Jeu de boel

Zo heb je Nederlanders die in Frankrijk met vakantie gaan en daar geïnfecteerd raken door een stokbroodvirus. Valse romantiek. Een aantal buurtgenoten van mij overkwam dit een aantal jaren terug en zij begonnen echt vreemd te doen. Ze wilden een jeu de boulesbaan op het pleintje bij ons aan de overkant. Vooral het sociale aspect van dit spelletje sprak hun enorm aan. Ze zouden dan ’s middags met wat anderen gezellig een ijzeren balletje ketsen.

Wat de buurt er van vond? Ik vond niks. Was niet tegen en zeker niet voor. Dacht alleen maar: waarom zou je zoiets heel geforceerd deze kant uit duwen? Sommige dingen moet je op hun plek laten. Daarbij hebben wij niet echt een jeu-de-boulesklimaat. En waarom moet het meteen weer op een officieel baantje? Wat is dat voor getut? De Fransen gooien hun ballen toch ook gewoon op een parkeerterrein naast het plaatselijke zwembad? Wat zijn we toch een mutsig volk!

Er vielen regelmatig gemeentepapieren in onze brievenbus en daarin stond waar en wanneer we bezwaar konden aantekenen. Beetje lacherig verdwenen die op de stapel zinloze gemeentepost. Bij ons thuis is dat een enorme berg. Ondertussen merkte ik dat er in de buurt wel degelijk aversie tegen het plan leefde. Sommige omwonenden waren bang dat ze hele nachten niet zouden kunnen slapen door het doorlopende gekets van de ijzeren ballen.

Lacherig nam ik de argumenten van de voor- en tegenstanders tot me en dacht vooral: je zal er maar druk mee zijn. Er kwamen inspraakavonden, er werd gelobbyd, er werd gesteggeld over de veel te hoge aanlegkosten en uiteindelijk ging de kogel door de kerk: er kwam een heuse baan op het Amsterdamse Amstelveld. Nog zie ik de stevige stratenmakers het ding verbaasd aanleggen. Eentje noemde het de meest dure hondenschijtplek die hij ooit had moeten maken. Dit zei hij in een sappig Amsterdams dat alleen nog in Purmerend en Almere wordt gesproken.

Toen lag het ding er. Het baantje waar zoveel over te doen geweest was. Het zou mij benieuwen of de sfeer in de buurt zou veranderen. Of we toch een stukje richting de Pyreneeën waren opgeschoven? Of we ons in de Provence of de Auvergne gingen wanen. Le vin, le pain et le Boursin.

De eerste dagen gebeurde er niks. Ik dacht nog even dat de jeu de boulers de aan het plein wonende tegenstanders niet wilden treiteren en even wachtten met het spelen van hun spelletje. Vond ik op zich sympathiek. Maar na een week gebeurde er nog steeds niks. Geen grote ballen, geen klein balletje, geen geforceerd ontspannen buurtbewoners, helemaal niks. Na twee weken niks. Na twee maanden niks. Na twee jaar niks. Kortom: op het dure jeu-de-boulesbaantje is nooit een bal gegooid. De meeste mensen bij ons in de buurt weten niet eens dat die beetje rare, door onkruid overwoekerde strook zand aan de kant van de Kerkstraat eigenlijk een jeu-de-boulesbaan was. Een jeu-de-boulesbaan waar een hele inspraakprocedure aan kleefde. Dat inspraakgemekker heeft meer gekost dan de aanleg van deze zandbak voor bejaarde francofielen. Grappig toch? Dat een buurt zich een tijdje druk gemaakt heeft over iets wat nooit, maar dan ook nooit gebruikt is. Er is echt niet één bal gegooid! Ik ken de initiatiefnemers van het baantje niet, maar vraag me toch af waarom ze het fel begeerde ding nooit, maar dan ook nooit gebruikt hebben. Werden ze bedreigd door de tegenstanders?

En nu? Afgelopen weken is het plein opnieuw bestraat en is de jeu-de -boulesbaan verdwenen. Een strook zand, die duizenden euro’s heeft gekost, waar mensen zich ooit over hebben opgewonden, die behalve door de honden door niemand gebruikt is, is afgelopen week weggevaagd. Misschien wel door dezelfde stratenmakers. Dat is toch geestig? Vooral als je weet dat ons land barst van dit soort banen. Dat het leven zinloos is, weet ik, maar als het naast je deur zo bevestigd wordt, krijgt het weer zin.

Youp van ’t Hek

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief