Johnny & Gerda

En dan staat Gerda daar.

Hoogerland huilde uit bij zijn Dama Bianca. Ze zoende hem lang in zijn nek, een van de weinige plekjes waar de renner nog geen litteken heeft

Dit zinnetje wordt een gevleugelde uitspraak in de wielerwereld. Het mag alleen gebruikt worden door renners die weten wat helse pijn is. Het is een zinnetje dat een droom van een aankomst symboliseert.

Gerda stond langs het parcours in Kerkrade, gisteren bij het NK wielrennen. Het peloton reed rondjes. Bij elke doorkomst zocht Gerda naar haar lief, Johnny Hoogerland.

Gerda weet hoe de littekens van Johnny aanvoelen. De diepe krassen over zijn benen, van zijn enkels tot aan zijn bilnaad, opgelopen tijdens een bizarre val in de negende etappe van Tour de France in 2011.

Een wagen van de Tourdirectie reed Hoogerland aan, hij vloog de berm in en bleef haken in prikkeldraad. De doornen kroon voor Jezus was er niets bij. Op foto’s zag je op Hoogerlands benen riviertjes van bloed buiten hun oevers treden. In het ziekenhuis waren 33 hechtingen nodig om de huid gesloten te krijgen.

De volgende dag zat de Zeeuwse renner weer op de fiets. Hij werd een held. Maar diep vanbinnen worstelde Hoogerland met de val en vooral met het juridische steekspel dat volgde.

Nog altijd heeft de Tourdirectie geen smartengeld betaald. De Fransen steken hun neus arrogant in de lucht en ruiken de komende week bij de Tourstart op Corsica liever het parfum van een rondemiss dan het geronnen bloed van Hoogerland.

In Kerkrade zag Gerda hoe Johnny ronde na ronde naar voren opschoof. Hij reed wonderbaarlijk sterk, zeker als je in acht nam dat hij in het voorjaar met gebroken ribben en een gescheurde lever in het ziekenhuis was beland na alweer een aanrijding door een auto.

Hoeveel tegenslag kan een wielrenner verdragen?

Ik keek naar Hoogerland, comeback kid uit Zeeland. De kracht uit die frêle onderrug. Tijdens het trappen stonden zijn knieën als altijd een beetje naar binnen, ze raakten bijna het frame.

Hoogerland reed op een fiets van het merk Bianchi. Het frame was gespoten in de beroemde blauwgroene kleur: celeste. De fietsenmaker Edoardo Bianchi zou die kleur zijn gaan gebruiken nadat hij in het begin van de vorige eeuw diep in de ogen van koningin Margherita van Italië had gekeken.

Alsof hij in een schitterende zee wegzonk.

Het geel en het eenvoudige donkerblauw in het Vacansoleil-shirt van Hoogerland vloekten enigszins met het celeste. In Kerkrade zat een eenvoudige Zeeuw op een chique Italiaanse fiets.

Tijdens de beklimming van het Duivelse Bos ontdeed Hoogerland zich van medevluchter Sebastian Langeveld en kwam alleen over de finish. Hij viel in de armen van een jonge vrouw in een wit colbert. Hoogerland huilde uit bij zijn Dama Bianca. Ze zoende hem lang in zijn nek, een van de weinige plekjes waar de renner nog geen litteken heeft.

De microfoons gloeiden in afwachting van de eerste woorden van de winnaar. Hoogerland begon over de wedstrijd, de ellende van de afgelopen jaren. Over de rood-wit-blauwe trui die hij de komende weken in de Tour de France ging dragen.

Het was een droom, zo over de finish te rijden: „En dan staat Gerda daar.”

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief