Familieomstandigheden
Twee pedo’s zitten te loeren naar het internet, stuiten op een foto van een kleuter en stotteren nogal opgewonden: „Wat een prinsesje!”
Dit schuldige grapje vertelde ik donderdagavond in Carré en keek verbaasd de lachende zaal in. Ik realiseerde me dat ik grapte over iets dat gebaseerd was op de realiteit. Realiteit die je niet verzint. De foto’s van de kleine Amalia en haar neefje waren op de internetsite van pedoclub Martijn verschenen. Waarom? Om de aandacht. Resultaat? Aandacht.
Willem-Alexander vertelde eerder dat hij niet naar de site had gekeken en als hij dat wel had gedaan dat hij dan misschien door het lint was gegaan. Zijn vrouw stond er beeldschoon bij. Je zag hoe ze innerlijk kookte van woede. Een furieuze moeder. Een terecht furieuze moeder. Je wordt toch krankzinnig als je je kind terugvindt bij die viespeuken. Als Alex mij bij terugkeer in Nederland had gebeld met de vraag om mee te gaan naar het clubhuis van die kleuterneukers om daar de meubels tot openhaardhout om te toveren, had ik niet getwijfeld. Maar Alex mag dat niet. Alex moet zich inhouden. Hij moet in nette woorden heel beheerst een diplomatiek statement afgeven omdat hij onze koning wordt, maar ondertussen is die aardige man ook maar gewoon een mens en in dit geval vooral een vader.
Ik keek naar Máxima, die koninklijk zweeg, en ik wachtte, of liever gezegd ik hoopte op het moment dat ze de microfoon zou pakken en daar in het verre Bhutan meedogenloos zou uithalen naar de pedo’s, die godverdegloeiendegodver met hun ranzige ogen aan haar kind hadden gezeten. Ik rekende op haar Zuid-Amerikaanse temperament en vooral op het moment dat ze alle remmen los zou gooien. Niks geen door de angsthazen van de RVD voorgekookte zinnetjes die keurig voldoen aan het gietijzeren protocol, maar regels als striemende zweepslagen met maar één doel: Blijf godverdomme van mijn kind af. Klootzakken!!!
Natuurlijk zou daarna de halve Veluwe ontploffen. En niet alleen de Veluwe. Alle kneuzen van de honderden oranjeverenigingen zouden schande spreken. Dominees in de stress, André Rouvoet op tilt en Bas van der Vlies vol pukkels. Ze zouden de prinses wel begrepen hebben, maar ze mocht natuurlijk niet zulke grove woorden gebruiken en zeker niet de naam van de Here misbruiken. Alle politici zouden ook begrip tonen, maar ook pleiten voor meer zelfdiscipline.
Jan Peter zou in een eerste reactie zeggen dat het niet handig van haar was om zulke aan de straat gebonden emotietaal uit te slaan. De beelden van haar boze bui zouden ondertussen de hele wereld over gaan. Een wereld die deze moeder heel erg zou snappen. Maar ik hoopte ook dat de verklaring van Balkenende over de bewuste woedeaanval zou worden onderbroken door een buiten zinnen geraakte Máxima, die live de studio binnen kwam stormen om onmiddellijk de microfoon van Jan Peter te grijpen, waarna ze hem uit zou schelden voor alles wat los en vast zit. Ze zou hem vertellen dat hij moet stoppen met zijn softe polderpraatjes over haar uitbarsting, dat het hier tyfusdetering om een kind gaat, haar kind, haar dochter, haar vlees, haar bloed en dat kinderen onschuldig zijn en dat je die met rust hoort te laten. Ze zou de premier er ook nog even op wijzen dat ze zich onlangs misschien vergist had in de Nederlandse identiteit, maar dat er in ons land over haar Argentijnse identiteit geen enkel misverstand hoeft te bestaan. Als je kwaad bent ben je kwaad en als een stelletje smeerpijpen je kind op hun site zetten dat je dan niet alleen kwaad, maar ontoerekeningsvatbaar van woede mag zijn. Dat leek me prachtige televisie en natuurlijk niet alleen televisie. Een schitterend statement van het prinselijk paar.
Dit verhaal wilde ik donderdagavond in Carré na de pauze afsteken. Ik had het goed van buiten geleerd en zag het als een openbare ode aan onze toekomstige koningin. Maar helaas: het ging niet door. Waarom niet? Omdat de tweede helft van mijn voorstelling werd afgelast. Ik moest onverhoopt weg. Familieomstandigheden. Wat er gebeurd was? Iets ernstigs. Wat dan? Ik kon gewoon ergens anders meer verdienen. Waar? Valencia.
Youp van ’t Hek
