*

Kijkcijferkanon :: nrc.nl

Kijkcijferkanon

Het is een klap, een dreun, een tsunami. Niemand had het verwacht. Zeker niet van hem. Hij is toch een icoon, een man met een alles verzengend charisma. De manier waarop hij zijn programma’s voorbereidt, zijn gasten kiest, zijn onderwerpen selecteert, zijn alerte stijl van interviewen. Het is hippe televisie, het is snelle televisie, het is puntje-van-je-stoelwerk. Ik denk dat ik, zolang hij zijn programma heeft, niet één aflevering heb overgeslagen. Kan ook niet. In mijn vak is hij een must. Zijn journalistieke aanpak is zo vernieuwend. Hij is zo scherp. Hij zet zijn tanden in zijn gasten en laat ze niet los. Hij schudt ze leeg, of ze willen of niet. Het is bekentenistelevisie. Elke uitzending voel ik een paar keer een lichte huiver, een bijna hoorbaar kippenvel geselt mijn ziel. En zeker eens in de twee weken vecht ik tegen mijn kokende tranen. En steeds denk ik: hoe flikt hij het? Je merkt zijn belezenheid en zijn wendbare geest, die snelheid en eruditie: een fantastische combinatie.
Het feit alleen al dat hij niet in een studio opneemt zegt al genoeg. Hij kiest voor een horecagelegenheid, en wat voor een tent. Een van de lekkerste clubs van ons land. Zo’n totaal ander decor. De man is durf. Voor niets en niemand bang. Je ziet het ook aan het publiek dat hij trekt. Die gonzende zaal voor aanvang. Die jonge mensen, de een nog extravaganter dan de ander.
Die gretige nieuwsgierigheid, die brandende vraag wie zijn gasten zullen zijn, gasten die voor hem in de rij staan. Het gerucht gaat dat beroemdheden hem bellen. Bellen en smeken. Smeken of ze alsjeblieft….
Er gaat een verhaal over een BN’er, die twee nachten bij hem voor de deur stond te wachten om hem zelf te vragen of hij in zijn programma mocht. Er wordt gezegd dat hem astronomische bedragen zijn geboden, maar hij is onkreukbaar. De bedrijven staan op een wachtlijst om rond zijn programma te mogen adverteren. Tot 2012 is er geen plekje meer te krijgen. De bedragen die voor dertig seconden betaald worden zijn buiten proportie.
Witteman heeft hem gevraagd of hij stage bij hem mocht lopen, Knevel wil een soort nascholingscursus en Sonja Barend vertelde dat zijn programma voor haar de reden was om eerder te stoppen. „Ik voelde me een dwerg, een televisiekleuter, een schoolkrantkind. Ik durfde niet meer en heb Vera Keur huilend verteld dat ik niet meer verder kon!”, biechtte een onthutsend eerlijke Sonja mij op.
Een man zonder autocue, die nooit op zijn papiertje kijkt, niet eens een papiertje heeft. Wil een andere presentator nog wel eens aarzelen of even menselijk onzeker zoeken naar de juiste formulering, hij nooit.
Het is zijn zwepend staccato, een soort poëzie met een beat, een totaal nieuwe gespreksvorm en het is daarom zeer begrijpelijk dat dat publiek zo meeleeft. Mooi zoals ze joelen en juichen en vooral hard lachen. Want ik denk dat dat zijn sterkste wapen is: zijn humor. Scherp en zo ad rem.
Paul de Leeuw kan vlug zijn, maar is in zijn schaduw een slome schildpad met een kilo Mogadon in zijn mik. En wat heel indrukwekkend is: de diversheid van zijn gasten. En zo gekleurd. Ik denk dat hij het eerste werkelijk multicultiprogramma heeft. En dan nog de manier waarop hij zijn dochter er in gevlochten heeft. Ook alweer zo’n vondst. Mooie vrouw, slimme vrouw, die ook zo snel denkt en zo sexy met haar onderwerpen omgaat.
Daarom is de klap zo hard aangekomen. Tot nu toe heeft hij nooit iets over collega’s gezegd, hij was hors concours, stond boven de partijen en had inderdaad iets bijna goddelijks. Hij glimlachte altijd minzaam als men iets vroeg over anderen en of dat lachje cynisch bedoeld was liet hij in het midden.
Maar wie had verwacht dat Harry Mens in het blotemeisjesblad Playboy publiekelijk zo hard zou uithalen naar Matthijs van Nieuwkerk en Sophie Hilbrand. Ongelooflijk. Ik kan niets anders zeggen dan: „Matthijs en Sophie. Sterkte!!”