraagt de gemiddelde recruiter zich echt zo slecht als menig werkzoekende beweert?

In een serie columns voor NRC Carrière houd ik de arbeidsmarkt anno 2016 kritisch tegen het licht. 600.000 werkzoekenden zijn in meer of mindere mate op zoek naar een nieuw onderkomen, maar vaak gaat het nog (onnodig) mis. De vraag is dan, waar gaat het precies mis? Na een oproep tot meer menselijkheid bij grote arbeidsbemiddelaars en een onderzoek naar de (ontbrekende) zelfreflectie van werkzoekenden kijk ik deze keer naar de recruiters. De zelfde recruiters die sollicitanten vrijwel unaniem lijken te haten.

Daar ben je als sollicitant dan mooi klaar mee. Werkloos en naarstig op zoek naar een baan. Ondertussen strand je constant in een vroeger (of later) stadium. En iedere keer zitten recruiters je dwars. Ze wijzen je af, ze bellen/mailen niet terug, je hoort niets meer terug. De klaagzang over recruiters is lang. Maar is deze ook terecht?

Anno 2016 bevinden we ons in een werkgeversmarkt. Het overschot aan werkzoekenden zorgt ervoor dat werkgevers en recruiters de krenten uit de pap kunnen halen. Ik ben ervan overtuigd dat je ze dit niet kwalijk kan nemen, jarenlang is het andersom geweest. Dat werkgevers en recruiters je afwijzen, dat kan je hen niet kwalijk nemen. Wat is het alternatief? Werkgevers huren recruiters in om dat schaap met die vijf poten te vinden, of anders vier en een half. Deze ondernemers willen in economisch moeilijke tijden het beste poppetje binnen hun organisatie hebben. Die nemen geen genoegen met minder en daar lijkt mij niets mis mee. Dat dit ontzettend naar is voor de afgewezen sollicitant staat overigens ook buiten kijf. Maar maakt dit de recruiter dan direct tot de gebeten hond?

Dit alles neemt niet weg dat een groot gedeelte van de recruiters zich ronduit onbeschoft gedraagt. Een rondvraag onder meerdere (langdurig) werkzoekenden leerde mij dat zij het aantal niet terugbellende/mailende/afbellende recruiters vaak tot meer dan de helft inschatten. En daar wringt in mijn ogen de schoen. Laat dit niet voor iedere recruiter geleden. Maar de frustratie van veel werkzoekenden dat ‘die blaag niet eens het fatsoen heeft iets te laten horen’, kan ik volledig begrijpen. Je bent ineens in zoiets essentieels als werk afhankelijk van ongrijpbare en soms zelfs ronduit onfatsoenlijke krachten. En dat niet een of twee keer maar meer dan de helft van de keren Daar zou ik ook helemaal gestoord van worden! Daar zou ik me ook een partij sollicitatie-moe van worden, doodmoe zelfs.

Net als bij de krachttermen die de grote arbeidsbemiddelaars bezigen en de soms zurige werkzoekenden is het bij recruiters ook weer de toon die de muziek maakt. De recruiter mag ook wel eens wat fatsoenlijker optreden wanneer de winst niet direct in het verlengde van een ‘sale’ ligt. Er zitten veelal salestijgers op recruitment posities, daar worden ze op uitgezocht door de grote bureaus. Daar is niets mis mee. Alleen schort het daardoor meer dan eens aan een nette afhandeling als het gestelde target niet meer gehaald kan worden. En daar reageren sollicitanten op hun beurt ook weer op. Een negatieve vicieuze cirkel van jewelste. Maar die moet toch te doorbreken zijn? Dit is voor niemand ideaal!

Daarom mijn oproep aan rekruterend Nederland. Afwijzen is niet verkeerd, maar doe het wel. Wijs af, doe het netjes en zet je kandidaat nog even centraal, ook als hij nu even niet ‘plaatsbaar’ is. Daar worden we uiteindelijk allemaal namelijk een beetje vrolijker van. En dat kan de huidige arbeidsmarkt wel gebruiken.

Over Freek van Kraaikamp (@Fvankraaikamp)
Freek (1985) is actief als loopbaancoach, auteur en columnist. Startte na een tienjarige carrière in de arbeidsbemiddeling zijn eigen bedrijf FREEK. Vanuit deze coachingspraktijk geeft hij individuele loopbaancoaching en sollicitatie-workshops. Hij schreef het sollicitatiehandboek Zou jij jezelf aannemen? Daarnaast schrijft hij columns voor verschillende magazines en websites.