Porschecodeloterij
Het bootje vol hongerige Afrikanen voer richting het Italiaanse Lampedusa. Het was nog een flink eind roeien, dus de jongens konden wel een verzetje gebruiken. Daarom ging ik er met mijn op de laatste Miljonair Fair gescoorde speedboot even naast varen. Ik vroeg of ze De Postcodeloterij kenden.
Daar hadden ze wel vaag van gehoord, maar hoe die loterij precies werkte, wisten ze niet. Ik legde uit dat je loten koopt en dat een deel van de opbrengst naar mensen gaat die anders sterven van de honger. Dat vonden ze nobel! Wat een lieve loterij.
Of ik wist dat ze via Italië naar Nederland probeerden te komen? Dat wist ik niet. Ze hadden het over ene Rita en een zekere generaal Pardon. Wie die generaal was? Ik vond het moeilijk om uit te leggen.
Ze hoopten in Nederland aan het werk te mogen. Wat voor werk? Het gerucht ging in Afrika dat wij in Nederland zo rijk zijn dat we af en toe meer dan vier miljoen dominosteentjes omgooien en dat we dat rechtstreeks op televisie uitzenden. Ze geloofden het niet. Ik vertelde dat dat echt waar is. Ze begonnen hard te lachen.
Zij wilden de steentjes graag voor ons neerzetten. Het leven diende nergens voor en dat kon je dan ook maar beter glashard laten zien door volkomen zinloos werk te doen.
Ons gesprek werd even onderbroken omdat we bijna overvaren werden door een gigantisch schip. De kapitein zwaaide naar me en vroeg hoe het ging. Ik vroeg wat hij vervoerde en waar hij naar toe ging. Dat kon de kapitein niet zeggen, maar ik moest van hem denken aan de Probo Koala en dan wist ik het wel!
Toen het schip weg was, vroegen de hongernegers hoe ik de kapitein kende.
Ik legde uit dat ik de goede man niet kende, maar hij mij. Hoezo dan? Toen mocht ik even los over mijn beroemdheid. Heerlijk om aan buitenlanders uit te leggen hoe populair en gehaat ik ben in ons kleine landje. Daarna vroegen ze naar welk Afrikaans land het schip ging. Dat mocht de kapitein niet zeggen, maar hij was onderweg naar een sloppenwijk. Om eten te brengen?
Nee, hij ging chemisch afval lozen. Heel goor en giftig afval. Dodelijk afval zelfs. De negers vroegen of het echt waar was? Het was echt waar! Ik vertelde dat wethouder Vos van Amsterdam van GroenLinks is en dat die partij voor een schoon milieu is en dat zij dus het gif zo ver mogelijk weg brengt. Ze houdt namelijk heel veel van Amsterdam en wat haar betreft kan Amsterdam niet schoon genoeg zijn.
Ze wilden het toch nog even hebben over de Postcodeloterij. Wat je kon winnen? Een koffiezetapparaat? Een tosti-ijzer!
Ik vertelde dat je miljoenen kon winnen. Dat geloofden ze niet. Je wil op basis van onze honger toch niet in een Hummer rijden? Ik legde uit dat we dat graag deden en vertelde over een meneer in Heusden die op televisie vertelde dat hij in zijn bij de Postcodeloterij gewonnen Porsche een erectie kreeg als hij erin reed. De negers vonden me maar een vreemde komiek. Of dit mijn humor was?
Ik moest uitleggen dat die meneer dat in Nova echt gezegd had. Hij had aan zijn winnende loten ook nog een pandje overgehouden en tijdens de verhuizing naar dat optrekje had hij zijn voet gebroken.
Zelden zag ik negers zo hard lachen. Er bestond dus toch een God! Toen vertelde ik het verhaal over de snikkende buurvrouw van de winnaar, die een proces tegen de loterij heeft aangespannen omdat de hele straat miljonair is en zij niet omdat ze geen loten had gekocht.
De negers zeiden dat ze niet dom waren, maar of ik het toch nog een keer wilde uitleggen. Ik deed nog drie verwoede pogingen, maar het lukte me niet echt.
Zeker niet toen ik mezelf hoorde vertellen dat er ook nog een advocate in beeld kwam die de zaak bloedserieus nam.
Toen murmelden ze iets in het Afrikaans, bedankten mij voor het gezelschap en de wijze woorden. En toen? Toen keerden ze om.
