*

Droomzomers (slot) :: nrc.nl

Droomzomers (slot)

Vaders mogen op het strand schaamteloos dingen doen waar ze eigenlijk te groot voor zijn. Dat is het voordeel van het hebben van kinderen. Een prachtig alibi om kuilen te graven en forten te bouwen. Diepe kuilen en hoge forten. Forten die niet zomaar verzwolgen mogen worden door de zee. Dat je uiteindelijk van de golven verliest weet je, maar een heroïsch gevecht dient er, zeker in de ogen van je kinderen, aan vooraf te gaan. Soms moet je tijdens de opkomende vloed flink bijscheppen. Want belangrijk is: welk fort leeft het langst? Natuurlijk nooit dat van de buren.


Meestal rond vijven beginnen de burgermansmagen te knorren en trekt het volk op huis en camping aan. Het strand raakt leger en leger. De badmannen in het Belgische De Haan gaan dan stoelen ruimen en windschermen vouwen. Binnen een goed uur is het strand aangenaam leeg. Her en der nog wat geliefden die op een beetje behoorlijke zonsondergang wachten en verder is het strand op een paar diehards na volkomen verlaten. Prachtig moment voor verstoppertje. Liefst een grote groep met alle leeftijden door elkaar. Kruipend tussen de hokjes, sluipend achter de onder stevige zeilen gegespte stapels strandstoelen of liggend in een verlaten Duitse kuil. Nooit vergeten hoe ondraaglijk de spanning was toen je zelf klein was. Het kloppende kinderhart als je broer je bijna vond. Niks is mooier voor een kind dan steeds dichter bij de buutpaal. Laatste buut de hele pot vrij. Het zand dient nog enigszins warm te zijn.
Na het verstoppertje begint het potje voetbal of een loom spelletje jeu de boules. De fles witte wijn binnen mondbereik, net als de blikjes cola en altijd frietjes halen bij Louis, de frituur vlak achter de dijk. Hij is ook de man die ’s middags met de met pudding gevulde bolletjes loopt. Het dienblad draagt hij op zijn hoofd dat beschermd wordt door een ouderwetse witte pet, in zijn mond heeft hij een scheidsrechtersfluitje en al daar op blazend trekt hij de aandacht voor zijn mierzoete bollekes, die hij ook nog eens ruim bestrooit met poedersuiker. Regelmatig komen de bollekes van Louis bij ons thuis ter sprake en dan trekken vooral de kinderen wit weg van geluk.
Zo ging dat al die jaren. Ruim na achten trokken we als laatsten naar huis voor een stevige douche om daarna lang te borrelen en te eten in de warme tuin bij de villa. Of bij het Beach Hotel aan de Zeedijk. De lange autoloze Zeedijk waar de Belgen paraderen en de kinderen met en zonder zijwieltjes eindeloos fietsen. Nooit hoefden we na te denken waar ze zouden zijn. Nooit bang dat er iets gebeurd was. Er gebeurde namelijk niets. Helemaal niets. En dat is een maand lang prettig. Erg prettig.
Hoe lang kan een mens teren op een gelukkige jeugd? Op mooie zomervakanties? Lang. Ik doe het al een jaar of vijftig en ik merk aan mijn eigen kinderen dat ze het ook graag doen. Uiteraard wordt er te veel geromantiseerd, maar daar is niks op tegen. Integendeel. Het is juist wel lekker om de regenachtige dagen uit die tijd te wissen. Wat precies het geluk is? De eenvoud! Het zand, het strand, de zee, het zout, de schep, de kuil, het fort, het emmertje, de ouders, de zon, de bramen, de broers, de zussen, de vriendjes, de ontluikende liefdes, het klokloze gevoel, het overzichtelijke vissersdorp, het vuurwerk*.. en dan nog heb je het niet uitgelegd. Omdat dat niet kan. Het strand is niet uit te leggen. Het wil ook niet uitgelegd worden. Wie snapt de zee? Het helmgras? De schreeuwmeeuwen? Het geluk van de storm? De lichtjes van de vissersboten? De knipper van de vuurtoren? Het schuim op de golven? Het leegkloppen van je schoenen? De geur van de duinen? Wie het snapt mag het zeggen. Ik begrijp er niks van en hoop dat zo te houden. Lopen langs de zee is leuk omdat je nergens heen loopt. En als je nergens bent aangekomen dan draai je om. Zelden wordt de zinloosheid van het leven beter geïllustreerd dan daar. Misschien ben ik er daarom zo graag.