Knokken

Het nieuwe boek van Paolo Giordano hield me in de greep. Het menselijk lichaam verhaalt over een missie van Italiaanse soldaten in Afghanistan. De gefrustreerde mannenwereld op een legerbasis wordt verbeeld. Italiaanse macho’s nemen elkaar de maat. De grootste mond regeert. Wie zijn pik niet achterna loopt, is een hopeloos geval. Neuken zal je. „Dat ding tussen je benen is net een geweer.”

Elim het de kop grin gols ver eer drang st en te de voover zeer voor toninde Fernam fugitem renducius apellam es etur? Quis samusam rerrum niati nonsed

Het boek lag op de vensterbank toen ik op tv de wedstrijd tussen Feyenoord en PSV bekeek. Ik was blijven steken op pagina 97. Tijd voor anderhalf uur strijd in De Kuip. Het was een stevig duel. Feyenoord won met 2-1. PSV’ers dropen teleurgesteld af.

In de catacomben registreerden een paar camera’s de bewegingen van de PSV’ers. Jeremain Lens bleef in een halletje hangen. Verdacht. Lens vertelde Jetro Willems dat hij iemand opwachtte. Kort daarna kwam Feyenoord van het veld. Lens ging pontificaal voor de trap staan. Daar kwam Joris Mathijsen aan.

Hier zet ik de tijd even stil.

Ik pak het boek van Giordano en zoek naar de beschreven ruzie voor de chemische toiletten als alle soldaten aan de schijterij zijn vanwege het eten van vergiftigd vlees. Het is dringen voor de deuren. Iedereen wil zo snel mogelijk van de pijnscheuten in maag en darmen af. Mannen onder elkaar. Een overlopende ton met testosteron. Blinde vlekken. Survival of the fittest.

Giordano beschrijft prachtig wat een man die wil vechten in zijn hoofd haalt: „Hij neemt de parameters in zich op die een strijder moet kennen voordat hij een tegenstander te lijf gaat: lengte, omvang van de biceps, bouw. De hersenen geven aan de spieren door dat ze kunnen vechten.”

Het boek kan weer dicht. Snel terug naar De Kuip.

Ik keek naar Lens. Breed bovenlijf, zo veel spiermassa in de bovenbenen dat de pijpen van zijn broekje net niet scheurden. Lens’ hersens gaven een signaal: „Je kunt Mathijsen aan. Vecht!” Met een klauw graaide Lens naar Mathijsens shirt.

Alle mannen in het halletje roken dezelfde zweetgeur. Oorlog. Knokken. Even laten zien wie de sterkste was. Uiterst vermakelijk. Spelers, coaches, iedereen duwde en trok mee. In een mum van tijd waren alle mannen met elkaar in de weer.

Op de blote rug van een sjorrende PSV’er stonden lappen tekst getatoeëerd. Hij bewoog te snel, ik kon de woorden niet lezen. Was het de eerste pagina van de Bijbel of een handleiding voor een brandblusser? De scène van de dag eindigde zoals hij begonnen was. In een nagenoeg leeg halletje. De wildebrassen bliezen stoom af in de kleedkamer.

Trainer Koeman: „Je moet tussen de lijnen een kerel zijn.” Trainer Advocaat: „Wat Lens heeft gedaan, kan natuurlijk niet.”

Ik las snel verder in Het menselijk lichaam. Mijn hersenen gaven aan mijn handen door dat ik pagina’s mocht omslaan. Ik wilde alles weten over mannen, als ze onder elkaar zijn.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief