Efficiency
Mama gaat dood. Dood aan oud. Aan heel oud zelfs. Waar ze dood gaat? Zoals veel oude mama’s in een verpleeghuisbed. Ze wordt naar een uitvaartcentrum gebracht en de familie organiseert samen met de uitvaartboer de laatste gang richting graf of urn. Twee dagen later gaan een paar familieleden richting verpleeghuis om de kamer van mama op te ruimen. Veel zal het niet zijn. Hoe ouder hoe minder.
Tot verbazing van de nabestaanden ligt er al iemand anders in mama’s bed te vegeteren. En heel aardig: de spullen van mama zijn al opgeruimd. In een paar vuilniszakken staan haar laatste bezittingen in een bezemkast. Mooi symbolisch die vuilniszakken. Echt gebeurd? Echt gebeurd. Waar? Ergens in Haarlem. De directie van het verpleeghuis heeft haar excuses aangeboden en sprak van een noodsituatie. De familie laat het hierbij.
Ik vond het een mooi berichtje. Waarom? Om alles. Het tempo spreekt me aan. De efficiency. Ik zie een directie, die korte metten maakt met al het sentimenteel geneuzel. Een bedrijfskundige die samen met zorgverzekeraars in uren en vierkante meters denkt. Misschien las de directeur het berichtje ook en dacht hij: Twee dagen? Dat is lang! En heeft hij onmiddellijk het afdelingshoofd bij zich geroepen en haar gevraagd waarom een kamer binnen zijn organisatie twee dagen zinloos leeg heeft gestaan? Twee dagen? Terwijl de wachtlijsten langer dan ooit zijn. Weet u wel hoe hoog de bejaardenberg is? U moet niet meer in mensen denken, maar in eenheden. Lege kamers kosten geld. En geld is er niet. Hij heeft er onmiddellijk een agendapunt van gemaakt. Kamers van overledenen moeten binnen 24 uur geruimd en schoon worden opgeleverd. Dat scheelt binnen de zorg duizenden uren op jaarbasis. Het personeel moet nog even wennen aan het nieuwe beleid, maar het is 2009 en er regeert een nieuwe werkelijkheid.
’s Avonds neemt de directeur een klein glaasje wijn en fantaseert hij zacht hoe het nog economischer kan. Als er in gevangenissen twee boeven in een cel kunnen, dan is er toch geen enkel bezwaar tegen twee dementen in een verpleeghuiskamer? Twee dementen in een bed vindt hij te ver gaan. Hoewel? Is ook wel weer gezellig. Twee Alzheimertjes in een lits-jumeaux? Is niet haalbaar bij de familie. Hij moet er zelf zacht om grinniken en schenkt zichzelf nog eens in. Twee stapelbedden? Als je er een goed hekje omheen doet kunnen ze er niet uitflikkeren. Dan leg je boven twee oudjes die niet meer kunnen lopen en onder de iets mobielere. Hebben ze nog een beetje aanspraak aan elkaar. Hij maakt een kleine aantekening in zijn Blackberry. Hij weet dat hij het niet al te lomp op tafel moet gooien, maar hij kan de vergadering wel heel voorzichtig die kant op masseren. Klein balletje opgooien, voorzichtig laten stuiteren, volgende vergadering niet over hebben om het dan over een week of drie weer eens op de agenda te zetten. De tijd van luxe en privacy is nou eenmaal voorbij.
En wat het ruimen van de kamer betreft. Eigenlijk vindt hij dat het onmiddellijk moet. Dus vader wordt de kamer uitgereden en de verpleegkundige zegt tegen de familie: „Als we allemaal even iets pakken, dan is het zo klaar.” Het is toch onzin om zo’n kamer weken leeg te laten tot de familie uitgehuild is en tijd heeft om de boel te komen opruimen. Als ze net zo vaak komen als toen vader nog leefde, dan komen ze nooit! Nee tempo. Ook een verpleeghuis is een bedrijf dat met straffe hand geleid moet worden. Hij schenkt nog eens in.
Het doodgaan op zich kan ook anders. Slimmer. Sommigen doen er weken over. Pruttel-uche-kuche-hupsakee. Dat steunt en kreunt en rochelt maar. Opeens denkt hij aan de lege kelderruimte waar nu nog wat oude ziekenhuisbedden staan. Als ze die nou eens leeg maken en dan... stuk of zes kisten op een rij... als we ze daar dan vast inleggen. Kunnen de bejaarden vast wennen... nog niet op de agenda zetten... maar een echt slecht idee is het niet.
Youp van 't Hek
