Dropjesdief

Zelf leerde ik in mijn jeugd dat God alles zag. Jatte je een dropje dan keek hij toe en kuchte. Alleen de dief, in dit geval ikzelf, hoorde die kuch. Soms deed je het dropje snel terug in de droppot, maar meestal vloog het je mond in en maakte je dat je wegkwam. ’s Avonds in bed, terwijl je ogen al gesloten waren, keek God je nog wel eens indringend en hoofdschuddend aan. Dief, dacht je. Ik ben een dief! Een vieze, vuile dropjesdief.

Gelukkig mochten wij zo af en toe biechten. De biechtstoel had iets unheimisch. Raar dat je als klein mannetje door een soort tralies moest lispelen wat je geflikt had. Je zag in de schemer alleen het licht beschimmelde oor van meneer kapelaan. De bekentenissen gingen meestal inderdaad niet verder dan gestolen dropjes of illegaal gesnoepte schepjes suiker. Toen ik aan de meisjes begon te frunniken biechtte ik al niet meer. Jammer voor de celibatair. Ik had hem veel kunnen leren en de viespeuk had er ongetwijfeld graag naar geluisterd. Zo’n zeventienjarige jongen met een zestienjarig meisje… dat moet heerlijk zijn geweest voor de jonge viriele geestelijke.

In mijn jeugd waren er genoeg pastoorsmoppen. De pastoor mocht in die mopjes graag met zijn huishoudster onder de wol kruipen. Hij was een door God geschapen man en zij meestal een naar liefde hunkerende boerendochter. Logisch dat die elkaar vonden. Zeker in koude winterse nachten. In die tijd vroor en sneeuwde het nog en kende de gemiddelde pastorie geen centrale verwarming. Dus ze moesten wel neuken. Survivalseks.

Zal de pastoor het opgebiecht hebben aan de kapelaan? Of andersom? Of wisten ze het gewoon van elkaar en knepen ze aan de ontbijttafel een oogje toe? Met zwijgen zeg je vaak meer dan met woorden.

Maar hoe zat het met de jongetjes? De misdienaars die door de heren massaal bepoteld werden in de kast van de sacristie? De hosties en de monstrans stonden te trillen op de plank omdat de zwetende geestelijke de natuur zijn gang liet gaan? De natuur? Zijn natuur! Met wierook werd de geur van het seksueel misbruik verdrongen.

Niemand is verbaasd over het gisteren geopenbaarde rapport-Deetman. Ook de aartsbisschop niet. Natuurlijk weet hij al lang van welk stelletje smeerlappen hij de baas is. En dat het geen nationaal probleem is weet hij ook. Brugge had een rukbisschop die aan zijn neefje wriemelde, in Ierland zijn er gruwelijke bekentenissen afgelegd, net als in Italië, Frankrijk, Spanje en het Vaticaan zelf. De vroegere Rotterdamse bisschop Bär wordt al jaren geile Bär genoemd en hij weet heel goed waarom. Gijssen keek verlekkerd toe als jongetjes de hand aan zichzelf sloegen.

Wordt het niet tijd dat de overheid ingrijpt? Dat we dierenpolitieagenten (op zijn Limburgs ook wel Animal Cops genoemd!) vrijmaken om het roomse seksueel misbruik op te sporen en de daders te arresteren. Is dit niet het moment om sowieso de R.-K. Kerk te verbieden omdat het verplichte celibaat seksueel misbruik van onschuldige kinderen massaal in de hand werkt? Weg met die smeerlappen. Het celibaat is ondoenlijk, dus of andere regels of weg met deze viespeukenorganisatie!

Niks slappe excuses van de kerkelijke leiding die jaren alles, maar dan ook alles wist. Niks beloftes dat ze het niet meer zullen doen. Dat kunnen ze niet waarmaken. Het zaad moet geloosd en dat kan niemand tegenhouden. Dus gauw een Vaticaans Concilie waarin bepaald wordt dat de heren mogen swaffelen tegen welke volwassene ze maar willen. Of deze ongezonde organisatie moet verboden worden omdat ze pedofilie massaal in de hand werkt.

Ik denk aan mijn opgebiechte dropjes en schepjes suiker. Het schuldgevoel vlamde uit mijn poriën. Ik zat dat als kind te stamelen tegen een volwassene die met zijn hand in zijn kruis aan heel andere dingen zat te denken. Ik kon dat dropje ook wel bij hem komen halen….

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief