Dit blijkt uit een vergelijking van de genetische variatie op het vrouwelijke X-chromosoom met de variatie op de andere chromosomen. Een grotere variatie op het chromosoom betekent dat er onder de voorouders van de huidige mensheid zeer waarschijnlijk veel meer vrouwen zijn geweest dan mannen.
Een team van genetici onder leiding van Michael Hammer van de Universiteit van Arizona heeft die grotere variatie op het X-chromosoom nu inderdaad vastgesteld. In het online tijdschrift Plos genetics rekenen ze voor dat alternatieve verklaringen niet afdoende zijn.
De ‘polygamie’ in de menselijke evolutie heeft waarschijnlijk niet de vorm gehad van één man met een harem vol vrouwen, zoals bij de walrus en de gorilla. Want een dominant kenmerk van de menselijke evolutie is juist dat mannen en vrouwen in gewicht en lengte steeds dichter bij elkaar zijn gekomen. Harembazen zijn vaak juist twee keer zo groot als hun vrouwtjes.
Er zijn ook andere aanwijzingen voor het verschil in nakomelingenkans. De stamboom van het mannelijk Y-chromosoom gaat veel minder ver terug (ca. 60.000 jaar) dan de stamboom van het via de vrouwelijke lijn overervende mitochondriaal DNA (ca. 150.000 jaar). De neiging van mannen om meer risico’s te nemen dan vrouwen wordt ook wel verklaard uit deze verschillende kans op nakomelingschap: een man heeft (evolutionair gezien) meestal iets te winnen. En een vrouw heeft vooral iets te verliezen.

AEX: 317,06 





