De 40 beste boeken over wetenschap. Welke ontbreken?

boeken

Foto Ryan Hyde

Welke Nederlandstalige boeken over wetenschap van na de Tweede Wereldoorlog zijn nog steeds boeiend, meeslepend en relevant? Deze zomer afgelopen tien weken heeft de wetenschapsredactie in NRC Handelsblad en nrc.next haar keuze gepresenteerd. Er zijn 40 mooie wetenschapsboeken voorbijgekomen: zie de lijst hieronder.

Maar we zijn vast voorbijgegaan aan boeken die u geweldig vindt. Onmisbaar op deze lijst. We zijn benieuwd welke dat zijn. Daarom kunt u hieronder, in de comments, aangeven welk boek volgens u in de lijst ontbreekt.

Samen met academisch-cultureel centrum SPUI25 in Amsterdam, dat deze maand zijn 5-jarig bestaan viert, gaan we de lijst terugbrengen tot dé 25 Nederlandstalige naoorlogse boeken over wetenschap die je gelezen moet hebben. Die lijst wordt op 25 september feestelijk gepresenteerd in SPUI25.

Mocht uw boek voor die lijst van 25 worden geselecteerd, dan zouden we het leuk vinden als u het die avond zelf kwam verdedigen. Zet er even bij of u daartoe bereid bent.

De inzending van boeken is inmiddels gesloten. Bedankt voor uw suggesties

De lijst, tot nu toe:

1. De duim van de panda – Stephen Jay Gould
2. De mechanisering van het wereldbeeld – Eduard J. Dijksterhuis
3. Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt – Douwe Draaisma
4. Het lied van de dodo – David Quammen
5. Het laatste raadsel van Fermat – Simon Singh
6. De natuurwetten – Sander Bais
7. De onwelkome boodschap of hoe de vrijheid van wetenschap bedreigd wordt – André Köbben en Henk Tromp
8. De sociologische visie – Wright Mills
9. De nucleaire erfenis - Willem de Ruiter & Bart van der Sijde
10. Chimpanseepolitiek – Frans de Waal
11. 1491 – Charles Mann
12. Darwins Hofvijver – Tijs Goldschmidt
13. We zijn ons brein – Dick Swaab
14. Wereldrijk voor een dag – Amy Chua
15. Gaia – James Lovelock
16. Het refrein is Hein – Bert Keizer
17. Het symmetriemonster – Marcus du Sautoy
18. In Europa – Geert Mak
19. De dronkemanswandeling – Leonard Mlodonov
20. De dubbele helix – James Watson
21. Onze zelfzuchtige genen – Richard Dawkins
22. Een kleine geschiedenis van bijna alles – Bill Bryson
23. Vreemden voor onszelf – Timothy Wilson
24. Paarden, zwaarden en ziektekiemen – Jared Diamond
25. Schuld – David Graeber
26. Dode lente – Rachel Carson
27. Over zin en onzin in filosofie, religie en wetenschap - Frits Staal
28. Sociale geschiedenis van de wetenschap – J.D. Bernal
29. Voedsel in Nederland – Lucas Reijnders
30. De man die dacht dat zijn vrouw een hoed was - Oliver Sacks
31. Grenzen aan de groei – Dennis Meadows
32. Ontsporing van geweld – J.A.A. van Doorn & W. Hendrix
33. Waarom we allemaal van Mars komen – Cordelia Fine
34. Over eten & koken – Harold McGee
35. Het Lucifer effect – Philip Zimbardo
36. Het onsterfelijke leven van Henrietta Lacks – Rebecca Skloot
37. De natuurkunde van ‘t vrije veld – Minnaert
38. Het beslissende moment – Malcolm Gladwell
39. Vuur en beschaving – Johan Goudsblom
40. De herschepping van de wereld - Floris Cohen


Boekenfoto door Ryan Hyde

Geplaatst in:
Boeken
Lees meer over:
boeken
spui25

49 reacties op 'De 40 beste boeken over wetenschap. Welke ontbreken?'

Pieter Bouwhuis

Wat was er voor de oerknal – Govert Schilling.

Zeker bereid dit prachtboek te verdedigen. Het sterke aan dit boek is dat je je de ouderdom en de omvang van het heelal eigenlijk niet kunt voorstellen maar met dit boek kom je een heel eind.

Mirjam Hartman

Een kleine geschiedenis van bijna alles – Bill Bryson.
Of eigenlijk de jeugdeditie: Een heel kleine geschiedenis van bijna alles. Of hoe ik, als ras-alpha, 30 jaar na de middelbare school, al voorlezend aan mijn 8-jarige zoon, niet alleen eindelijk begon te snappen hoe beta-wetenschap in elkaar zit, maar het zelfs leuk begon te vinden!

Jim Heirbaut

Een schitterend ongeluk – Wim Kayzer. Transcripten van interviews met zeven topwetenschappers als Oliver Sacks en Daniel Dennett voor zijn gelijknamige tv-serie. Wat een diepgravende onderwerpen, wat een goede vragen! Ik werd er destijds (1993) als wetenschappelijk nieuwsgierige puber helemaal warm van! Vooral van die maffe Rupert Sheldrake…

Siard Houtzager

Ik mis Kaas & de evolutie theorie van Bas Haring – een aanrader als je als leek de evolutie theorie wilt begrijpen.

Jos helmich

Levenswerk (Life ascending) van Nick Lane. Helaas zijn andere boeken van deze schrijver niet in het Nederlands vertaald.

Erick Vermeulen

Ik vond Douglas Hofstadters Gödel, Escher, Bach toch wel een zeer inspirerend boek, en van Prof dr J.D. Fast het boek Materie en Leven.

Wim Schuur

Ik mis “Gödel, Escher, Bach” van Douglas Hofstadter zeer. Prachtig opgezet, en boeiend tot de laatste bladzijde. Over logica, de onvolledigheidstelling en kunstmatige intelligentie. Helaas kan ik het niet verdedigen omdat ik op 25-9 verhinderd ben.

Peter Kleiweg

De utopie van de vrije markt — Hans Achterhuis.

God’s Philosophers: How the Medieval World Laid the Foundations of Modern Science — James Hannam. (Dit boek is in het Nederlands vertaald, maar die vertaling schijnt zeer slecht te zijn.)

Complexity: A Guided Tour — Melanie Mitchell. (vertaald?)

Helemaal in Amsterdam? Veel te ver weg.

B. van der Veen

“Cybernetica”, Prof. Dr. S.T. Bok, 1959

“Bol-Land”, Dr. D. Burger, 1957

B. van der Veen

Jos Helmich

Ik sluit aan bij voorgaande comments. “gödel, escher, bach” mag niet ontbreken. Temeer omdat de vertaling afgrijselijk goed is. Als ik mij goed herinner had de vertaler er een prijs voor gekregen.

Wicher van Vreden

Eens: ‘Gödel, Escher, Bach’ zou eigenlijk op de eerste plaats moeten staan – of op de tweede (na Bill Bryson of Harold McGee). En Govert Schilling mag natuurlijk niet ontbreken (al zou ik kiezen voor zijn ‘Kosmos in een Notendop’).

Ik wil een lans breken voor A.J. Dunnings epos over de betrekkelijkheid van de geneeskunde (‘Broeder Ezel’, 1981) en voor ‘De Mens als Metafoor’ van Pieter Vroon en Douwe Draaisma (1985). En voor het – ook in de NRC zeer gunstig besproken boek – ‘Getallen ontraadseld’ van Alexander Bellos (2010).

Maatschappelijk relevant is ‘Wat 93,7% van de Nederlanders moet weten over opiniepeilingen’ van Will Tiemeijer (2008). En zou het – nu zeer leesbare – ‘Europa in Crisis’ van Coen Teulings (e.a.) ook een klassieke status bereiken?

En vooruit, omdat de geesteswetenschappen niet sterk vertegenwoordigd zijn, ook nog even het mooi geschreven ‘Verdeel en Heers’ van H.L. Wessenling (1991 – over de kolonisatie van Afrika in de 19e eeuw).

Wicher van Vreden

Eens: ‘Gödel, Escher, Bach’ zou eigenlijk op de eerste plaats moeten staan – of op de tweede (na Bill Bryson of Harold McGee). En Govert Schilling mag natuurlijk niet ontbreken (al zou ik kiezen voor zijn ‘Kosmos in een Notendop’).

Ik wil een lans breken voor A.J. Dunnings epos over de betrekkelijkheid van de geneeskunde (‘Broeder Ezel’, 1981) en voor ‘De Mens als Metafoor’ van Pieter Vroon en Douwe Draaisma (1985). En voor het – ook in de NRC zeer gunstig besproken boek – ‘Getallen ontraadseld’ van Alexander Bellos (2010).

Maatschappelijk relevant is ‘Wat 93,7% van de Nederlanders moet weten over opiniepeilingen’ van Will Tiemeijer (2008). En zou het – nu zeer leesbare – ‘Europa in Crisis’ van Coen Teulings (e.a.) ook een klassieke status bereiken?

En vooruit, omdat de geesteswetenschappen niet sterk vertegenwoordigd zijn, ook nog even het mooi geschreven ‘Verdeel en Heers’ van H.L. Wesseling (1991 – over de kolonisatie van Afrika in de 19e eeuw).

Anton Troelstra

‘Oerknal’ van Ed van den Heuvel (2012).

Eelco Rietveld

“Tussen Waarheid en Waanzin. Een encyclopedie der pseudo-wetenschappen” van Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys.
Een uitgebreide encyclopaedie waarin op meer of minder gedegen wijze korte metten wordt gemaakt met pseudowetenschappelijke zaken en zelfverzonnen religies, zoals aardstralen, acupunctuur en astrologie tot en met het zesde zintuig, zevendedagsadventisten en zombies.

johan van schaik

Thomas Kuhn: De structuur van wetenschappelijke revoluties. Het verscheen in 1962, en geen boek beschreef de wijze waarop wetenschap zich ontwikkelt – en de wijze waarop nieuwe inzichten tot erkenning komen – zo treffend. En daardoor is het nog steeds als geldend te beschouwen.

Bert Schijf

Frank Bovenkerk, e.a. Italiaans IJs, Amsterdam, 1983. Prachtige antropologische studie over geslaagde migranten die de Nederlandse smaak voor ijs voorgoed hebben veranderd. Nog steeds actueel in discussies over migranten.

Bert Prins

Geachte redactie van deze mooie lijst,
Wat mij betreft wordt Het zelf wordt zich bewust van Antonio Damasio (ISBN 978 90 284 2376 3)aan de lijst toegevoegd. Dit boek voert alle door leken leesbare boeken over “hersenen en geest” met grote voorsprong aan. We zijn ons brein van Dick Swaab is geen onaardig boek, maar terzake dit onderwerp in verdieping en wetenschappelijke onderbouwing beslist ondergeschikt.

Jeroen Mes

Waarom wordt Steven Pinker helemaal vergeten?
-’How the mind works’, uit 1997, waarin hij de stand van zaken doorneemt over de werking van ons brein. Met alle respect voor Swaab, maar deze is nog steeds vollediger. Alleen voor het Vraagstuk van de Vrije Wil schrikt Pinker toch terug.
-’The better Angels of our Nature’ uit 2011 waar het geweld in alle vormen, en in alle tijden, wordt geduid.
Niet dat wij engelen zijn, maar het gaat wèl steeds beter met Ons Mensen. Paar kleine uitglijders, maar geniaal in zijn visie.
Ik mis het adrenaline en het testosteron om dit ‘en plein public’ te verdedigen.

Jan Wesseling

Een mooi boek vind ik nog altijd ‘De filosofen van het dagelijks brood’ van Robert L. Heilbroner. Hierin worden de levens, tijden en ideeën van de grote economische denkers op een zeer leesbare manier verteld. De Nederlandse vertaling is van J.E. Kuiper en is dacht ik niet meer voorradig in de boekhandel.
(Oorspronkelijke titel: ‘The Worldly Philosophers’, copyright 1953)

w.j. goossen

In dit rijtje past ook absoluut: De vergeten wetenschappen. Een geschiedenis van de humaniora van Rens Bod

Jos Werkhoven

Geschiedenis in het groot van Fred Spier (Maps of time van David Christian is gelijkwaardig, echter nog niet in het Nederlands verschenen).
‘Het Grote Verhaal’ over ruimte en tijd vanaf het begin van tijd en ruimte tot het heden.
‘Het Grote Verhaal’ verdient als verhaal een vaste plaats in ons onderwijs (vanaf 6 jaar tot einde leven), doch heeft dit nog niet gekregen. Ik ben gaarne bereid deze stelling èn de keuze van het boek te verdedigen.

Matthijs Joosten

De Zwarte Zwaan van Nassim Nicholas Taleb. Taleb gebruikt zwarte zwanen als metafoor voor hoe mensen met onzekerheid en toeval omgaan: zwarte zwanen zijn gebeurtenissen met een niet te berekenen kans die van grote invloed zijn en waar we achteraf een “logische” verklaring voor zoeken. Denk aan gebeurtenissen als 9/11, beurscrashes en wetenschappelijke ontdekkingen. Het boek is in mijn ogen rijker aan ideeën dan De Dronkemanswandeling van Mlodinow en ik kom het daarom graag verdedigen.

Joop M. Houtkooper

Ik kies voor een academisch vakgebied dat in Nederland niet meer bestaat. Daarom “Parapsychologie” door Gardner Murphy (Aula-pocket van omstreeks 1961): Een zeer helder boek dat een breed scala van aspecten behandelt. Uitmuntend in zijn beschrijving van experimenten. Ik zal het gaarne verdedigen.

Toon van Gestel

Bernard Slicher van Bath: De agrarische geschiedenis van West-Europa: 500-1850;
Neil Shubin: De vis in ons;
Lewis Wolpert: Het triomferende embryo;
Richard Dawkins: Het verhaal van onze voorouders;
Carl Zimmer: Aan de waterkant.
Al deze boeken gaan over de ontwikkeling van het leven, de beperkingen die de omgeving oplegt en hoe in wisselwerking iets nieuws ontstaat, waarin de sporen van het verleden nog volop aanwezig zijn.

Jan Akker

Ik mis “De Vergeten Wetenschappen: Een Geschiedenis van de Humaniora”, van Rens Bod (2010 of 2011). Het enige boek over de hele geschiedenis van de geesteswetenschappen (opnieuw vergeten?). Werd zeer lovend besproken in NRC. Buitengewoon veelomvattend, en laat zien dat het onderscheid alfa-beta niet hard te maken is.

derk cools

Ontegenzeggenlijk een van de mooiste en meest monumentale wetenschappelijke reisverslagen is het boek van de Franse anthropoloog Claude Levi-Strauss, getiteld Het Trieste der Tropen (ooit uitgegeven als aula-boek)met als ondertitel Reisverslag van een anthropoloog. Het vormde een doorbraak in de culturele anthropolgie en de Franse filosofie.

Ron Hoek

Energie uit atoomkernen van Prof J.D.Fast (1980).
Voor de geïnteresseerde leek het mooiste boek over dit deel van de fysica.

Frans A

“Lijstwaardig” vind ik ook de boeken van Auke van der Woud. Ik kies voor “Een koninkrijk vol sloppen” over de huisvesting in Nederland in de 19de en begin 20ste eeuw met meer dan ooit eerder aandacht voor de onderkant van de maatschappij.
Van mij had ook nog “Bloedlanden” van Timothy Snyder genoemd mogen worden. Een totaaloverzicht van de slachtingen in Midden-Europa door Stalin en Hitler aan de hand van de nieuwste bronnen. Helder en schokkend.

Frans A

En natuurlijk “De maat van alle dingen” van Ken Alder over de bepaling van de exacte lengte van de meter.
En “De tijd van de verwondering” van Richard Holmes over de ontdekking van de moderne (natuur)wetenschap.

Marc ter Horst

Neal Layton: Het begin van alles : de oerknal en wat erna kwam in 11 pop-up platen. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen.

Hartger Wassink

Het slimme onbewuste van Ap Dijksterhuis. Doorbraak in het verbinden van fundamenteel (sociaal-)psychologisch laboratoriumonderzoek naar praktische, dagelijkse toepassingen. Ook nog eens heel leesbaar opgeschreven.

Marjan Boerma

Stil de tijd, van Joke J. Hermsen.

Herman Schulte

Wat?
Het zou toch niet..
Nogmaals doorgenomen.
Ja hoor, over het hoofd gezien of niet gelezen:
Steven Hawkins, “Een korte geschiedenis van de tijd”.

Ludo Hellemans

Schuilt er niet een zekere tegenstrijdigheid in de vraag naar boeken over wetenschap van ‘na de Tweede Wereldoorlog’ die ook vandaag nog ‘boeiend, meeslepend en relevant’ zijn? Wetenschap evolueert namelijk snel en tal van uitstekende populair-wetenschappelijke boeken verliezen daarom ook snel hun actuele relevantie. Dat neemt echter niet weg dat er ook ‘verouderde’ boeken zijn (uit de jaren ’50 en ’60) die nog steeds kunnen boeien. Neem bijvoorbeeld de boeken van Rachel Carson (‘Dode lente’; ‘De wereldzee’; ‘De levende zee : het leven in de oceaan, gezien door een biologe’) of Desmond Morris: ‘De naakte aap – een zoölogische studie van het menselijke dier’; Niko Tinbergen: ‘Spieden en speuren in de vrije natuur : Zuid-Afrika, Groenland, Engeland, Pacific-kust, Nederland, Canada’; Herbert Wendt: ‘Op zoek naar de eerste mens’ (ook uitgegeven als: ‘Ik zocht Adam : in het voetspoor van de eerste mens’) en Van der Vlerk en Kuenen: ‘Logboek der aarde’. Dit zijn maar een paar voorbeelden van boeken die in hun tijd gretig werden gelezen en die naar mijn inzien ook vandaag nog kunnen charmeren.

