Vooral de jongere kinderen blijken daarbij erg gevoelig voor informatie dat een ufo-ontvoering wel vaker voorkomt, zo bleek uit een experiment met 91 basisscholieren uit Maastricht.
In totaal een derde van de schoolkinderen ging vrij moeiteloos mee met het zogenaamde verhaal over hun jeugd dat experimentatoren hen vertelden. Ze gingen het verhaal zelf uitbreiden, puttend uit hun ‘geheugen’, en bedachten bijvoorbeeld extra ontvoerde kinderen in het toestel, kleurige lichten, details over de buitenaardse wezens, enzovoort, die de experimentatoren helemaal niet verteld hadden.
Ruim een derde van de ‘gelovigen’ toonde zich zelfs verbijsterd toen na afloop werd verteld dat het allemaal niet waar was. Alleen met de grootst mogelijke moeite waren deze kinderen ertoe te bewegen afscheid te nemen van hun nieuwe herinneringen, zo schrijven psychologen van de Universiteit van Maastricht en de universiteit van Warwick in het januarinummer van het vakblad Aplied Cognitive Psychology.
Ieder kind sprak apart met de experimentator die zei dat hij wilde praten over hun herinneringen. Eerst vertelde hij een echte gebeurtenis over de eerste schooldag (met informatie afkomstig van de ouders), waarover het kind verder kon praten en vervolgens kwam het nepverhaal aan de orde, soms de ufo, soms het verslikken in het snoep. In sommige gevallen kregen de kinderen een (nagemaakt) kranteartikel over een vergelijkbaar geval te horen en te lezen.

AEX: 310,03 




