Droomzomers (5)
Vier afleveringen mocht ik zeveren over mijn vrolijke jeugd aan de Noord-Hollandse kust, maar ik heb nog tien gelukkige strandvakantiejaren gekend. Niet als kind, maar als vader. En niet in Egmond, maar in België, om precies te zijn in het West-Vlaamse De Haan. Een prachtig plaatsje vlakbij Oostende.
De Belgische kust is in de loop der jaren meedogenloos verkracht door smakeloze projectontwikkelaars. De kustlijn is een rot gebit van lelijke hoogbouw. Of je nou naar Knokke, Wenduine of naar Blankenberge kijkt, je ziet niets anders dan treurige appartementjesgebouwen die verdrietig naar de zee staren. Alleen in De Haan heeft men dat kunnen tegengaan. Hoogbouw verboden! In het hele dorp mag je niet hoger dan vier etages.
Wat is De Haan? Een groen dorp met grote witte villa’s, een ontroerend tennisparkje en midgetgolfbaan in het hart en dit alles in de schaduw van een veel te groot, maar prachtig gemeentehuis. De Haan is vooral tussen de zee en de trambaan chic, een beetje Engels met mooie lommerrijke lanen, waar ’s avonds blije Belgen op grote skelters doorheen trekken. Dat is het vermaak. Met de hele familie op een skelter en dan maar trappen. De Haan heeft geen disco, geen gokhal en is op die manier zeer onaantrekkelijk voor een bepaald soort publiek. Prettig? Ja.
Tien jaar lang mochten wij zo’n mooie villa een maand lang huren. Een groot huis met veel kamers en heel veel bedden. Iedereen mocht mee. Tweehonderd meter van het strand en driehonderd meter van de winkels.
Strand is strand, zult u zeggen, maar toch is er een groot verschil tussen Nederland en België. De Haan heeft een Zeedijk en geen duinen. Dus je hoeft na een dagje strand niet via lange hoge houten trappen jezelf het duin op te hijsen. Twaalf treden en je bent er. Het strand uitgebaat door mannen en vrouwen, die onder hun voornaam werken. Dus je huurt je stoeltjes bij Gilbert, Ann of Patrick. Deze mensen zetten elke ochtend lange windschermen van wel dertig meter tussen de Zeedijk en de zee en daarachter zetten ze rijen ouderwetse strandstoelen en ligbedden, in Vlaanderen zeteltjes en bedjes genaamd, en die huur je per week, maand of uur. De verschillende uitbaters hebben allemaal hun eigen kleur scherm en stoeltjes, waardoor het voor kinderen gemakkelijk terug te vinden is. Daardoor is het strand bont en vrolijk. En geen horeca op het strand. Nog geen luik voor een biertje of een flesje limonade. Daarvoor moet je de Zeedijk op. In die brede gangen tussen de windschermen was het goed toeven. We hadden goed zicht op onze toen nog zeer kleine kinderen en die kinderen vonden op die rijen stoelen altijd wel een paar leeftijdgenoten die zich ook stierlijk verveelden. En dan? Dan moet je spelen.
En er is een heftige bloemenhandel. Als je de eerste keer in De Haan komt valt het je op dat elke supermarkt vakken vol crêpepapier heeft. Daarvan vouwen kinderen vrolijke bloemen in allerlei kleurcombinaties. Het steeltje is een stokje. Je zet je in elkaar gefröbelde bloemen in het zand en je gaat zitten wachten tot er een klant komt. Die koopt die bloem en betaalt met schelpen. De verkoper bepaalt de prijs. Sommige bloemen kosten twee handjes en andere wat mooiere exemplaren soms wel vijf volle handen. En dan? Dan neem je je gekochte bloem mee en die zet je dan in je eigen winkel tot er iemand met een emmer schelpen langs komt. En zo gaat het de hele dag door. Het is vooral meisjesgedoe. Jongens doen hier niet aan mee. Het zijn echt de mooiste bloemen en het is waarlijk een kunst om ze te maken.
Hoe je dat leert? Van de oudere meisjes, die het als kind ook weer van de ouderen hebben geleerd. Dat gaat gewoon al jaren door. Er komt een nieuw verlegen kind aan het strand, schuchter gaat ze bij de bloemen kijken, de volgende dag heeft moeder een paar pakken crêpepapier bij zich, het kind leert bloemen vouwen en de schelpenhandel is begonnen. Prachtig toch. Een maand lang skelteren en crêpepapieren bloemen vouwen. Het kan erger.