Nikolaas Tinbergen

FMJ Zuijderhoudt

Wat niet mag ontbreken: Het verhaal van onze voorouders ,
van Richard Dawkins.Uitgever Nieuw Amsterdam. Dit is een superieure tocht door de evolutie van het leven.

FMJ Zuijderhoudt

Betreft bericht 10/09,10:47 no 35. Het verhaal van onze voorouders, Richard Dawkins.
Ik vergiste mij, ben dan niet met vakantie, kan het dus eventueel wel verdedigen

bert hesper

Ah! Lijstjes!
‘Welke ontbreken?’ Van alles en nog wat natuurlijk.
En alleen in het Nederlands? Dat zorgt voor nog meer ontbrekende boeken.
Zo komt Dick Swaab in een 40-lijstje met Crick & Watson, terwijl er toch minstens 2000 boeken tussen ‘The Double Helix’ en ‘Wij zijn ons brein’ verschil zou moeten zijn.
Zo’n beetje alles van S.J. Gould, Richard Dawkins en Steven Pinker, maar ook van Martin Gardner, James Randi en Robert M. Pirsig (!), naast de werken van Frits Staal, Bertrand Russell en Daniel C. Dennett komen in aanmerking.
Gelukkig zijn er van deze auteurs enkele werken genoemd.

Om dan nog maar wat te noemen dat iedereen gelezen moet hebben, en in aanmerking komt voor die lijst van 25 :

– J. Huizinga: Herfsttij der Middeleeuwen. Studie over levens- en gedachtenvormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden
– Barbara W. Tuchman: A Distant Mirror. The Calamitous 14th Century
– Robert M. Pirsig: Zen & the Art of Motorcycle Maintenance. An Inquiry into Values
– Robert M. Pirsig: Lila. An Inquiry into Morals

– Leo Vroman: Warm, rood, nat & lief
– D. Hillenius: De vreemde eilandbewoner

– Martin Gardner: Science. Good, Bad and Bogus
– Martin Gardner: Fads & Fallacies In the Name of Science
– Carl Sagan: Broca’s Brain. The Romance of Science
– Carl Sagan: Cosmos
– Carl Sagan: The Dragons of Eden. Speculations on the Evolution of Human Intelligence
– Erwin Schrödinger: What is Life? The Physical Aspect of the Living Cell & Mind and Matter
– Stefan Themerson: Logic, Labels, and Flesh
– Lewis Thomas: The Lives of a Cell. Notes of a Biology Watcher
========
Deze boeken hebben geen verdediging nodig. Ze spreken voor zich.
===================================================

Charles Citroen

Het boek dat op mij als tiener de meeste indruk maakte en mij overhaalde exacte wetenschap te gaan studeren is “1 2 3 … Oneindig” van George Gamow (1948 verschenen in de VS). Uit de inleiding: “Over atomen, sterren en nevels, over entropie en genen, of het mogelijk is de ruimte te krommen en of het snelle vuurpijlvoertuig wordt verkort.” Boeiend nu om te lezen hoe er in die tijd tegen de relativiteitstheorie van Einstein werd aangekeken.

Charles Citroen

O jee, onduidelijk, ik bedoel het boek:
Een twee drie … oneindig van Georg Gamow (1948).

Lieke Bos

DE PARENDE GEEST van Geoffrey Miller (Olympus, 2001).
“Is onze geest, net als de opvallende staart van de pauw, vooral een instrument om een aantrekkelijke partner te vinden? Het klinkt ongelooflijk, maar Geoffrey Miller toont het overtuigend aan.” (tekst achterflap). ‘Een intelligent, geestig en zeer levendig boek. Ik denk dat hij wel eens gelijk zou kunnen hebben.’ Richard Dawkins

eva.teuling

Voor mij is het beste wetenschapsboek De Keizer Alles Ziektes (The Emperor of all Maladies) van Sidhartha Mukherjee – dit boek beschrijft de geschiedenis van kanker, van de allerleerste operaties, via fundraising in de VS en de moderne technologie. Niet te missen.

