Coachartikel

Erger je je aan je collega(‘s)?

Vecht, vlucht of kies de derde weg: ontspan óndanks je collega’s.

Je bent op tijd in de vergaderruimte, maar er is nog niemand. De anderen komen langzaam binnen gedruppeld en twee collega’s ‘redden het toch niet’ en hebben zich afgemeld. De voorzitter werkt de agenda af, maar alleen jij blijkt je echt te hebben voorbereid. De anderen hebben er al wel naar gekeken, maar hebben nog wat vragen. Flauwekul, denk je. Gewoon vanmorgen pas aan begonnen.
Je bent het goed zat en staat voor een dilemma: ‘Ga ik hier nog energie insteken door me boos te maken naar mijn collega’s of de manager? Of laat ik ze in hun sop gaarkoken en zoek ik een andere baan?’

Vechten of vluchten: vaak beide onbevredigend
Er zijn drie opties voor je in deze situatie, maar natuurlijk in nog veel meer situaties waarin je je ergert aan je collega’s, je manager, je klanten, maar ook aan je familie en vrienden. Je kunt:
1. Vechten: dat kan betekenen dat je met je vuist op tafel slaat en zegt dat het zo niet langer gaat of dat je je collega’s in een één op één gesprek probeert te overtuigen. Of dat je een mail stuurt naar de manager van jouw manager met de boodschap dat hij/zij de zaken niet in de hand heeft.
2. Vluchten: je zoekt een andere werkplek binnen of buiten de organisatie.
Beiden zijn vaak onbevredigend. Het veranderen van je collega’s is zelden kansrijk, omdat de ander zich weinig laat veranderen, zeker als die geen probleem ervaart. Als jij in een organisatie werkt waar punctualiteit geen kernwaarde is en je manager er ook niet zo van is, dan is de kans op succes dit te veranderen klein.
De tweede optie: je taken aanpassen of ander werk zoeken is ook niet prettig. Zeker niet als je dat doet met de overtuiging dat je wel moest, omwille van je collega’s.

Het is toch gewoon normaal?
Je ergert je suf: ‘Zo ga je toch niet met elkaar om? Hoe moeilijk is het nu om gewoon op tijd te komen en je aan de afspraken te houden?’ Je vindt het niet meer dan logisch en vanzelfsprekend. Hoe kan het dan dat anderen daar anders in staan? De gedachte dat het ze niets kan schelen, en anderen last hebben van hun houding, maakt vaak extra boos.
Natuurlijk zijn er situaties die acuut ingrijpen vergen, maar dat zijn er niet zoveel. Denk dan bijvoorbeeld aan zoiets ernstigs als illegale praktijken of pesterijen, maar als een situatie minder serieus is, dan kun je je zelf altijd eerst de vraag stellen: is dit zo ernstig en schadelijk dat ik wel in moet grijpen? Indien het antwoord ‘nee ’is, kies dan voor:

De derde weg: anders denken
Deze aanpak betekent dat je je eigen (impliciete) normen onder de loep legt en met meer realisme kijkt naar je omgeving en de situatie. Doordat je minder gestuurd wordt door je emotie, lukt het vaak beter om met meer afstand en zakelijker te situatie te beoordelen en dan is de kans groter om juist meer voor elkaar te krijgen. In ieder geval lukt het beter om te zien waar je invloed op kunt hebben en waarop niet.
Een mens is een gewoontedier: je verandert niet zomaar je vastgeroeste overtuigingen. De overtuigingen die je hebt, zijn vaak ‘met de paplepel ingegoten’. Ze zijn zo vanzelfsprekend voor je dat je je niet eens kunt voorstellen dat je er ook anders over kunt denken. Vaak zijn je overtuigingen niet verkeerd, maar het is wel irreëel als je (onbewust) eist dat anderen dezelfde overtuigen aanhangen.

Vragen om je aan het twijfelen te brengen
Met de ontstaande vragen proberen we beweging te krijgen in je vastgeroeste overtuigingen om zo een basis te leggen voor een andere, misschien meer rationele gedachte.

1) Helpt het mij om zo te denken en handelen? Wat heeft het mij tot nu toe opgeleverd?
2) Doe ik iets waardoor ik het systeem in stand hou en anderen niet de kans geef om de nadelen te ondervinden? (bijvoorbeeld: werk van ze overnemen)
3) Zijn er dingen die ik doe, waaraan anderen zich zouden kunnen ergeren? Zaken die voor andere mensen misschien als vanzelfsprekend ervaren worden? Zaken die ik misschien wel wil veranderen, maar waar ik niet aan toe kom? Dit is geen gemakkelijke vraag: denk er eens wat langer over na of vraag het anderen.
4) Welke regel overtreedt mijn collega? Wie heeft die regel gesteld?
5) Kan en wil ik überhaupt iedereen tevredenstellen?
6) Heeft die collega ook kanten die ik bewonder? Kan ik ook anders over hem/haar denken?
7) Wat is mijn (uiteindelijke) doel en kan ik dat op een andere manier bereiken, zonder dat ik mijn collega’s hoef te overtuigen?

Een gezondere gedachte
Je zou jezelf kunnen trainen een gezondere gedachte te formuleren, iets in de trant van:
‘Het trekken en duwen aan collega’s levert me niets op. Daar stop ik vanaf nu mee. Mijn collega’s hebben hun eigen mogelijkheden en beperkingen. Ze volgen hun eigen regels en stellen hun eigen prioriteiten, dat is hun eigen recht. Dat doe ik zelf ook. Ook aan mij zullen mensen zich soms ergeren. Het maakt ze nog niet tot verkeerde mensen. Bovendien heb ik aan hun gedrag zelf ook een aandeel - ik maak het ze veel te gemakkelijk. Als ik alles blijf voorbereiden, zorg ik ervoor dat anderen niet in actie hoeven komen. Daar stop ik dus mee. Ik kan beter kijken of ik mijn doelen op een andere manier kan bereiken.‘

Oplossingsgericht denken
Je kunt, als je het doel scherp hebt en minder energie verliest aan frustratie, ook nadenken over andere manieren om je doel te bereiken. Een paar voorbeelden:
• Dingen die je belangrijk vindt, stuur je voortaan vooraf. Je voegt daaraan toe dat als ze niet reageren, je ervan uit gaat dat ze het er mee eens zijn.
• Je werpt je op als notulist. Je vat samen hoe jij het hebt begrepen en vraagt om reactie. Zo niet, dan hebt jij helderheid.
• Als er niet zoveel gebeurt op de vergaderingen, kun je best vaker je thuiswerkdag op die dag plannen en zo minder last hebben van die frustrerende momenten

Minder frustraties via de Cognitieve Psychologie
In de Cognitieve Psychologie en meer specifiek in de RET-methodiek wordt deze manier van denken wel het ‘Eisend Denken’ genoemd. Je vindt iets belangrijk, je wilt het graag en in jouw gedachten vorm je het om tot een eis, terwijl je er geen controle over hebt. Dat roept frustraties op. Door anders te denken, ervaar je minder emoties en ben je juist daardoor vaak beter in staat je eigen doelen voorop te stellen en met slimme alternatieve plannen te komen. Meer lezen over de RET aanpak? Lees dan ook: ‘Assertief naar je manager’.

Over Ester de Bruine (@esterdebruine)
Ester (1961) studeerde Onderwijskunde en Arbeids- & Organisatiepsychologie. Ze werkte als hr-professional, docent aan de Hogeschool, consultant en ze startte een businessunit voor vrouwen en hun loopbaan. In 2012 richtte zij de Loopbaanonderhoudsgroep op, met als doel om werknemers te helpen beter voor hun eigen onderhoud te zorgen. En om werkgevers dat te laten faciliteren: Duurzame Inzetbaarheid 2.0. Ook schreef zij diverse boeken om mensen te helpen bij het vinden van hun pad op de arbeidsmarkt.