Verkeersknikkers
Volgens mij werkt Nederland aan de weg. Welke weg? Elke weg. Waar ik rij, loop of fiets zijn wegomleggingen en schuiven mannen met zand. Er komen tunnels, viaducten, bredere snelwegen en bruggen.
Het hele land gaat op de schop. En niet alleen het land, ook de dorpen en steden worden aangepakt. Elke kruising wordt een rotonde, fietspaden worden verbreed of juist versmald, rioleringen worden vernieuwd, glasvezelkabels worden getrokken en waar geen parkeerhavens waren worden parkeerhavens gemaakt.
Waar wel parkeerhavens waren, worden ze overigens weggehaald. Braaf volg ik alle omleidingen. Eerst de A, later de B en zo tuf ik regelmatig het hele alfabet af.
In Hilversum moest ik onlangs drie keer tanken om van de ene kant naar de andere kant van het dorp te komen. Dat hun burgemeester zijn vak in Amsterdam geleerd heeft mag duidelijk zijn. Daar is het trouwens veruit het ergst.
Op onze Amsterdamse zender AT5 is al een aantal jaren een soort weervrouw die braaf vertelt waar je de komende week absoluut niet door kunt. Dit programma wordt steeds langer en men overweegt om de boel om te draaien. Dat ze gaat vertellen waar wij Amsterdammers nog wel kunnen rijden.
Ik heb besloten om me niet meer te ergeren. Wil ik vanuit mijn huis in het Amsterdamse centrum naar Utrecht dan rij ik via de Afsluitdijk. Het is wel om, maar veruit de snelste route.
In de laatste twee maanden heb ik drie TomToms weg moeten gooien. Allemaal doorgebrand. Bij alle drie waren de laatste woorden: „Blijf de komende veertien dagen op deze rotonde of ga naar een spoorwegovergang en verdwijn met mij onder een intercity!” De stem was hees en wanhopig.
Er is wel iets veranderd. Vroeger stond er bij wegwerkzaamheden een stevig hek zodat je er niet door kon of een overduidelijk bord vertelde waar je heen moest. Die zijn er nog steeds, alleen staan er nu twee verkeersregelaars voor. Heel droeve mannen of vrouwen staan daar te staan.
Heb je een vraag dan kun je die stellen, maar in honderd van de honderd gevallen is dat absoluut niet nodig. Niemand vraagt hun dan ook iets. Dus staan ze daar maar in hun felgekleurde hesjes met op hun rug heel groot het woord verkeersregelaar. Soms kwaken ze wat in een walkietalkie, maar dat is meer voor de sier. Ze staren vooral desolaat voor zich uit. Af en toe helpen ze een handje. Laatst kwam ik aanfietsen op een punt waar een Amsterdamse straat overging in een soort Sahara en een verkeersregelaar zei ongevraagd: „U kunt beter afstappen!” Ik was zo blij met dit advies. En het leukste vond ik dat de ander er bij knikte. Zo’n bevestigende blik van: mijn collega heeft gelijk. Ik vroeg me af of ze om de paar uur van functie wisselen. Dus dat de prater dan gaat knikken en de knikker praten.
Nu ik weer op tournee ben tuf ik door het hele land en tel dagelijks duizenden verkeersregelaars. Mensen die volledig voor joker voor een hek en een paar borden staan. Ze genieten van het zonnetje, kauwen hun kauwgumpje en ijsberen zo nu en dan een stukje.
Of ik ze weg wil hebben? Absoluut niet. Wie ben ik om die mensen hun baantje af te pakken? Ik vind het alleen een beetje tragisch. Dat een land haar werklozen zo nadrukkelijk neerzet. Al die lieverds op de rand van die woestijnen. Daarbij zijn ze ook nog in van die opvallende fluorescerende hesjes gestopt. En als ze nou nog op een tuinstoeltje mochten zitten? Nee, ze moeten staan. Staan en kijken. Nergens naar kijken. En af en toe knikken. Gewoon openlijk niks doen is zo vernederend. Dat kan je toch veel beter thuis doen?
Hoop zo dat ze al een beroepsvereniging hebben. En een website. Een eigen website! En eens per jaar een feestavond. In de RAI. Een paar duizend dansende verkeersregelaars op de muziek van Nick en Simon.
Mooie radeloze eenvoud. Als dit geen poëzie is?