Jacques Bogaarts

Ik mis Ontwakende Wetenschap van B.L. van der Waerden uit 1950. Een boek van Nederlandse bodem over de vroegste geschiedenis van de wiskunde. Naast Minaert en Dijksterhuis toch wel erg invloedrijk, ook internationaal.

Darwinius Maximus

Het bewustzijn verklaard van Daniel C. Dennet

Johan Dijkhuis

Het checklist-manifest van Atul Gawande zou er ook bij moeten. Gezien het NOS journaal laatst zou iedereen die (bij bewustzijn) een operatiezaal ingaat het gelezen moeten hebben.

Kees Frenay

Ik breng onder uw aandacht ‘Het verdriet van Darwin’, van de Belgische psycholoog Jan De Laender (2004). Het boek is niet alleen een zeer toegankelijke uiteenzetting van Darwins theorie, maar ook een biografie van Darwin en een aangrijpend relaas over hoe hij zijn eigen ontdekking jaren geheim hield omdat hij zich realiseerde hoeveel verdriet zijn inzichten zouden brengen bij mensen (en dan vooral zijn geliefde echtgenote) die geloven in God en in het goede in de natuur. Ten slotte is De Laenders boek ook een zoektocht van een psycholoog naar betrouwbaarder wetenschapsbeoefening dan het ‘Freudiaanse waandenken’ in zijn eigen vakgebied.

R. Sala

“Mendelejevs droom” van Paul Strathern. Een pakkende geschiedenis van de Scheikunde en de plaats van de scheikunde in de geschiedenis van de wetenschap.
Van de aristotoles zijn 4 elementen in de griekse filosofie naar de alchemie in de mideleeuwen, via de arabieren verder naar de moderne tijd. Waaruit bestaan de stoffen waarmee mensen elke dag in aanraking komen. Wat voor mensen hielden zich hier mee bezig? Wat voor methoden gebruikten ze, en wat waren hun motieven? Hoe kwamen hun ontdekkingen tot stand. En van de mooiste cadeaus uit mijn leven. Bedankt meneer Gabes.

Frank Miedema

“Wetenschap als mensenwerk” van Arie Rip uit 1978
een van de eerste boeken van een nederlandse auteur waarin de ontwikkeling van wetenschap van ‘ little ‘ naar ‘big science ‘ wordt geanalyseerd. Rip bespreekt de consequenties daarvan voor de relatie tussen wetenschap en samenleving maar vraagt ook expliciet aandacht voor de impact die deze verandering heeft op het dagelijks leven en de carriere van moderne wetenschappers. Het boek is een vroege aanzet om te komen tot een realistisch beeld van wetenschap en staat in de traditie van beroemde boeken van de Engelse auteurs Ravetz en Ziman uit respectievelijk 1971 en 1968 waarin een naturalistisch beeld van het wetenschapsbedrijf en de wetenschapper wordt neergezet in contrast met de
oude mythes. Ook bij zeer recente herlezing vond ik het boek weer interessant omdat de destijds door Rip gesignaleerde veranderingen zich volledig hebben doorgezet, tot op de dag van vandaag.

Frank Miedema

Wetenschap als mensenwerk van Arie Rip uit 1978.
Een van de eerste boeken van een Nederlandse auteur waarin de ontwikkeling van little naar big science wordt geanalyseerd. Rip beschrijft de invloed daarvan op de dagelijkse praktijk van wetenschappelijk onderzoek en op het dagelijks leven en de carriere van onderzoekers. Een belangrijk aspect is ook de veranderde relatie met overheid en bedrijfsleven met veel aandacht voor externe sturing en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de onderzoeker. Het boek staat in de traditie van beroemde boeken van de Engelse auteurs Ravetz en Ziman uit respectievelijk 1971 en 1968 waarin een naturalistisch beeld van de wetenschap, in contrast met de oude mythe, wordt geconstrueerd.

Geert Awater

QED, De Zonderlinge Theorie Van Licht En Materie door Richard P. Feynman. Opende niet alleen de ogen van leken maar ook van zijn vakgenoten. De woorden boeiend, meeslepend en relevant zijn voor dit boek uitgevonden.
Tot verdediging bereid!

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief