Het is het zoveelste voorbeeld van een abstracte metafoor die een fysieke tegenhanger blijkt te hebben in gedrag. Het zoeken daarnaar is momenteel een trend binnen de sociale psychologie, die wordt aangeduid met de term embodiment, belichaming. Het idee is dat ons denken en gedrag deels gevormd wordt door lichamelijke ervaringen en dat veel van onze metaforen daaruit voortkomen.
Zo’n oorzakelijk verband is moeilijk aan te tonen, maar in tientallen studies zijn wel verbanden gevonden tussen letterlijke en figuurlijke betekenissen van hetzelfde begrip. Mensen die iets zwaars dragen, vinden de kwestie waarover ze nadenken belangrijker, ‘zwaarder’ dus. Mensen die net hun handen gewassen hebben, zijn milder in hun morele oordelen – immoreel is ‘smerig’. Mensen met warme koffie in hun handen vinden een vreemde aardiger – ze zijn ‘warmer’. Etcetera.
In het nieuwe onderzoek lieten de psychologen proefpersonen 15 seconden lang aan hun eigen leven denken, vier jaar eerder of vier jaar later. Die deden dat staand, met een blinddoek om (om het fantaseren en het onbewust bewegen te bevorderen). Spraken ze over het verleden, dan leunden ze steeds verder naar achter, en als het over de toekomst ging, neigden ze voorover.
Hoe dit in andere culturen zit is de vraag. Volgens het Zuid-Amerikaanse Aymaravolk ligt de toekomst onzichtbaar achter je rug en het verleden zichtbaar voor je.

AEX: 338,65 




